11-11-09

Bijna ingestort havenmagazijn gerestaureerd tot 8 karaktervolle woningen in Kortrijkse Groeningekaai

schaeken 1

In de Kortrijkse Groeningekaai wordt een half verknoeide en bijna ingestorte binnenhavenloods van 140 jaar oud gered en in zijn oorspronkelijke glorie hersteld. Een private investeerder laat de magazijnen opdelen in acht exclusieve woningen, uitkijkend op de Vaart Kortrijk-Bossuit. De historisch verantwoorde restauratie gebeurt volgens strikte regels opgelegd door de stedenbouwkundige administratie van stad Kortrijk en wordt nauw opgevolgd door de afdeling Onroerend Erfgoed van het Vlaamse ministerie RWO. De officiële bescherming van bouwkundig erfgoed wordt door de eigenaars meestal ervaren als een zware last. Dit geval bewijst dat precies de erfgoedwaarde het pand waardevoller maakt. Als het niet beschermd was, had het waarschijnlijk al lang plaats gemaakt voor een flatgebouw van twaalf in een dozijn. Dank zij de bescherming kunnen er nu unieke en sfeervolle woningen komen.

Chaufagist Wim Ampe (specialist vloerverwarming) van Vichte heeft van het Kortrijkse stadsbestuur een vergunning gekregen om de oude magazijnen Groeningekaai 14+ te verbouwen tot 8 woningen. Aan de verbouwvergunning zijn evenwel heel uitgebreide voorwaarden verbonden. Het pand is immers beschermd als monument, hoewel de erfgoedwaarde zwaar is aangetast door eerdere onoordeelkundige ingrepen.

Dijkendelvers

Het pand, een lang magazijn, dateert uit de eerste jaren nadat de vaart Kortrijk-Bossuit was gegraven. De uitgraving van die nieuwe waterweg was halverweg de negentiende eeuw een soort sociale-economieproject. Op het einde van de jaren 1840 was onze streek in een zwarte crisis gedompeld - de textielbazen hadden het vertikt tijdig over te schakelen op mechanisering -; tot de helft van de actieve bevoling leefde van openbare steun. Een programma van investeringen in nieuwe waterwegen kon tijdelijk honderden 'dijkendelvers' aan het werk helpen.

Een kanaal dat de Bovenschelde met de Leie verbond, betekende een inkorting met 130 km voor de aanvoer van steenkool, Doornikse steen en kalk; de boten moesten de omweg niet meer maken over Gent. Toch werd er nog jaren gebakeleid over de wenselijkheid en het beste traject voor een kanaal Schelde-Leie. Het moeilijkste probleem was dat er tussen beide waterlopen een heuvelrug lag, die alleen te overwinnen was met heel wat sluizen en andere kunstwerken (o.m. een watertunnel, de 'sousterrain' van de Keiberg in Moen, in de jaren 70 afgegraven).

Uiteindelijk werd gekozen voor een tracé tussen Bossuit aan de Schelde en textielcentrum Kortrijk aan de Leie. De graafwerken gingen van start in 1857 en werden voltooid in 1861. Het oorspronkelijke kanaal was met zijn 16,5 km enkele honderden meter langer dan nu (15,4 km). Door een rechttrekking van de Leie werd er een stukje van afgeknipt en mee gedempt met de Leiekronkel die thans het Koning Albertpark vormt.

De graafwerken werden helemaal manueel uitgevoerd, door 1.100 arbeiders met pioche, spade, schop en kruiwagen. De arbeidsomstandigheden moeten erbarmelijk zijn geweest; verschillende gravers verloren het leven, onder meer bij grote verzakkingen. Zie ook mijn eerder stuk.

Schaeken

Toch is het project winstgevend geweest voor het consortium van banken en aannemers dat het uitvoerde. Een van de bazen van dat consortium was Pieter Schaeken, afkomstig van Oostende, en een van de grootste aannemers van spoorwegenaanleg van het land. Hij was zo slim dat hij zijn familie de hele vaartoever op Kortrijks grondgebied achter de Stasegemsestraat en tot aan de Gentsesteenweg liet opkopen nog voor zijn graafploegen zo ver waren geraakt. Zodra er water stond in de nieuw gegraven vaart ter hoogte van zijn familie-eigendommen, waren die gronden op korte tijd zoveel meer waard. Het domein werd te gelde gemaakt door het stelselmatig te verkavelen. De straat die de percelen ontsloot kreeg van het stadsbestuur de naam 'Schaekenstraat'.

Groeningekaai 17

Diezelfde Pieter Schaeken bouwde in het vooruitzicht van een industriële ontwikkeling op de oevers van de nieuwe vaarweg een complex van binnenhavenopslagplaatsen in de Groeningekaai. Een paar jaar na de voltooiing van het kanaal bouwde hij in 1863 een dwars op de Groeningekaai ingeplant magazijn (thans Groeningekaai nr. 17) in ... Doornikse kalksteen. Precies voor de aanvoer van dergelijk kostbaar bouwmateriaal was de vaart Kortrijk-Bossuit gegraven!

Dat langgestrekte gebouw werd in 1870 weggestopt achter een tweede magazijn dat aan de Groeningekaai zelf werd gebouwd. Maar je kan het bewonderen vanuit het gat in de straatwand van de Vaartstraat (nr. 130). Het heeft de allure van een middeleeuwse, bijna romaanse kloostergang met zijn "opeenvolgende parallelle beuken met puntgevel met topstuk, doorboord door grote rondbogige poortopeningen deels later verbouwd tot vensters". Zo staat het beschreven in de officiële Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed. Het interieur wordt gekenmerkt door "een uitzonderlijke dakconstructie bestaande uit standvinken die de trekbalken ondersteunen waarboven de gordingenkap met steeksschoren ligt". Het gebouw is beschermd als monument en heeft intussen een zinvolle herbestemming gevonden door de vestiging van een decoratiebedrijf (Odilon Creations).

schaeken 2

Groeningekaai 14

In 1870 bouwde Pieter Schaeken een tweede stapelplaats, deze keer op de Groeningekaai (nr. 14) zelf en voorzien van een hefbrug (palang) om rechtstreeks schepen te kunnen lossen en laden vanuit het magazijn over de Groeningekaai. Die stalen hefbrug is enkele jaren geleden gedemonteerd, maar in de gevel zijn boven elk laadluik nog de katrollen te zien.

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed heeft woorden te kort om het merkwaardige - "zeer beeldbepalende" - pand te beschrijven: " Langgestrekt bakstenen volume onder zadeldak bekleed met zwarte en rode Vlaamse pannen. Gevelritmering door de dakvensters met puntgevels die de lijstgevel doorbreken. Rondbogige laadluiken met erboven lichtgleuf en behouden katrol. Aflijnende lisenen rustend op bakstenen consooltje in de vorm van een omgekeerde ziggurat. Aflijnende geprofileerde bakstenen lijst. Hoeken gemarkeerd door pilasters. Begane grond in oorsprong geritmeerd door rondbogige muuropeningen".

schaeken 4

Jammer genoeg is het gebouw erg verminkt. De officiële bescherming dateert pas van 2005 (door Vlaams minister Paul Van Grembergen, Spirit) en daarvoor was er weinig waardering voor de erfgoedwaarde van de oude - zwart van het roet - magazijnen. Zonder rekening te houden met de oorspronkelijke rondbogige toegangspoorten werden  niet minder dan 21 garagepoorten in de gevel gewrongen onder knullig geplaceerde betonnen balken. Waar de magazijnen slechts waren ingedeeld in drie stapelplaatsen, zijn er om de garages af te bakenen willekeurig tussenwanden geplaatst. De verbouwingen waren zo amateuristisch dat het gebouw op instorten stond. Om dat te voorkomen werd een zware metalen stutconstructie tegen de gevel geplaatst. Kortom, het trok op niets meer.

De redding

Maar onverwacht komt dan toch de redding van dit interessante stuk industrieel patrimonium. Voormelde investeerder ziet er brood in om de magazijnen een nieuwe bestemming te geven en de gevels bovendien in hun oorspronkelijke glorie te herstellen. De klunzige garageboxen verdwijnen en maken plaats voor acht woningen, een onder elke dakkapel met herstel van de autenthieke rondbogige poortopeningen en ramen. De drie historische interne scheidingsmuren blijven behouden; de garagewanden in triplex en karton verdwijnen, en voor de opsplitsing in woningen komen nieuwe dwarse scheidingsmuren in de stijl van het gebouw. De bestaande mansardes in het dak worden behouden en hersteld. Bijkomende dakopeningen zijn niet toegelaten aan de kadekant; in de achtergevel mogen wel veluxramen (dakvlakramen) worden aangebracht. Zelfs de katrollen in de topgevels moeten behouden blijven.

schaeken 5

De woningen krijgen maximaal drie bouwlagen. Ook het oorspronkelijke gebouw had een zolderverdieping, en die ruimte onder het hoge dak kan blijkbaar nog in twee gedeeld worden. De hele verbouwing moet gebeuren onder toezicht van de administratie Bouwkundig Erfgoed. Om de herstelde eenheid van het pand te garanderen, moeten de toekomstige eigenaars van de woningen bij aankoop een overeenkomst ondertekenen. Door de ontwikkelaar moet daarvoor een 'zakelijk statuut' en een 'huishoudelijk reglement' uitwerken om het uniforme karakter van het totaalproject te vrijwaren. Een van de regels is dat er een jaarlijkse vergadering van de eigenaars wordt bijeengeroepen om het beheer en het gezamenlijke onderhoud van de acht woningen te organiseren.

