08-01-06

 ZONDAG 8 JANUARI 2006: de frivole, bakstenen Leiekaaien van Kortrijk

 

Wie de Leie afvaart, zal het geweten hebben dat hij Kortrijk passeert. De boten glijden er tussen bakstenen kademuren door. We staan er niet bij stil, want is er nu een banaler bouwmateriaal dan baksteen? Maar die kaaimuren in baksteen, dat is nogal uniek. In die zin is het een onvermoed typisch aspect van onze stad. Ze dreigden te verdwijnen bij de verbredingswerken aan de Leie in de doortocht van Kortrijk. Maar gelukkig zijn de nieuwe muren ook in baksteen. Toch zijn er verschillen.



De nieuwe kademuren van de verbrede Leiedoortocht in Kortrijk zijn opnieuw in baksteen. Oef, we waren dat uniek bouwkundig erfgoed bijna kwijt. Hoewel in een streek van steen- en pannebakkerijen, baksteen een nogal banaal bouwmateriaal is, vind je bakstenen kademuren op niet veel andere plaatsen.

De oude Leiewerken

De bakstenen muren ontstonden bij de rechttrekking van wat toen de Kleine Leie werd genoemd. Oorspronkelijk volgde de noordelijke arm van de Leie in Kortrijk het traject van de huidige Dam (voor niet-Kortrijkzanen: dat is een straat) en kwam uit in de Oude Leie achteraan de Broeltorens. In 1913 werd gestart met de uitgraving van de 'Nieuwe Leie'. De werken liepen langdurige vertraging op. De vertraging bij de huidige Leiewerken is dus geen nieuwigheid. Toen was de vertraging te wijten aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De Brusselse aannemers E. Charles en G. Ritters voltooiden de bakstenen kaden van de Fabriekskaai, Diksmuidekaai en Ijzerkaai in 1920. De werken kostten 767.000 frank.

De Nieuwe Leie kwam uit aan het Leiepark, thans Koning Albertpark. Dat park en de woningen errond (met pareltjes van interbellum-architectuur ertussen) werd aangelegd op een gedempte Leiekronkel en op dezelfde plaats was ook het allerlaatste stukje stadsgracht en het uiteinde van de Vaart Kortrijk-Bossuit toegegooid. Dat opvullen gebeurde onder meer met vuilnis. Tot 1930 was daar in de omgeving een 'vettekaai' actief, een stedelijk stort. Datzelfde, intussen overdekte en vergeten stort, zorgde bij de Leieverbredingwerken voor een onaangename verrassing, voor meer dan een half miljard frank extra kosten en voor een aanzienlijke vertraging.

De huidige Leiewerken

De huidige Leiewerken in Kortrijk zijn met jaren achterstand van start gegaan op 26 september 1997. In 1985 waren de onteigeningen al begonnen. De verbreding van de Leiedoortocht door de Kortrijkse binnenstad vormt het sluitstuk van de bevaarbaarmaking van de waterloop voor schepen tot 1350 ton.

De gigantische opdracht werd Europees aanbesteed. Het is de tijdelijke vereniging Stadsbader-Flamand (Harelbeke)/Herbosch-Kiere (Kallo)/Jan De Nul (Aalst)/CEI Construct (Zaventem) die het laagste bod deed: 1,65 miljard frank (een dikke 40 miljoen euro, alleen voor de constructie). Na alle verwikkelingen (zoals de opruiming van oude storten), prijsstijgingen (bijv. het staal boomt), en het inwilligen van Kortrijkse eisen spreekt men nu van een totale kost van meer dan het dubbele (86,3 miljoen euro, evenwel met inbegrip van de onteigeningen). Bij de start had men goede hoop alle fasen van de opdracht te voltooien tegen 2003. Vandaag zou men al blij zijn als alles in 2010 achter de rug is.

Frivoliteiten

Zoals gezegd, is een deel van de meerkost toe te schrijven aan het inwilligen van diverse eisen van stad Kortrijk. Op een bepaald moment werkte dat een minister van Openbare Werken (in casu Gilbert Bossuyt) zodanig op de zenuwen dat hij het had over Kortrijkse frivoliteiten. Maar knap bemiddelingswerk van o.m. sp.a-schepen Philippe De Coene kon de plooien weer glad strijken.

Kortrijk heeft niet al zijn eisen binnengehaald. De stad heeft moeten inbinden wat betreft de aanleg van het Albertpark; maar de uitvoering mag toch gezien worden. Evenzo wou het Vlaamse Gewest niet opdraaien voor de bouw van een skatebowl in de IJzerkaai. Geen nood, de stad heeft die bowl dan zelf maar bekostigd. Ook wou de stad ooit een verbinding van de nieuwe westelijke binnenring met de grote ring R8 op het tracé van de N328. Persoonlijk ben ik tevreden dat de Vlaamse overheid geen oren had naar die betwistbare eis.

