03-12-05

ZONDAG 4 DECEMBER 2005: de stadswal van Kortrijk

Neen, Kortrijk heeft geen stadswal meer. Onze stad is niet zoals Menen, waar men enkele jaren gelden grote delen van de oude vestingen terugvond in achtertuinen en ze weer heeft blootgelegd en opgeknapt. Toch is er nog een onvermoed plekje, waar een miniem stukje vestinggracht en wal is bewaard gebleven. Daar gaan wij vandaag naartoe.

 

In een uithoek van het Astridpark op Overleie is er een vijver die door de èchte Overleienaars “’t Walje” wordt genoemd, het walletje dus. Met ‘wal’ bedoelen ze wel degelijk de plas en niet de aarden berm die op de oostelijke oever ligt. Dat is een eigenaardigheid die in ons dialect consequent wordt toegepast. Zo zegt men in Kortrijk: “Hij reed met auto en al in den dijk” en men bedoelt het water achter de dijk (de opgehoogde oever, het land dus). Heeft ’t Walje iets met de vroegere stadsgrachten te maken? Inderdaad.

 

Vauban

 

Kortrijk was ooit een vestingstad. De stad lag immers in het betwiste grensgebied waarin wisselende coalities het opnamen tegen de Franse koning. Voor Kortrijk kun je niet alleen de 14e eeuw ‘waanzinnig’ noemen, maar nagenoeg alle eeuwen tot aan de Franse revolutie.

 

Het Verdrag van Regensburg, 1684, tussen Frankrijk en de Habsburgers (Spaans-Oostenrijkse keizerrijk) liet de Franse legers vertrekken uit Kortrijk, maar ze moesten wel eerst de fortificaties afbreken. Daarmee verdwenen de middeleeuwse stadsmuren van de buitenomwalling. Er was ook een binnenomwalling uit de tijd dat Kortrijk zoveel kleiner was. Die was al eerder opgekuist. In 1675 had de Franse gouverneur, hoogbaljuw Gui de Pertuis, de binnengrachten van de eerste omwalling persoonlijk cadeau gekregen. Hij heeft ze voor veel geld verkaveld.

 

Maar de Franse legers bleven terugkomen. In 1690 gaven ze de stad nieuwe vestingen, deze keer volgens de toen moderne opvattingen van de Franse oorlogsminister Vauban. De brede wallen werden aangelegd met opgevorderde mankracht uit Kortrijk en omliggende. In 1698 en 1706 werden die vestingen nog versterkt. Ze waren het toneel van de allerlaatste belegering van Kortrijk, in 1744, toen de Franse koningslegers nogmaals de Oostenrijkse landsheertroepen belaagden.

 

Dempen

 

Daarna verloor de stadsomwalling haar militaire functie. Ze behielden een fiscaal nut. Wie de omwalling overschreed met koopwaar, moest taks betalen. De stadspoorten werden stedelijke douanekantoren. Die taksen waren een belemmering voor de economie. Bovendien werd er ‘geblauwd’ dat het niet mooi meer was en het was een courante praktijk dat de octrooibeambten rijkelijke fooien kregen van de invoerders. In 1860 werden de stedelijke octrooirechten van hogerhand afgeschaft. Om het inkomstenverlies te delgen, werd het Gemeentefonds opgericht. Sindsdien krijgen steden en gemeenten jaarlijks een fikse dotatie.

 

Na 1860 had de stadsomwalling geen enkele zin meer. Voor toeristische mogelijkheden had men nog geen oog. Grachten en wallen vormden een belemmering voor stadsuitbreiding. Er staken nogal wat hectaren in die gronden, die van pas konden komen. Ook waren de grachten een gevaar voor de openbare gezondheid. Vuilnis en afvalwater maakten van het stilstaande water stinkende poelen.

 

Het stadsbestuur besloot de wallen af te graven en de grachten te dempen. Dat ging traag, omdat men niet altijd voldoende vulaarde had. Pas in 1894 werd het laatste stuk gracht gedempt, tussen de Brugsepoort en de Leie. Daarop ligt nu de Burgemeester Vercruysselaan. Daarvoor werd aarde gebruikt van de uitgravingen voor de aanleg van de vaart Kortrijk-Bossuit.