Intussen kan men al een idee krijgen van hoe het wordt. Aan de kant van de Vaartstraat zijn op basis van een eerdere bouwvergunning al twee van de acht woningen in restauratie. De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed is vol lof over de gevel aan de Vaartstraat maar beschrijft die nog in zijn niet-gerestaureerde toestand: "fraai uitgewerkte puntgevel met blinde halfronde vensters en centrale rondboognis. Op de begane grond werden de halfronde vensters later toegemetst cf. verschillende kleur baksteen. Later toegevoegde garage onder latei. Deels vrijstaande achtergevel tussen de twee parallelle beuken (cf. plan) getypeerd door de boven de kroonlijst doorgetrokken puntgevel met topstuk, gekenmerkt door de rondboognissen en -vensters. Aflijnende pilasters met eenvoudig kapiteel. Centrale steekbogige poortdoorgang die de beide magazijnen verbindt".

schaeken 6

Ondertussen is de gevel onder de eerste twee puntgevels al hersteld. De toegemetste ramen zijn weer opengemaakt. De garagepoorten zijn verwijderd en de oorspronkelijke poortopeningen zijn herbouwd. En het roet is van de gevel gewassen. Het resultaat is prachtig. Beide woningen dienen dan ook als voorbeeld voor de andere zes.

Door het herstel van de erfgoedwaarde van dit industrieel-archeologisch patrimonium krijgen de acht woningen extra cachet. En bovendien is de ligging aan de waterkant mooi meegenomen. De buurt kan een dergelijke opkikker best gebruiken.

 

schaeken 3

Delen

21:27 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

04-07-09

Meer dan 2500 Kortrijkzanen zetten de bloemetjes buiten, heel de zomer lang

K bloeit 09 1

Ik heb een overgezellige fietstocht gemaakt, dank zij de werkgroep bebloeming van het Groencomité Kortrijk. Over heel Kortrijk-stad en deelgemeenten werkten vrijwilligers omlopen uit langs de vele bebloemde gevels en voortuinen die de stad elke zomer weer rijk is. Je kon te voet of per fiets van het ene kleurenfestijn naar het andere. Zelf vertrok ik uit het ontmoetingscentrum van Bellegem voor een ontdekkingstocht door het dorp en het nabijgelegen - toch nog flink trappen hoor - Kooigem. De organisatoren hadden ook oog voor de landschappen die je doorkruiste. Ik heb de Geitenberg ontdekt, gewoonweg schitterend. Het Groencomité organiseert eveneens de jaarlijkse bebloemingswedstrijd. "Is de kwestie van de stadssubsidies nu al opgelost?" vroeg ik een van de initiatiefnemers. "Ja" antwoordde hij: "Ze blijven ... verminderd!". In elk geval heeft de eerste editie van de fiets- en wandeltochten onder de noemer 'Kortrijk Bloeit' aangetoond dat het initiatief gerust een jaarlijks evenement mag worden.

Doornikserijksweg Kooigem 09

Kortrijk Bloeit

De vzw Groencomité  Kortrijk slaagt er elk jaar weer in, in samenwerking met het Werk van de Volkstuin en Stad Kortrijk, om meer dan 2500 Kortrijkse gezinnen te laten deelnemen aan zijn bebloemingswedstrijd. Ze zijn inmiddels toe aan hun 32e editie! Er worden hier en daar wel wat vragen gesteld over de wedstrijdformule en of die wel nog van deze tijd is, maar het blijft een prestatie die opmerkelijk bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van Kortrijk. Vergeten wij vooral ook niet de duizenden gezinnen die uit eigen beweging hun gevel bebloemen of hun voortuin instandhouden.

Troopeird 09

Het Groencomité, onder leiding van voorzitter Emiel Damman en secretaris Dirk Serlet, pakte dit jaar uit met een extra initiatief: 'Kortrijk Bloeit'. Het grote publiek werd uitgenodigd om de vele gevels en voortuinen al wandelend of op de fiets te gaan bezichtigen. Daartoe werden een vijftal tochten van 5 tot 7 kilometer uitgewerkt vanuit 4 verschillende startplaatsen. Die deeltochten sloten op elkaar aan, zodat meer sportieve deelnemers langere afstanden konden combineren.

Casino Kooigem

Geveltoerisme in Bellegem en Kooigem

Zelf waagde ik mij aan een paar tochten vanuit het ontmoetingscentrum De Wervel in Bellegem. Ik werd er op weg geholpen door Kooigemnaar Luc Scharre, bestuurslid van het Groencomité en toevallig ook OCMW-raadslid voor CD&V. Het traject Bellegem-Kooigem was wellicht wel enkele kilometers langer dan de vooropgestelde 7, maar 't was de moeite waard.

Lentewijk Kooigem 09

In Bellegem deed ik aan geveltoerisme - letterlijk dan! - op de adressen Walleweg 66, Kwabrugstraat 60, Ronsevaalstraat 12 en een villaatje in de wijk 't Rode Paard. In Kooigem fietste ik langs de Doornikserijksweg 324 (een weelderige voortuin), Kooigemplaats 4 (café Casino - jammer genoeg niet open - met geraniums op de vensterbanken), Lentewijk 3 (de woning van Luc Scharre, sterk in buxus), en Molentjesstraat 98 (een fleurig kleurenpalet op een tuinmuur). In Kooigem ging ik op aanraden met Luc ook nog eens een kijkje nemen in de paradijselijke tuin van Romain Van Hoe, Kazernestraat 4.

Molentjesstraat Kooigem 09

Geitenberg

De organisatoren hadden hun best gedaan om die adressen in te passen in een traject dat ook landschappelijk de moeite waard was. De kortste verbinding tussen Bellegem en Kooigem is de Doornikserijksweg, maar dat is ook de saaiste weg. de uitgestippelde tocht deed er alles aan om die rechte verkeersweg te ontwijken. Zo fietste ik langs Bellegembos en over de oude heirweg die de Dottenijsestraat is.

Ronsevaalstraat 09

Komende vanuit de Ronsevaalstraat - de naam alleen al! -, de straat van de legendarische pleisterplaats Den Boeuf - liet men mij na een kort stukje Doornikserijksweg het Verloren Hof inslaan. Ik wist niet dat je daarlangs naar Kooigem kon. Dat brengt je via de monumentale hoeve op de Geitenbergstraat: een heuse ontdekking. Op de Geitenberg - echt een bult in het schilderachtige landschap - loopt een kiezelpad met bijna te veel vergezichten. In de lijn van het pad zie je in de diepte de dorpskom van Kooigem liggen en in het verlengde maar veel verder de mysterieuze Mont Saint-Aubert.

Kazernestraat Kooigem 09

Volgend jaar opnieuw?

De tijd ontbrak mij, maar anders had ik ook graag de tochten vanuit de hoeve 'De Heerlijkheid' in Heule (meer een cultuurhistorisch traject), vanuit het Vlasmuseum in Kortrijk, vanuit 'Het Kleuterbos' in Marke, en vanuit Bellegem naar Aalbeke en Rollegem gedaan. Het was gewoonweg teveel voor een enkele zondagnamiddag. Ik vraag mij dan ook af waarom van die uitgestippelde wandel- en fietstochten geen meer permanent project wordt gemaakt. Het Groencomité zou bijvoorbeeld van elke tocht een kleurrijke folder met plattegronden kunnen maken zodat het publiek gelijk wanneer op pad zou kunnen gaan.

Ronsevaalstraat licht 1 09

In elk geval zou ik het jammer vinden als het een eenmalig initiatief zou blijven. Volgend jaar moet het zeker opnieuw plaatsvinden. Een sterk punt daarbij is dat de organisatoren de aanbevolen adressen niet beperken tot spectaculaire bebloemingen en anderen hoogstandjes. Ook geraniums op de vensterbanken geven een gevel zoveel cachet dat de hele straat opfleurt. Maar van hoogstandjes gesproken, wil ik toch even de aandacht vestigen op de prestaties van de bewoner van het huis op de hoek van de Tarwelaan en de Maandagweg in Kortrijk. Met trompe-l'oeil-technieken tussen de bloemen maakt hij van een banale blinde gevel een ware attractie. Ik rij er iedere keer weer met een spontane glimlach voorbij.