Toch vind ik het maar normaal dat Kortrijk compensaties krijgt voor de verkeersoverlast en de schade aan het stedelijk weefsel van dergelijke grootschalige werken in zijn binnenstad. De stad heeft heel wat uit de brand gesleept: de westelijke binnenring met inbegrip van een extra brug, de prachtige heraanleg van het Albertpark en de aangekondigde groenaanleg rond de brug van de Westelijke binnenring en op de kop van Buda, de esthetische kwaliteit van alle zeven vernieuwde bruggen (zie nu al de elegante nieuwe Groeningebrug, alias Krommeleirensbrugge), enzovoort.

In het oog springt de na lang aandringen toegestane nieuwe fiets- en voetgangersbrug van de IJzerkaai naar de Diksmuidekaai. Het wordt een s-vormige brug van 207 meter lengte. Die lengte is noodzakelijk als men de vereiste doorvaarthoogte wil overwinnen zonder de gebruikers te verplichten tot olympische klimoefeningen. De stalen constructie is ontworpen door Laurent Ney, winnaar van de Nationale Staalprijs. Prijsplaatje: 4,5 miljoen euro.

Baksteen

En een van de 'frivoliteiten' die het wel gehaald hebben, is precies die bakstenen aankleding van de nieuwe kademuren. In het oorspronkelijke ontwerp waren die kaaimuren bekleed met blokken graniet. Raar maar waar: baksteen is duurder; wellicht door het nodige metselwerk. Het gebruik van baksteen zet een streekeigen traditie voort. Het is nu het moment om nog vlug even, voordat ze worden afgebroken, de kaaimuren van 1920 te gaan bekijken tussen de Budabrug en de Reepbrug (Fabriekskaai op de ene oever en OLV-Hospitaal op de andere). Ze leveren het zoveelste bewijs dat er met baksteen sierlijke architectuur kan gemaakt worden. Het jaagpad slingert zich bijzonder elegant onder de bruggen, gedragen door bakstenen arcaden.

De nieuwe kaaimuren worden dus ook met baksteen bekleed. Er zijn wel enkele opvallende verschillen. De muren zijn opvallend roder dan de oude. Dat komt niet alleen omdat er met verse stenen is gewerkt. Er is eveneens rood voegsel aangebracht tussen de stenen. In de oude muren zit bleek voegwerk. Wie goed kijkt, ziet dat de oude muren van top tot fundament uit baksteen zijn opgetrokken. De nieuwe muren zijn in beton en de bakstenen zijn slechts een bekleding. Die bekleding reikt normaliter niet tot in het water.

Ten slotte worden de kaaien na de verbredingswerken ook heel wat lager dan voorheen. Op bepaalde plaatsen, bijvoorbeeld tussen de Reepbrug en de Budabrug, zijn de kademuren huizenhoog. Dat was verstaanbaar gezien het jaarlijks weerkerende overstromingsgevaar in eerder tijden. Maar de Leie is al geruime tijd grondig gekanaliseerd en daarmee zijn overstromingen zo goed als uitgesloten. Bovendien wilden de landschapsarchitecten (Groep Planning, Brugge) de stad weer wat meer voeling geven met het water.

In de huidige stand van de werken kan je een prachtige promenade maken langs Kortrijks 'Golden River'. Met de oude kaaien maak je kennis in de Fabriekskaai en na het passeren van de Budabrug kom je de nieuwe kademuren tegen. Na een verpozing in het Albertpark beklim je de indrukwekkende Groeningebrug, van waarop je een schitterend uitzicht hebt over de stad. Via het nieuwe Dambruggetje en de nog volop in verbouwing verkerende IJzerkaai kun je terug naar de Budabrug. Je hoeft nog niet direct terug naar huis, want als je de Budastraat inslaat ben je terstond in de historische binnenstad op een boogscheut van de Grote Markt, de winkels en de café's.


Wie belangstelling heeft voor de Leiewerken, wordt op zijn wenken bedient door De Leiegouw. Op donderdag 12 januari 2006 om 20 uur in het Erfgoedhuis, OL-Vrouwestraat 45 in Kortrijk organiseert De Leiegouw daarover een spreekbeurt door kenner en stadsingenieur Frans Van Den Bossche: "De Leiewerken in Kortrijk, vroeger, nu en in de toekomst".

http://www.leiegouw.be



17:57 Gepost door Marc Lemaitre | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

test test

Gepost door: marc | 18-01-06

De commentaren zijn gesloten.