 

Boulevard

 

De stadsgracht tussen de Meensepoort en de Brugsepoort werd gedempt tegen 1891. Op de vrijgekomen terreinen werd de ‘Boulevard du Nord’ aangelegd, de Noordlaan, thans Graaf de Smet de Nayerlaan. De Kortrijkse bourgeoisie bouwde aan die laan prestigieuze woningen.

 

De Noordlaan was een onderdeel van de ‘ceinture de boulevards’, een visionair plan van burgemeester Auguste Reynaert (1884-1915). Op de gronden van de vroegere vestingen wou hij een ring bouwen van brede lanen die de Kortrijkse invalswegen met elkaar moesten verbinden. Je vindt die eerste stadsring nog terug in het stratenpatroon. Meer nog, zelfs vandaag wordt het autoverkeer gekanaliseerd op een binnenring die hier en daar het tracé volgt van de ‘ceinture’ van burgemeester Reynaert.

 

Onze ‘boulevard’ is een brede rechte laan met een middenberm en met kastanjebomen. Achter de laan vindt je de Herdersstraat, waarin je in de grillige loop nog de puntige bastionstructuur van de stadswallen van 1690 kunt aantreffen. Vroeger noemde men de straat ‘de carriere’, picardisch-Kortrijks Frans voor karrespoor. Het was oorspronkelijk een aardeweg die de buitenkant van de vestingen volgde. Verder, achter de Herdersstraat, ligt de Weversstraat, die de grens vormt tussen Kortrijk en de deelgemeente Heule. Ooit was het zelfs korte tijd de grens tussen de Oostenrijkse Nederlanden en Frankrijk!

 

‘t Walje

 

Het ‘walje’ in het Astridpark is een overblijfsel van de stadsgracht tussen de Meensepoort en de Brugsepoort. De vijver ligt in de hoek van de Graaf de Smet de Nayerlaan en de Izegemsestraat, tegenaan het Vandammebeluik. Met een beetje fantasie kun je de berm op de oostelijke oever beschouwen als een restant van de aarden stadswal. Als je daarop loopt, zie je de langgerekte vijver wat dieper liggen en het is alsof je op een stadswal loopt (zie foto).

 

Het ‘walje’ maakt thans deel uit van het Astridpark. Dat park is niet aangelegd op gronden van de vroegere vestingen zoals velen denken. Tussen de chique Graaf de Smet de Nayerlaan en de Brugsestraat-Meensestraat lag van oudsher een volkse wijk. Burgemeester Reynaert liet de ganse wijk onteigenen om er het Volkspark aan te leggen dat qua prestige beter aansloot bij zijn boulevard. Hoewel het park een flink stuk verloor bij de verbreding van de Meensestraat-Brugsestraat in de jaren 60 – die iedereen thans betreurt – , is het nog altijd een bezoek waard. In een van de driehoekige uitsprongen die herinneren aan de bastions van weleer, staat een zeer elegant beeld van koningin Astrid, naar wie het park werd genoemd.

 

Het ‘walje’ krijgt zijn water op een wat geheimzinnige manier aangevoerd. Naar de Izegemsestraat toe is er een kunstmatige rots gebouwd, waaruit roestkleurig water sijpelt. Via een kanaaltje loopt dat water naar de vijver, onder een romantische brug in cementwerk door. Om even de sfeer van de 19e eeuw op te snuiven, is het een ideale plek.


23:03 Gepost door Marc Lemaitre | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

't walje The place to be voor romantische trouwfoto's! Vele paartjes poseerden daar met bruidsboeket en brede smile in de jaren 60! Zou leuk zijn om een expo te organiseren met die trouwfoto's.... Wie heeft er nog? Ook de overleienaars die hun " communie " deden werden daar gespot door fotografen van de parochie:))

Gepost door: tine en josé | 08-07-08

De commentaren zijn gesloten.