Tarwelaan 1

Relatie

Aan Luc Scharre vroeg ik, als politiekers ondereen, hoe het nu zat met de subsidiekwestie van het Groencomité. "Het is opgelost" zei hij sarcastisch: "die subsidies blijven verminderd!". Indertijd had toenmalig schepen Philippe De Coene, sp.a, de stadstoelage aan het Groencomité opgetrokken van 9.000 tot 13.000 euro. Nadat CD&V de sp.a in de meerderheidscoalitie had vervangen dor OpenVLD, is de subsidie verminderd tot 10.000 euro. Een vinnige bespreking daarover in de gemeenteraad van maart 2008 leidde tot een schorsing van de raad. Het stadsbestuur beloofde toen nog eens te gaan overleggen met de mensen van het Groencomité. Dat heeft niets opgeleverd. Gewezen CD&V-schepen Omer Soubry heeft zich toen heel kwaad gemaakt.

Kwabrugstraat Bellegem

Blijkbaar is de relatie tussen de bebloemers en het stadsbestuur nog altijd niet wat ze zou moeten zijn. De stad verleende officieel wel zijn medewerking aan het initiatief 'Kortrijk Bloeit', maar van stadswege is er nauwelijks publiciteit gemaakt over dat evenement. Op de website van Stad Kortrijk moest je bijvoorbeeld heksentoeren uithalen om er iets over te vinden. Het verschil met het stadsproject Secret Gardens is opvallend.

geraniums

15:44 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-06-08

Arbeid geadeld in de Koffiestraat in Heule

koffiestraat4.5 

In de Koffiestraat in Heule staan enkele beschermde arbeiderswoningen uit de negentiende eeuw.  De bescherming als monument redt een typisch straatbeeld, dat je elders hoe langer hoe minder vindt. Eindelijk ook aandacht voor andere architectuur dan die van de bourgeoisie uit vroegere tijden: de arbeid geadeld! Die bewarende maatregel betekent wel een zware dobber voor de eigenaars. Maar dat hoeft verstandig hergebruik niet in de weg te staan. Een Wevelgems echtpaar geeft het goede voorbeeld. Gesteund met een restauratiepremie doen zij de nodige investeringen om van een bijna 130-jarig arbeidershuis een gezellige woning te maken, met respect voor het beschermde erfgoed. Maar waaraan heeft dat straatje de naam Koffiestraat te danken? Toch wel weer een onvermoed hoekje...

Rustieke bungalow

Misschien is het wel de straat met de grootste monumentendichtheid van Kortrijk, het Koffiestraatje van Heule. Van het 10-tal panden aan de pare kant (de onpare kant wordt grotendeels ingenomen door het klooster van Heule) zijn er niet minder dan 6 geklasseerd als monument (de nummers 2, 4, 14, 16 18 en 20). Je zou het niet zeggen als je erdoor loopt. Bij monumenten denk je meestal aan opvallende gevels en duizelingwekkende dakpartijen. In dat Heulse straatje zijn het nederige arbeiderswoningen die decretaal beschermd zijn. Eens te meer was het toenmalig Vlaams minister Paul Van Grembergen, Spirit (VlaamsProgressieven), die op 30 april 2004 het beschermingsbesluit ondertekende. De bewindsman voerde een heel doortastend erfgoedbeleid, dat ook aandacht had voor het patrimonium van het gewone volk.

De meeste van die beschermde woningen zijn platte doeningen met een zolderdak boven de gelijkvloerse verdieping. Ze zijn nogal breed in vergelijking met 19de-eeuwse werkmanshuizen in het Kortrijkse stadscentrum (Stasegemsestraat bijvoorbeeld). En hoe ouder ze zijn, hoe breder. Dat komt omdat ze gebouwd werden op verloren gelegen grond buiten de Heulse dorpskern, grond die toen minder gegeerd en dus goedkoop was. De huidige Koffiestraat was tot zowat 1880 slechts een voetweg, "buurtweg nr. 29" op de Atlas der Voetwegen van 1843, genaamd de Molendreef want leidend naar de Plaatsmolen van Heule. Bij de opmaak van de Atlas stonden er nog maar twee huizen in de straat. De huisjes hebben achteraan stuk voor stuk een aanzienlijke tuin; het kwam op geen vierkante meter.

koffiestraat4.4

Met die typische eigenschappen van landelijke arbeiderswoningen hebben die panden - raar maar waar - heel wat troeven voor renovatie en hergebruik, hoe oud en eenvoudig ze ook mogen zijn. Opgeknapt ogen ze als als een rustieke bungalow, en daarvan zijn er al een paar voorbeelden te zien in het straatje. Dank zij de bescherming blijven ze toch min of meer hun schilderachtig uitzicht van diep in de jaren 1800 behouden.

Vingerberaping

De oudste panden zijn de nummers 14 en 16, daterend van voor 1835. Tot 1920 was het een enkele arbeiderswoning, wat niet uitsluit dat zij verschillende grote families bijeen onderdak verleenden. Toen is het pand in twee aparte woningen opgedeeld. Beide huisjes hebben elk een voordeur en drie ramen in de gevel. Boven hun enige bouwlaag worden ze beschut door een zadeldak met Vlaamse pannen. Het metselwerk van de buitenmuren is in verankerde baksteenbouw. Een voortuintje siert beide panden; dat van nr. 16 staat vol weelderig groen; ooit waren het moestuintjes of 'begraasde' tuintjes (voor een geit?). Ook het verzorgde schrijnwerk van ramen en deuren is meegeklasseerd.

koffiestraat4.2

De huizen die vlaskoper J.A. Vansteenkiste in 1864 (nr. 20) en 1877 (nr. 18) liet bouwen, staan aan de rooilijn. Het gemis van een voortuintje wordt goedgemaakt door meer 'land' vanachter, te bereiken via een steegje op de perceelsgrens. Nummer 20 is het breedste, voorzien van een poort, vier ramen en een voordeur in de straatgevel. Nummer 18 heeft vijf traveeën (dat wil zeggen vier vensters en een voordeur in de gevel). Beide typische dorpswoningen hebben eveneens slechts één bouwlaag en een zadeldak. In de beschrijving van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed wordt gewag gemaakt van de restanten van cementbekleding op een zijgevel: "sporen van vingerberaping" (wellicht smeerde men een dikke laag cement op de muur en versierde men die door in de nog natte laag gaatjes met de vingers te maken).

Renovatie

De latere huisjes hebben dan weer wel een voortuintje. Het jongste is nummer 2, van 1902: vijf traveeën, één bouwlaag onder een pannen zadeldak. Maar het pand dat mij vooral interesseert is nummer 4. Nummer 4 is een achter een voortuin gelegen arbeiderswoning van 1880. Eerst waren het twee woningen onder hetzelfde met pannen bedekte zadeldak, maar in 1897 maakte men er een van. In de brede gevel van één bouwlaag zitten vier vensters met luiken, een poortje en een voordeur.

koffiestraat4.1

Het stadsbestuur van Kortrijk heeft een bouwvergunning verleend aan het Wevelgemse koppel Pepijn en Ilse Rosseel-Waeyaert om dat nummer 4 grondig te restaureren. De renovatie gebeurt in nauwe samenspraak met de Vlaamse administratie van Onroerend Erfgoed en levert de moedige investeerders dan ook een restauratiepremie op.

Het uitzicht van de beschermde dorpswoning in verankerde baksteenbouw met geaccentueerd voegwerk wordt zorgvuldig bewaard. En dat gaaét ver: zo wordt het bestaande schrijnwerk (typische houten T- en schuiframen met luiken) gerestaureerd na wegname en dan teruggeplaatst. De zijgevels worden bezet met kalk met grove structuur na het verwijderen van de bestaande cementbezetting. Aan de achterkant van de woning wordt een later toegevoegd bijgebouwtje met eternitdak gesloopt. De afgeleefde veranda wordt vervangen. De bestaande indeling van het dorpshuis wordt zoveel mogelijk behouden. De zolder wordt ingericht tot slaapkamers, te bereiken met een nieuwe binnentrap. En in de tuin wordt een regenwaterput van 15.000 liter gestoken.

Men kan hier werkelijk spreken van een maximale vrijwaring van de erfgoedwaarden van het pand, een goed voorbeeld voor andere eigenaars van beschermde monumenten. Toch wordt het een woning die zal beantwoorden aan de hedendaagse wooncomforteisen. Het ontwerp is van het architectuur- en restauratiebureau J & A Demeyere van Kortrijk.

koffiestraat4.3

Beschermd is beschermd!

Toch is opname van een pand op de lijst van beschermde monumenten voor eigenaars soms een last en zeker een beperking van hun vrijheid. De eigenaar van nummer 14 wou in 2005 zijn huisje slopen en de grond ter beschikking stellen van de aanpalende school. Men wou er een extra uitgang voor de school van maken, zogenaamd om de leerlingen meer verkeersveiligheid te geven. De eigenaar deed daartoe een aanvraag tot opheffing van de bescherming.

Het is de eigenaar niet gelukt. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen ging op haar achterste poten staan. De experten wezen op "het algemeen belang van deze woning omwille van de historische, sociaal-culturele en industrieel-archeologische waarde". Huidig Vlaams minister Dirk Van Mechelen, OpenVLD, wees de aanvraag dan ook af.

koffiestraat4.6

Maar de eigenaar bleef aandringen; hij diende een nieuwe aanvraag in, met nog meer verkeerstechnische argumenten. Opnieuw was het advies van de Koninklijke Commissie geheel afwijzend: "het gaat hier om een waardevol, beschermd gebouw, waarvan de waarde niet kan worden uitgespeeld tegen problemen van verkeerstechnische aard". De minister won toch ook maar advies in bij verkeersdeskundigen. Die overtuigden hem ervan dat er verschillende andere ontsluitingsopties mogelijk zijn "die een groter effect hebben op de verkeersveiligheid van de schooltoegang". Ook de tweede aanvraag tot opheffing van de bescherming werd dus afgewezen.

Schuimkraag

En van waar komt die rare naam van het straatje? Wel met koffie, het zwarte vocht, heeft die naam niets te maken. De 'koffie' van de Koffiestraat werd geserveerd met een kraag schuim; het was bier. Koffie is een te letterlijke vertaling van ... café. Tot in de jaren 20 was het straatje, nog eerder de Molendreef, de 'Caféstraat' van Heule. Het Heulse gemeentebestuur vond dat in de jaren twintig waarschijnlijk niet chique genoeg.

Het enige café dat ik er heb gekend, is café 't Park, op de hoek met de Heulsekasteelstraat. De Heulse socialisten vergaderden er; een origineel onderdeel van de jaarlijkse werking was de avond met "patatjes met de pelle" (om van de ingelegde uitjes van Nadia niet te spreken, hmmm) in het zaaltje achter de herberg. Maar ook dat café is verdwenen. Men heeft zelfs de deur toegemetst.  Dat hoeft niemand tegen te houden om deze onvemoede hoek van Kortrijk eens te gaan bezoeken. Elders in Heule zijn er cafés genoeg.

koffiestraat4.7

12:48 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

30-03-08

Een onvermoede erfgoedparel verdwijnt

spant1

De eigenaar van het tankstation in de Stasegemsestraat, de Ieperse firma Heite, heeft van het stadsbestuur een bouwvergunning gekregen om het bestaande gebouw te slopen en te vervangen door iets nieuws. Met alle respect voor de bedrijfsbehoeften van eigenaar en pachter is het doodjammer dat hiermee een stilaan zeldzaam geworden stuk erfgoed in de stijl van Expo58 verdwijnt. Door er hier iets over te publiceren, is dat verlies niet weer geruisloos.

Wat binnen enkele dagen in puin zal veranderen, is niet alleen de stroomlijnarchitectuur maar ook een mooie toepassing van houten glulam-spanten. Met die spanten oogstte de firma De Coene triomfen op de wereldtentoonstelling die 50 jaar geleden de tijden veranderde. Gelukkig staat in Kortrijk op de vroegere De Coene-terreinen nog een paviljoen van eigen constructie. De houtgroep recupereerde het na afloop van Expo58. Dat 'Paviljoen van de Stedenbouw van de Belgische Sectie' is intussen beschermd.

Speklagen

Op de hoek van de Stasegemsestraat (nr. 179a - nr. 179 was het vroegere postje) en de Groeningekaai heeft de Ieperse brandstoffenhandelaar Stations Heite een tankstation. De eigenaar heeft een bouwvergunning aangevraagd en gekregen voor het slopen en volledig herbouwen van het pand. Het stadsbestuur oordeelt te recht dat een dergelijke installatie daar op die secundaire invalsweg op zijn plaats is. Het tankstation beantwoordt aan de noden van de buurt en de passanten.

Het bestaande servicestation wordt compleet afgebroken, met inbegrip van de garage, de winkel en de oude ondergrondse tanks. In de plaats komt er een enkele gecompartimenteerde tank van 50.000 liter en een rij pompen waarmee terzelfdertijd vier wagens kunnen bediend worden. De afgeronde winkel en de gewezen garage worden niet vervangen; de nieuwe constructie zal beperkt blijven tot een grote luifel en een berging.

Het nieuwe zwevende dak zal het hele perceel overspannen op 6,67 m. Het magazijntje, 11 m² groot, wordt 4,05 meter hoog met een plat dak dat aansluit op de kroonlijsthoogte van het vroegere postje. Er wordt gekozen voor een sobere vormgeving, met gevels in grijze zichtbetonsteen afgewisseld met drie 'speklagen' in gele betonsteen. De luifel en de pilaren waarop hij rust, zullen in staal zijn, geschilderd in geel en grijs, de kleuren van de groep Heite.

Noordse den

Op zich is er niets op tegen dat het tankstation een wat frissere look krijgt. Maar hier leidt die ingreep tot het verdwijnen van het zoveelste voorbeeld van een stuk bouwkundig erfgoed in de modernistische stijl van Expo58. En dat, in het jaar waarin die baanbrekende wereldtentoonstelling na een halve eeuw wordt herdacht, ook in Kortrijk. En bovendien een stuk erfgoed waarbij gebruik is gemaakt van een technologie die vanuit onze stad de wereld veroverde na geschitterd te hebben op Expo58: de fameuze spanten van De Coene.

spant2

Het bestaande pand is waardevoller dan de verwaarloosde en afgeleefde toestand laat uitschijnen. Winkel en autowerkplaats hebben een doordachte afgeronde stroomlijnvorm. Hun dak loopt door in een lichtjes opwaarts gericht - dat optimisme van toen! - afdak dat rust op drie elegant geplooide houten spanten. Lange tijd waren die spanten in Noordse rode den te bewonderen in hun geverniste natuurkleur. Enkele jaren geleden werden ze in betonkleur gezet met een rode bies - bah. 

spant 3

De Kunstwerkstede De Coene experimenteerde al in 1938 met spanten bestaande uit gelijmde en zo nodig geplooide planken in rode Noordse den - wel degelijk 'Noords' en niet 'Noors' want afkomstig van noordelijk gelegen streken zoals niet alleen Noorwegen maar ook Canada, Zweden en Finland. In 1954 ontwikkelde de Kortrijkse houtconctructiegroep een nieuw type spanten: de glulam-spanten, gelijmd en gelamelleerd. In een advertentie prees De Coene zijn nieuw product aan met de kwaliteiten: "Laag gewicht, sterkte, satbiliteit, duurzaamheid, grote vrije overspanningen, mooie en soepele architecturale vormgeving, gering onderhoud, lichte fundering". 

Expo58

Expo58 kwam voor De Coene juist op tijd om met die glulam-spanten volop door te breken. Van de 25 constructies in gelijmde en gelamelleerde spanten op de wereldtentoonstelling mocht De Coene er liefst 21 voor zijn rekening nemen. Het spectaculairst was het sierlijke paviljoen van de tentoonstelling 'Het Hout ten dienste van de mens in de verschillende domeinen van het moderne leven', een initiatief van de beroepsfederatie Fabrihout. Het project werd bekroond met een Grote Prijs, de hoogste onderscheiding voor inzendingen op Expo58.

Verscheidene van de 29 paviljoenen waaraan De Coene meewerkte op de wereldtentoonstelling kregen achteraf een nieuw leven. Doordat die spantenbouw eigenlijk een systeem van prefab is, konden die gebouwen redelijk eenvoudig uiteengeschroefd worden. Naar Kortrijk kwam een paviljoen naar metalen meubelfabrikant Mewaf in de Lijnwaadstraat, maar dat is later uitgebrand.  Het 'Paviljoen van de Stedenbouw van de Belgische Sectie', met rechte spanten, recupereerde De Coene zelf. Het werd heropgebouwd op een achterliggend terrein op de Pottelberg in Kortrijk en deed lange tijd dienst als eet- en feestzaal voor het personeel van De Coene. Het paviljoen is intussen beschermd als waardevol bouwkundig erfgoed.

De gegevens over De Coene heb ik opgevist uit het standaardwerk 'Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene', in een redactie van Frank Herman en Ruben Mayeur, uitgegeven in 2006 naar aanleiding van de overzichtstentoonstelling Kunstwerkstede De Coene 1888-1977, door Uitgeverij Groeninghe Kortrijk.

expo581

    
 

23:53 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-12-07

Wie weet het Kasteel van Walle liggen?

kasteel van W1
Dit wordt wellicht de duurste verkaveling ooit, als het lukt. Promotor Samainvest wil de uitgestrekte landschapstuin van het Kasteel van Walle, Wolvendreef 75, opdelen in bouwkavels. Het moet een woonparkverkaveling worden. Het kasteel uit 1760 is een beschermd monument. Jozef De Coene, stichter van de Kunstwerkstede waar de beroemde Kortrijkse meubels werden gemaakt, resideerde er. De tuin behoort tot de historische parken en tuinen van Kortrijk. Onder de buren in de sjieke Wolvendreef ontstond enige beroering. Maar het Vlaamse Agentschap Onroerend Erfgoed blijkt al zijn goedkeuring te hebben gegeven, onder strenge voorwaarden. Vooraleer de graafmachines er aan de slag gaan, ben ik dat onvermoede hoekje van Kortrijk nog eens gaan bekijken.

Kasteel van Walle

Wie het Kasteel van Walle in het Kortrijkse gehucht Walle gaat zoeken, zal het niet vinden. Het kasteel ligt wat verderop, in de Wolvendreef (nr. 75). Walle, ooit een centrum van Kortrijk-buiten, is momenteel nog slechts de dooier in het 'Ei van Kortrijk', een verkeerswisselaar van de E17 en de Ring R8. Walle was een van de gekende 'heerlijkheden' rondom het oude Kortrijk, maar of de heer van Walle ooit het kasteel in de Wolvendreef bewoonde, is twijfelachtig. Het wordt in erfgoedinventarissen steevast het 'zogenaamde' Kasteel van Walle genoemd. Het oudste deel van wat er nu nog staat, is gebouwd in 1760 door de Rijselse rijkaard Hypolite Petipas, als buitenverblijf en jachtpaviljoen.

Het kasteel werd oorsponkelijk opgetrokken in directoire-stijl (overgang van de zwierige Louis XVI-stijl naar de soberder empirestijl). In de inventaris van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed wordt de aandacht getrokken op de markante verschillen tussen voor- (naar het zuidoosten gerichte hoofdgevel) en achterkant van het oorspronkelijke landhuis. Aan de bepleisterde voorgevel steekt een drie vensters breed gedeelte eruit ('middenrisaliet van drie traveeën') onder een driehoekige hoed ('fronton') met ruitvormig venster. Dat uitspringend gedeelte geeft uit op een bordestrap. En beneden de trap ligt het gazon van de voortuin die half omringd is door een tot vijver verbrede gracht.

De achterkant van het 'kasteel' ziet er veel minder plechtstatig uit. De bovenverdieping overkraagt de halvekelder- en gelijkvloerse verdieping en "rust op korfbogen op pijlers met Corinthische kapitelen die aldus een loggia vormen". In dat overkapte gedeelte is er links en rechts een buitentrap met smeedijzeren leuning naar de eerste verdieping. Die achterkant is trouwens de voorkant geworden. Aan die kant van het gebouw staat ook een meermaals verbouwd koetshuis.

w5

De Coene

Het landhuis is veel verbouwd. Waarschijnlijk tijdens de Eerste Wereldoorlog werden er twee bunkers bijgebouwd.

In 1920 kocht meubelindustrieel Jozef De Coene het landhuis, met de bedoeling er zijn buitenverblijf in te richten, en hij herdoopte het 'Kasteel' tot het meer burgerlijke 'Ma Campagne'. Hij restaureerde het bestaande landhuis, maar bouwde er heel wat tegenaan. Zo kwam er een zijvleugel met onder meer een atelier met groot noordervenster - om als schilder over constant licht te kunnen beschikken - en een rond uitspringend zomersalon. Bovenop de bunkers liet hij terassen aanleggen. Jozef De Coene bleef er wonen tot aan zijn overlijden.

Het landhuis is beschermd als monument bij besluit van de Vlaamse Executieve van 9 maart 1983.

w7

Kasteeldomein

Het 'kasteel' ligt in een domein dat uitvoerig is beschreven in het standaardwerk 'Historische parken en tuinen. Kortrijk' van Paul Debrabandere, 1992 (p. 122-128). Het domein paalt ten zuidoosten aan de Bruyningstraat (op een steenworp van de Ring R8). Daar was oorspronkelijk de hoofdingang van het domein. Overwoekerd door struikgewas is er nog de vroegere toegangspoort.

w8

In dat gedeelte van het domein ligt de tot vijver verbrede gracht met twee aanlegsteigers en een stenen brug. Aan de brug wordt de wacht gehouden door een vrouw met hoorn des overvloeds. Op het gazon aan die kant van het 'kasteel' staan verschillende merkwaardige hoogstammen, o.m. een Oosterse plataan.

Aan de zijde van de Wolvendreef was er een boomgaard aan de overkant van de gracht. Aan de noordkant is er een kleine dreef met smeedijzeren vleugelpoort geflankeerd door twee paviljoentjes voor duiven. De huidige ingangspoort geeft uit op een binnenplaats met twee Franse plantsoenen. Vervolgens kom je in een grote tuin met pergola en klein waterbassin met beeld van een meisje. Aan de westkant van het park was er ooit een verlengd gedeelte van een beek, thans toegeslibt. Nog te zien is de brug over die beek, met 19de-eeuwse schildhoudende leeuwen.

w6

Doornroosje

Het landhuis is ondertussen aan enige renovatie toe. Het begint er meer en meer uit te zien als het kasteel van Doornroosje, voordat de prins haar kwam verlossen uit haar honderdjarige slaap. Het is de vraag of promotor Samainvest die moedige prins zal zijn, die erin slaagt het historische domein tot nieuw leven te wekken.

Samainvest wil het domein verkavelen. Volgens het gewestplan Kortrijk ligt het domein in een 'woonpark', dat is een zone waarin de woondichtheid kleiner is dan elders en er verhoudingsgewijs veel meer groen is. De promotor heeft voorzichtigheidshalve zijn verkavelingsplan uitgewerkt in samenspraak met het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed. Het resultaat is een woonparkverkaveling, waarbij de parkambiance rond het landhuis zoveel mogelijk wordt gevrijwaard. Kavels en ontsluitingswegen worden daarin optimaal geïntegreerd. Niemand minder dan landschapsarchitect Wirtz - ook actief voor Stad Kortrijk in de binnenstad - werd aangezocht voor de opmaak van het inrichtingsplan. 

w9

Volgens dat plan wordt het domein verdeeld in 6 loten. Het 'kasteel' blijft behouden als lot 6 - oef, het wordt niet gesloopt! Lot 5 is het bestaande tuinmanshuisje, dat ook bewaard blijft. Vier kavels van 1500 à 2400 m² worden uit de domein geknipt. Twee van die stukken bouwgrond liggen tegen de Bruyningstraat aan, twee tegen de Wolvendreef.

Op de kavels nieuwe bouwgrond mag er slechts gebouwd worden op ruime afstand van de perceelsgrenzen. Er zijn alleen villa's toegelaten, en er mag niet meer dan 250 m² bebouwd worden, alles inbegrepen. De beplanting moet conform het tuinplan van Wirtz zijn en dat wordt gecontroleerd door een syndicus die zal worden aangesteld.

Vogelreservaat

 Bij het openbaar onderzoek kwamen vijf bezwaren binnen van buren. Dat is veel, gezien de schaarse bewoning in de omgeving. De buren vrezen wateroverlast als de beek verder wordt gedempt en als het glooiende terrein wordt genivelleerd. Zij vrezen ook dat hun uithoek geen stabiele aanvoer van elektriciteit meer zal hebben als die nieuwe villa's erbij komen. Voorts denken zij dat de inrichting van die kavels te veel monumentale bomen zal doen sneuvelen en dat de Wolvendreef zijn dreefachtig karakter zal verliezen. Ook menen zij dat het rustige domein dienst doet als vogelreservaat en de buren komen op voor de gevederde fauna.

w10

Het stadsbestuur heeft die bezwaren onderzocht en grotendeels ongegrond verklaard. Wel voegt het stadsbestuur aan het dossier de voorwaarden toe dat de bestaande grachten optimaal behouden moeten blijven en dat het bestaande groen zoveel mogelijk moet gerespecteerd worden. Gerooide bomen moeten gecompenseerd worden met nieuwe aanplantingen. De terreinnivelleringen moeten tot het uiterste beperkt blijven en de natuurlijke helling moet behouden worden.

Volgens het stadsbestuur is het dreefkarakter van de Wolvendreef niet in gevaar; de breedte van de ontsluitingsweg wordt beperkt tot 4 meter en aan beide kanten komt een bomenrij. De stad wijst erop dat de promotor kan uitpakken met een akkoord van het Vlaamse Agentschap Onroerend Erfgoed en koestert grote verwachtingen in de aanbreng van landschapsmeester Wirtz. De vogeltjes gaan onder de veranderingen niet veel te lijden hebben omdat de nieuwe bouwkavels aan de rand van het domein liggen, waardoor het park zoveel mogelijk ontzien wordt. 

Compound

Persoonlijk meen ik dat de exclusieve verkaveling, hoe behoedzaam ze ook wordt uitgevoerd, hoe dan ook het historische park geen deugd zal doen. Het 'kasteel' zal veel van zijn allure verliezen als zijn domein wordt teruggebracht tot een, zij het dan riante, villatuin. Maar anderzijds staat dat landhuis daar toch maar te verkommeren. Wellicht is het park, dat veel en duur onderhoud vergt, veeleer een beletsel om kopers te vinden die het willen instandhouden. Door dat domein op te delen in zes stukken krijgen kasteel en parklandschap misschien nieuwe levenskansen. Het stelt mij gerust dat het Vlaams Agenschap voor Onroerend Erfgoed een oogje in het zeil houdt.

 

w11

 
Overigens is de Wolvendreef meer dan een bezoekje waard. Te weinig mensen, ook de Kortrijkzanen niet, weten die merkwaardige buurt te vinden voor een wandeling door weelderig groene dreven, kasten van villa's en open grachten, restanten van de bleekweiden van de familie Condé. Dit stukje Kortrijk, verschanst achter een aarden geluidsberm van de Ring en achter de autostradebrede Condédreef, heeft dan ook wel iets van een compound, een omheinde woonwijk in een of ander derdewereldland - alleen de slagbomen en de privé-bewaking ontbreken nog. Maar respecteer bij de wandeling de privacy van de bewoners.
 

w12

Laat dit je niet ontmoedigen voor een ontdekkingstocht. Behalve het 'Kasteel van Walle' kun je er nog drie andere merkwaardige stukken onroerend patrimonium ontdekken. Naast het kasteeldomein staat op nummer 73 een houten bungalow, vervaardigd door de firma De Coene en, naar het schijnt, van binnen gedecoreerd met schilderijen van Saverys (de expressionistische Leieschilder die ook in het Textielhuis aan de slag is geweest. Nummer 20 is de historische hoeve "Hof ter Walle". In 1944 is ze grondig verbouwd naar plannen van P. en J. Viérin (Kortrijk) voor textielbaron De Stoop, waardoor het authentieke hoeve-uitzicht verdween. Maar de enorme villa mag er ook zijn.

En nummer 63 is het zogenaamde domein "Isengrim". Van voor 1780 tot na 1807 was dat de blekerij van de familie Condé, waarvan enkele sloten behouden zijn gebleven. Het woonhuis met jaarankers 1799 is vergroot in 1919, maar thans zijn weer grondige verbouwingswerken aan de gang.

W2

20:29 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

25-02-07

Kortrijkse stadswandeling: rood textiel - eerste deel

De Kien1

Wat volgt, is een eerste deel van een onafgewerkte stadswandeling in Kortrijk. Op zaterdag 3 maart 2007 wordt de geleide wandeling uitgetest. Met een 30-tal belangstellenden loop ik het volgende parcours af. Omdat het niet de bedoeling is dat ik als enige alle groepen begeleid, heb ik een tekst gemaakt die andere gidsen naar goeddunken kunnen gebruiken. Ik publiceer de tekst hier - het tweede deel wordt binnenkort ingevuld - zodat iedereen met die tekst ook op zijn eentje de wandeling kan aflopen. Veel plezier toegewenst! 

 

textielhuis1

 

Afspraak en start in het Textielhuis, Rijselsestraat 19 in Kortrijk.


  1. Textielhuis: verwelkoming en “wat staat er u te wachten op de verkenningstocht?”


Zonder de textiel zou Kortrijk niet geweest zijn wat het nu is. Meer zelfs, zonder de textielbedrijvigheid zou Kortrijk wellicht niet bestaan hebben. De textiel, Kortrijks eerste en nog altijd belangrijke economische activiteit, heeft in onze stad een zeer bewogen geschiedenis gekend. De textielgeschiedenis in Kortrijk is roder dan textielbarons en stadsbestuur willen toegeven. We gaan een wandeling door de stad maken op zoek naar de talrijke sporen van de bedrijvigheid waarmee Kortrijk rijk werd. Die sporen onthullen ook de uitbuiting en de verdrukking, en de sociale bewustwording daar het gevolg van was.


We gaan van het ene grote verhaal naar de andere boeiende vertelling stappen. Onderweg komen de historische herinneringen boven, zoals in bloed gesmoorde opstanden van weversknechten, The Golden River, een Engels vlaspaleis, een oude weverij in een door Franse revolutionairen onteigend klooster, een socialistische pionier, een verdwenen 'strontpartje', een park waarvoor honderden arbeidersgezinnen dakloos werden, de wieg van Lucky Luke, en een beluik waar de tijd is stilgestaan. Maar evengoed gaan wij merkwaardige voorbeelden van reconversie opmerken. Zoals een stijlvol vrijzinnig ontmoetingscentrum in een oude weverij en een rood (!) plein voor euromiljonairs op de gronden van een gesloopte ververij. Kortom, we ontdekken een ander maar daarom niet minder interessant Kortrijk dan dat van de toeristische dienst.


De wandeling duurt twee uur. Onderweg pauzeren wij even in een interessant café. We eindigen de verkenningstocht weer hier in het Textielhuis, waar we nog even kunnen napraten in het prachtige decor van een van de weinige overgebleven 'grand cafés' van Kortrijk.


Boudewijn IX


Vertrekkend vanuit het Textielhuis stappen wij naar het stadhuis, op de hoek van de Rijselsestraat en de Grote Markt. We gaan het stadhuis binnen naar de Oude Schepenzaal op de benedenverdieping. Als de zaal bezet is – het is de trouwzaal van het stadhuis! - richten we onze blikken op de gevel van het stadhuis.


  1. Stadhuis, Oude Schepenzaal: Kortrijk ontstaan als sweatshop van de graven van Vlaanderen

We zijn nu in het stadhuis van Kortrijk, de zetel van het stadsbestuur. In dit historische gebouw is nog altijd de vergaderzaal van de gemeenteraad. Voor het overige worden de zalen en ruimten hoofdzakelijk gebruikt voor allerhande plechtigheden en officiële recepties.


Het stadhuis is het resultaat van talrijke verbouwingen. De gevel ziet er middeleeuws uit, maar dat is nep. Het is een neo-gotische reconstructie die een beetje gelijkt op de gevel die het veel kleinere schepenhuis had in de middeleeuwen. Voor die reconstructie in 1875, toen de neo-stijlen grote mode waren in België, heeft men een mooie en sobere classicistische gevel van 1807 in de tijd van de Franse revolutie afgebroken. In 1959 is de gevel nogmaals gerestaureerd.


Vroeger was dat hier, zoals al gezegd, het schepenhuis van Kortrijk. De schepenen waren zowel rechtbank als stadbestuur als stadswetgever als militair bestuur van de stad en omliggende. Ze kwamen allemaal uit dezelfde rijke families. Democratisch was dat allerminst. Die schepenen vergaderden in het zaaltje dat nu gebruikt wordt als trouwzaal. Het enige wat nog uit de tijd van de oude schepenen stamt is de schouw, met allerlei verwijzingen naar de functie van rechtbank.


              


In de trouwzaal: Maar daarvoor heb ik u niet naar hier gebracht. Kijk eens naar die indrukwekkende muurschilderingen. Ze dateren van 1873 en zijn van de hand van Jan Swerts, de latere directeur van de Academie van Praag en van Godfried Guffens, een Limburger die schilderde in de stijl van de Duitse romantiek en die bevriend was met beroemdheden zoals de componist Franz Liszt. De schilders van die stijl waren verzot op uitbeeldingen van het grootse verleden. Wat Guffens hier heeft uitgebeeld, is het vertrek van de graaf van Vlaanderen, Boudewijn IX op kruistocht vanuit zijn kasteel in Kortrijk in 1202. De graven hadden overal kastelen staan, maar die Boudewijn verbleef graag in Kortrijk.


              


Als de trouwzaal niet vrij is, voor de gevel: Kortrijk heeft zijn ontstaan als stad te danken aan de graven van Vlaanderen, de krijgsheren die hier de macht hadden. Die graven hebben de stad opgericht om hun zakken te vullen en als ze soms voor voorspoed hebben gezorgd, waarop ze dan belastingen konden innen, hebben ze ook voor veel onheil gezorgd voor Kortrijk. Maar goed, het stadsbestuur vond het bij de verbouwingswerken van 1875 nodig om die krijgsheren af te beelden op de gevel van het stadhuis. De beeldhouwer van dienst was Constant De Vreese.


Wat ons interesseert, zijn de beelden 8 en 9 te rekenen vanaf de ingangspoort van het stadhuis. De stoere vechtersbaas op nummer 8 is graaf Boudewijn IX, in functie van 1194 tot 1205. Op nummer 9 staat zijn dochter Johanna met de eigenaardige bijnaam 'van Constantinopel'. Dank zij Johanna van Constantinopel zijn Kortrijk en textiel altijd één begrip geweest.


              


Kortrijk bestond rond het jaar 1200 amper 100 jaar als stad. Kortrijk is altijd een militaire versterking geweest, al van in de tijd van de Romeinen. Er was hier immers een knooppunt van belangrijke wegen, er was een overgang over de Leie en de Leie zelf was eveneens een belangrijke verkeersader. Ook de graven van Vlaanderen, krijgsheren die aan de macht waren gekomen in de woelige jaren van de plundertochten van de Noormannen, hadden hier van in den beginne een machtige burcht. De omvang van het domein van de graaf is nog te zien in het stratenpatroon. De bolle kant van de Grote Markt was de zuidgrens van dat domein.


In een smalle strook rond dat domein hebben zich mensen gevestigd die bescherming zochten. Op een bepaald moment, ergens in de jaren 1100, heeft de graaf aan die smalle strook rond zijn domein voorrechten gegeven. Op het platteland waren de mensen niet vrij. Ze moesten boeren en zorgen dat er genoeg opbrengst was voor de heren. De rest mochten ze houden om te overleven. Ze behoorden tot de grond; ze hadden het recht niet die grond te verlaten. De stadsbewoners ontsnapten aan die slavernij. Zo een stad was voor de graven een goede investering. Zij konden belastingen innen op de economische bedrijvigheid die ontstond in die vrijzones. De stad rond hun burcht was ook een bufferzone om de eerste slagen op te vangen van vijandelijke legerbenden.


Of de stad trots mag zijn op Boudewijn IX is twijfelachtig. Zijn kruistocht is nog meer dan de andere uitgedraaid op een gigantische plundertocht. Ze zijn niet verder geraakt dat Constantinopel, de toenmalige hoofdstad van het Oost-Romeinse keizerrijk. Constantinopel is het huidige Istambul. Onze Boudewijn heeft zich daar in mei 1204 laten uitroepen tot keizer. In de chaos van aanhoudende plunderingen en gevechten is hij na een jaar verdwenen, op rooftocht bij de Bulgaren.


Zijn dochter die hier is afgebeeld [bij het afscheid van haar vader], is Johanna van Constantinopel. In de jaren dat zij gravin was (1205-1244), was er weer eens een van de vele oorlogen tussen de Franse koning, de Engelse koning en het graafschap Vlaanderen. In die oorlog werd Kortrijk zo verwoest door de Franse koning, in 1213, dat het stadje niet meer bestond. De bevolking was uitgemoord of weggevlucht. Johanna van Constantinopel heeft al het mogelijke gedaan om de stad weer te bevolken. In 1217 heeft zij de belastingsvoordelen uitgevaardigd voor wie opnieuw in Kortrijk durfde komen wonen. In 1224 heeft zij grote voordelen geschonken aan de eerste 50 wolbewerkers die zich in Kortrijk wilden komen vestigen. Kortrijk dankt daarmee zijn voortbestaan aan de textielbedrijvigheid. Zonder de textiel, waaruit de graven stevige belastingsinkomsten hoopten te verkrijgen, was Kortrijk er misschien niet meer geweest.


Als we nu het stadhuis verlaten, kijk dan eens naar de Halletoren op de Grote Markt. Het torentje is het belfort van Kortrijk en bekroonde eertijds de eerste lakenhalle van de stad. In die halle konden de Kortrijkse wevers hun stoffen aanbieden aan voorbijkomende kooplui. Het was een onmisbaar instrument voor de export van onze wollen stoffen, ook draperie genoemd. De eerste textielbedrijvigheid in Kortrijk was dus de wolweverij. Die geweven luxestoffen noemde men laken of draperie. Het Kortrijkse laken had enige vermaardheid in het buitenland, tot in het middellandsezeegebied, maar onze draperie was toch maar een klein broertje in vergelijking met die van Gent en Ieper.


ramen


We keren eventjes op ons stappen terug en gaan de Papenstraat binnen. We dalen af in de vroegere winterbedding van de Leie. Aan de Oude Kasteelstraat en de Stovestraat wordt onze aandacht getrokken door een steegje met de naam “De Ramen”.


  1. Ramen: Kortrijks eerste industriegebied

Stad Kortrijk was in het begin niet groter dan een strook tussen de Grote Markt en het einde van de Rijselsestraat, waar de Rijselpoort stond op wat nu het Louis Robbeplein wordt genoemd (maar geen plein is maar een lelijk druk kruispunt). In oostelijke richting stopte de stad aan de Doorniksepoort waar nu de spoorwegtunnel is. Het stuk tussen de Rijselsestraat en de Leie lag lang braak. Misschien omdat het een natte helling was, een overstromingsgebied voor de Leie. In die uithoek vestigde men op de duur de ambachtelijke activiteiten die te vuil of te stinkend waren voor de woonwijken.


Een van die activiteiten was het kleuren van het laken. Dat ambacht werd bedreven door de volders, de mannen met de blauwe handen. Die stoffen ondergingen verschillende bewerkingen, de ene al smeriger en ongezonder dan de andere. Na bepaalde bewerkingen, bijvoorbeeld na een ontvettende spoeling, werd de stof opgespannen op grote houten ramen om te drogen en te verluchten. Daar komt ook de naam van het steegje van.


Aan de smalle straatjes kun je zien dat deze wijk een van de oudste van de stad is. Onder de huizen zitten dikwijls nog oeroude kelders, gangen en funderingen. Dat kun je zien onder de kleine ruïne achteraan de braakliggende grond die als parking wordt gebruikt. De Ramen liepen ooit door tot in de Rijselsestraat, tot rechtover het Textielhuis. Het straatje werd een steegje toen in 1583 de paters Jezuïeten naar Kortrijk werden gehaald om de bevolking na enkele jaren van protestants bewind weer katholiek te maken. Het toenmalige stadsbestuur had daar veel geld en grond voor over. Zo werd onder andere het straatje halverwege gebarricadeerd voor de bouw van het Jezuïtenklooster, dat enkele jaren geleden werd opgedoekt maar waarvan de gebouwen bewaard zijn gebleven.


Het steegje was in de 19e eeuw een van de achterbuurten van Kortrijk, waar tientallen grote arbeidersgezinnen in kleine vochtige huisjes hokten. Het straatje werd pas in 1827 voorzien van een wegdek. Op het einde van het steegje liggen de oude gele kasseien van toen er nog altijd.


Tot voor enkele jaren was de Papenstraat de rosse buurt van Kortrijk. Intussen zijn de laatste stripteasebars en rendez-voushuizen een voor een gesloten. Ook die functie was zeer oud. Een van de zijstraatjes van de Papenstraat is de Stovestraat. Een stoof was in de middeleeuwen een openbaar badhuis, waar men zonder schaamte zeer schaars gekleed naartoe ging. Van het ene kwam soms het andere.


kasteelkaai


We dalen verder af naar de Leie, door het smalste deel van de Papenstraat, vroeger het Rozenstraatje genoemd. We komen uit op de Dolfijnkaai. We lopen linksaf door naar de Kasteelkaai.


  1. Kasteelkaai: de weversopstanden van 1419 en 1741, Jan Salade en Pierre Carrette

Op de oever waar de Leie de stad binnenstroomde bouwde hertog Filips de Stoute, ook graaf van Vlaanderen, tegen 1404 een nieuw kasteel. Het oude, gelegen aan de andere kant van de stad, ter hoogte van de Broeltorens, was verwoest door de Vlaamse graaf zelf bij een van de opstanden van stad Gent tegen zijn gezag. Kortrijk werd als bondgenoot van Gent tot op de grond verwoest en platgebrand door Franse troepen, Bretoenen, die de Vlaamse graaf kwamen ondersteunen.


Hertog Filips de Stoute liet een nieuw kasteel bouwen op de stadsmuren aan de naar Frankrijk gerichte kant van Kortrijk. De hertog was weer vijand met de Franse koning hoewel zijn voorgangers door die koning gered waren aan het hoofd van hun graafschap. Het kasteel was ook gericht tegen lokale onlusten.


In 1419 waren er van die onlusten. De volders mochten van de hertog meer vragen voor hun werk aan de wevers. Het was crisis in de lakensector en een deel van de wevers kwamen in opstand. De rijke wevers wilden niet meedoen aan de staking en een van hun leiders werd doodgeslagen. De leiders van de opstandelingen verschansten zich in de toren van de Sint-Maartenskerk waar ze bijgestaan werden door honderden aanhangers die de wacht hielden rond de kerk. Uiteindelijk is de staking en opstand bloedig neergeslagen door troepen die het stadsbestuur van elders, onder andere van Gent liet overkomen. Elf muiters werden op de Gemene Weide – dat is een gebied buiten de stadsmuren achter het nieuwe kasteel – geradbraakt en onthoofd. Hun hoofden werden als waarschuwing tentoongesteld aan de stadspoorten.


Dergelijke sociale opstanden waren er geregeld in Kortrijk.


Nemen we een voorbeeld van 500 jaar later. De oogsten waren dat jaar tegengevallen en de graanhandelaars profiteerden daarvan om te speculeren en hun prijzen op te drijven. Er ontstond een echte hongersnood. Honderden mensen stierven van ontbering. Precies in die dramatische omstandigheden was er ook crisis in de textiel. De handelaars kochten bijna geen stoffen meer op zodat de meeste weversknechten zonder werk vielen. Er brak een opstand uit. Uit Gent en Oudenaarde werden 250 dragonders opgetrommeld om de onrust neer te slaan. Omdat men schrik had dat het ervaren werkvolk zou uitwijken naar andere steden, zijn de leiders niet streng gestraft. Alleen de hoofdman werd voor twee jaar uit het graafschap Vlaanderen verbannen. De man heette ... Pierre Carette.


Een andere leider van de weversopstand werd in latere kronieken Jan Salade genoemd. Ik durf te wedden dat het eigenlijk Jean Salaud was (Jan de smeerlap), een Frans scheldwoord. Hij werd voor maanden opgesloten in de stadsgevangenis. De rijke burgers van Kortrijk haatten al wie zich durfde verzetten tegen uitbuiting en verdrukking.


Aan de overkant van de Leie zien wij de restanten van een fabriek waar we zeker naartoe moeten. Het is de vlasfabriek van De Kien, waarover straks meer.

 

gerechtshofbrug

 

We volgen de historische Leie stroomopwaarts, over de Handelskaai naar de Gerechtshofbrug. Onderweg bekijken we de vorderingen van de Leieverbredingswerken, die al meer dan tien jaar aanslepen. Over de brug richten we onze stappen naar een imposant gebouw aan de rechterkant van de Noordstraat.


  1. Gerechtshofbrug: The Golden River

We staan nu op de brug die in Kortrijk met enige pretentie de “Gerechtshofbrug” wordt genoemd. Nochtans hebben wij in Kortrijk geen gerechtshof – dat is een tribunaal waar een hof van beroep zetelt – maar slechts een rechtbank van eerste aanleg. Binnenkort wordt die brug afgebroken en vervangen door een indrukwekkende tuikabelbrug waaronder een verbrede Leie zal stromen.


Aan de Leie is in Kortrijk dikwijls gewerkt. De historische Leie is die vertakking die tussen de Broeltorens loopt. In de middeleeuwen is een aftakking gegraven als een stadsgracht om een deel van Overleie te beschermen: het klein Leieke. Van 1912 tot 1917 is die aftakking verbreed en doorgetrokken tot aan de Groeningebrug. Van dan af was de nieuwe Leie de vaargeul en niet meer de oude Leie.


Zoals gezegd bestond de textielbedrijvigheid in Kortrijk in het begin vooral uit het weven van wol. De draperie ging rond 1500 evenwel ten onder in een zware crisis. Gelukkig had zich tegen dan een nieuwe textielbedrijvigheid ontwikkeld: de vlasbewerking en het weven van vlasweefsels of linnen. Kortrijk stond bekend voor zijn tafellakens en servetten. Een gegeerde specialiteit was de damast, linnen waarin in dezelfde kleur desseins werden geweven die men kon zien als men er naar keek vanuit een scheve hoek. In tegenstelling tot de wolbedrijvigheid – waarvoor men wol van elders moest invoeren en die men elders liet spinnen – werden alle onderdelen van de vlasverwerking in Kortrijk uitgevoerd, van het roten van de vlasstengels tot het verweven van vlasgaren tot linnen stoffen.


Om van vlas garen te maken moeten eerst de zachte vezels losgemaakt worden uit de harde stengel van de plant. In Kortrijk had men al rap uitgevonden dat men het rapst die harde stengels kon laten wegrotten in het niet al te propere Leiewater. In grote bakken, 'hekken' genoemd, liet men balen vlas in de Leie zakken. Natuurlijk was dat roten niet bevorderlijk voor de kwaliteit van het Leiewater. Het stonk in Kortrijk, maar het bleef stinken waar het water naartoe vloeide. In 1857 organiseerde stad Gent een grote petitie gericht aan de minister van Openbare Werken om dat roten in de streek van Kortrijk te verbieden. Er kwam alleen een verbod om 's winters in de Leie te roten. Pas in 1943 is het roten definitief verboden. Vanaf dan rootte men alleen nog maar zogezegd kunstmatig, in rootputten met verwarmd water.

 

Grote afnemers van zowel vlas als afgewerkte producten waren de Engelsen. Zij hadden in Kortrijk zelfs een handelaarssyndicaat: “The Linnen Thread Company”. In 1913 bouwde die compagnie het grootste vlasmagazijn van Kortrijk, met een gevelbreedte van 37 meter. Tot voor kort was hier de Euroshop, maar nu staat het leeg. Hopelijk vindt men een andere bestemming. Het zou jammer zijn als dit industrieel erfgoed zou verdwijnen.


De Engelsen keken met grote bewondering naar de werking van het Leiewater in het rootproces. Van hen komt de bijnaam voor onze rivier: The Golden River. Maar dat 'gold' was niet voor iedereen weggelegd. Hoewel er honderden Kortrijkzanen werk vonden in het vlas, waren het maar enkele bazen die er rijk van werden.


De Kien2

 

We nemen de eerste straat rechts van de Noordstraat: de Recollettenstraat en dan opnieuw rechts de Gasstraat in. We houden halt aan het oude industriële complex op het einde van de straat.


  1. De vlasfabriek van Léonard De Kien: de staking waarvoor Jef Coole werd gevangen gezet

men13

 

We lopen de Gasstraat af in de andere richting en slaan aan de Meensepoort rechtsaf de veel te brede Meensestraat in.


  1. Meensestraat: overleven op Overleie, fabrieken en partjes

Adams poortje

 

Tijd om terug te keren naar het centrum van de stad. We slaan aan Sint-Jansput rechtsaf de Overleiestraat in. Eerst nemen we nog een kijkje in het Amsterdamspoortje.


  1. Het Amsterdamspoortje:  waar de tijd bleef stille staan

mozaïek2

 

We lopen verder de Overleiestraat af en na het Sint-Amandsplein voorbijgegaan te zijn, gaan we aan de rechterkant binnen in de poort van een statig burgershuis, waar nu het Vrijzinnig Ontmoetingscentrum De Mozaïek is gevestigd. Als het open is, houden wij even een rustpauze bij een drankje.


  1. De Mozaïek: een doornroosje van een textielfabriek wakker gekust

 

Op het einde van de Overleiestraat steken we de Nieuwe Leie over via de Budabrug en we slaan onmiddellijk linksaf de Dam in.


  1. Dam: het klein Leieke

Guldenbergplantsoen2

 

Aan het huis van Stefaan De Clerck steken wij opnieuw de Oude Leie over via het houten Kalkovenbrugje. Achter het prestigieuze flatgebouw van bob Van Reet botsen we op een geheel nieuw stadsplein in baksteen: het Guldenbergplantsoen.


  1. Guldenbergplantsoen: nieuw stadsplein op gronden van oude fabriek

OLVkerk

 

Via het Guldenbergplantsoen lopen wij achter de oude achterkanten van de herenhuizen van de Groeningestraat naar de tuin van Messeyne. Nadat we door de tuin zijn gewandeld, over een romantisch brugje boven een even romantische vijver, bereiken wij door de poort van Hotel Messeyne de Groeningestraat. We gaan naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk, een restant van de grafelijke burcht in Kortrijk.


  1. Onze-Lieve-Vrouwekerk: de grafelijke burcht waarrond Kortrijk ontstond

 

Via de Begijnhofstraat, het Kapittelstraatje en een laatste stukje Onze-Lieve-Vrouwestraat komen wij weer op de Grote Markt uit, precies op het stuk waar men vroeger het schavot pleegde te zetten.


  1. Grote Markt: een schavot aan het Kruis

 

Tijd om er een te gaan pakken. Waar kunnen wij dat beter dan in het nabijgelegen Textielhuis in de Rijselsestraat? Gewoon rechtdoor lopen.


  1. Textielhuis: ontmoetingsplaats van rood Kortrijk

Overal elders hadden de socialisten vroeger volkshuizen of germinals maar in Kortrijk hebben we een Textielhuis. De meeste van die volkshuizen zijn intussen gesloten, ook bij de concurrentie van de christelijke arbeidersbeweging trouwens. In Kortrijk niet.

19:43 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: stadswandeling, kortrijk, textiel |  Facebook |

02-11-06

Binnenkort hier: Een stadswandeling "Rood textiel"

textielhuis2

In opdracht van Linx+, de cultuurvereniging van het ABVV, ben ik een Kortrijkse stadswandeling aan het uitwerken. De 'rode' draad is textiel, vanuit rode inspiratie bekeken.

De textiel in Kortrtijk is roder dan textielbarons en stadsbestuur willen toegeven. Een wandeling door de stad toont je talrijke sporen van de bedrijvigheid waarmee Kortrijk rijk werd. Die sporen onthullen ook de uitbuiting en de sociale bewustwording waarmee die opgang gepaard ging.


Een gids leidt je van het Textielhuis, een authentiek rood 'grand café', de stad in en toont je op onvermoede plekken allerlei bezienswaardigheden. Zo stap je van het ene grote verhaal naar de andere boeiende vertelling. Onderweg komen de historische herinneringen boven, zoals een in bloed gesmoorde weversopstand, een Golden River, een oude weverij in een door Franse revolutionairen onteigend klooster, een socialistische pionier, een Engels vlaspaleis, een verdwenen 'strontpartje', een park waarvoor honderden arbeidersgezinnen dakloos werden, de wieg van Lucky Luke, en een beluik waar de tijd is stilgestaan. Evengoed heeft de gids oog voor merkwaardige voorbeelden van reconversie: een stijlvol vrijzinnig ontmoetingscentrum in een oude weverij en een rood (!) plein voor euromiljonairs op de gronden van een gesloopte ververij. Kortom, je ontdekt een ander maar daarom niet minder interessant Kortrijk dan dat van de toeristische dienst.


Terug in het Textielhuis kun je genieten van de uitgebreide drankenkaart en het dagverse suggestiemenu van een sociale-economieproject van het ABVV. In het schitterende decor zijn allerlei verwijzingen verwerkt naar de textielnijverheid en de lambrisering is opgefleurd met werken van Leieschilder Albert Saverys.

Binnenkort hierover meer.... Om jullie alvast wat verlekkerd te maken, deze spookachtige fabriek waar de deelnemers aan de ontdekkingstocht een heroïsch verhaal te horen krijgen.

De Kien1

21:05 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: kortrijk, rood kortrijk, ontdekkingstocht, stadswandeling |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende