12-02-06

ZONDAG 12 FEBRUARI 2006: Kortrijk op de wereldtentoonstelling van Gent

Voor de onvermoede hoekjes van vandaag moet je eerst eventjes de trein nemen naar Gent. De rechtstreekse treinen rijden 160 km per uur en in 20 minuten sta je in de grote hal van Gent Sint-Pieters. Hoewel het Maria-Hendrikaplein met zijn ronde platanengang lonkt, ga je niet naar buiten. Je gaat naar de vleugel met de loketten en je richt je blik links naar omhoog. Daar zie je ... het Kortrijk van 1913! Wat schiet er nog van over? Daarvoor moet je terug naar de Groeningestad.

 

 

Gent Sint-Pieters

 

Het Sint-Pietersstation is gebouwd voor de wereldtentoonstelling van Gent in 1913. Het was het eerste station van ons land waar de treinen konden doorrijden; alle eerdere stations waren kopstations, zoals nu nog Antwerpen. Architect was Louis Cloquet.

 

De man was een van de voortrekkers van een architectuur die de moderne technieken inschakelde om gebouwen te maken in de trant van meesterwerken uit vroegere tijden. Op de wereldtentoonstelling van Gent pakte België trouwens vooral uit met neostijlen. Een rare mode als je weet dat men 24 jaar eerder op de wereldtentoonstelling van Parijs al een futuristisch gebouw als de Eiffeltoren had ineengeschroefd.

 

Het Sint-Pietersstation is opgetrokken in een eclectische stijl. Dat wil zeggen dat Louis Cloquet stijlelementen uit verschillende perioden van de oudheid en de middeleeuwen in zijn ontwerp verwerkte. Bovendien gaf hij er een oosterse toets aan. Waar andere stations een kathedraal zouden kunnen zijn - dixit Leopold II -, denk je in Gent veeleer aan een moskee.

 

Op de wanden van de zijruimtes van de hal liet Louis Cloquet afbeeldingen aanbrengen van de belangrijkste Belgische steden. Zo konden de honderdduizenden bezoekers van de wereldtentoonstelling ook kennismaken met de Belgische beschaving elders in het land. De 'sgraffito's' zijn het werk van Prosper Cornelis. De steden die zijn uitgebeeld zijn: Gent, Brugge, Ieper, Oudenaarde, Mechelen, Oostende, Antwerpen, Doornik, Bergen, Namen, Luik en Kortrijk. 

 

Kortrijk 1913

 

Een felle lamp maaht het moeilijk om een deftige foto te nemen van de afbeelding van Kortrijk, maar ik heb het toch geprobeerd (zie boven). Er staan 18 verschillende gebouwen op uitgebeeld en dat geeft een mooi overzicht van de gebouwen waarmee Kortrijk in 1913 wilde uitpakken voor het internationale publiek van de wereldtentoonstelling.

 

Het is opvallend dat het in bijna alle gevallen gaat om gebouwen die ofwel recent waren opgericht ofwel recent waren gerestaureerd. Met al die gebouwen in nieuwe 'oude' stijlen (neo), wilde men het grootste verleden van de stad onderstrepen. Maar het is duidelijk dat men een beetje vals speelde.

 

 

Vijf van de 18 gebouwen zijn intussen uit het Kortrijkse stadsbeeld verdwenen; het standbeeld in het midden van de prent, is verplaatst. We lopen het rijtje af.

 

1. De Grote Hallen: werden vernield in het bombardement van 21 juli 1944. Ze waren zwaar beschadigd, maar niet meer dan bijvoorbeeld de Sint-Michielskerk. Toch besloot het stadsbestuur de gelegenheid te baat te nemen om er een plein, het Schouwburgplein, aan te leggen. Onder het plein is thans een ondergrondse parking, onlangs ingekocht door de stad. Het plein is mozaïekvorming bekleedt met bruine kasseitjes maar het blijft eruit zien als ... het dak van een parking, ondanks een breed uitwaaierende fontein van Olivier Strebelle.

 

 

De Grote Hallen waren een authentiek gebouw uit 1549, in Vlaamse renaissancestijl, tweebeukig afgewerkt met trapgevels en een torentje ertussenin. Het was een ontwerp van de Antwerpenaar Peter Theels.

 

 

2. De Groeningepoort: verbindt nog altijd het Plein met het Groeningepark. Het is een bouwsel van 1908, waarvan de stijl aansluit bij de vroeg-gotiek met een spitsboog en kantelen. Architect was Jozef Viérin. Het Groeningepark, in de fantasie van honderd jaar geleden het slagveld van de Guldensporenslag - wat het niet is -, staat trouwens ook afgebeeld op de prent in het Sint-Pietersstation.

 

 

3. Mij onbekend. Prominent op het muurschilderij staat een huis(je) met een mansarde en een zadeldak. Ik heb mij suf gezocht, maar het blijft mij onbekend. Wie kan mij helpen? Mail of bel.

 

 

4. Het vooroorlogse station van Kortrijk: is verdwenen en vervangen.

 

De trein stopte in Kortrijk al van in 1839 (lijn naar Gent). In 1857 werd een indrukwekkend stationsgebouw ingebruik genomen in neo-classicistische stijl naar een ontwerp van de Brusselse stadsarchitect Auguste Payen. De perrons werden overspannen door een enorme glazen koepel zoals je nu nog kan zien in Antwerpen en Milaan.

 

 

Dat station werd plat gebombardeerd op 21 juli 1944, bij het zwaarste bombardement van de geallieerden op Kortrijk. In 1956 was het nieuwe station afgewerkt. Het is een wat saaier ogend ensemble met een gevel in bleke steentjes die golft als een draperie. In de onpersoonlijke stationshal is veel licht maar ook veel nutteloze ruimte zoals het binnenbalkon boven de ingang.

 

 

5. Het huis van de Grootjuffrouw van het Begijnhof: staat nog altijd prominent op het Johanna's-plein in het Kortrijkse begijnhof. De woning van de 'meesteresse' van de begijntjes dateert van 1649 zoals de muurankers op de dubbele trapgevel in Vlaamse renaissancestijl getuigen.

 

 

Het begijnhof is eigendom van het OCMW, dat het dorpje in de stad stelselmatig en vakkundig aan het restaureren is. In het huis van de Grootjuffrouw is een begijnhofmuseum gevestigd.

 

 

6. Het café Au Pont de la Lys: stond aan de oude Leie in de Leiestraat en is door de terugtrekkende Belgische troepen mee opgeblazen met de Leiebrug in mei 1940. Het was een merkwaardig gebouw in Louis-XVI-stijl (18de eeuw).

 

 

Voor de eerste wereldoorlog was de eeuwenoude herberg het Kortrijkse lokaal van de afgezwaaide officieren van het Belgisch leger. In 1921 werd de Kortrijkse katholieke middenstandsorganisatie er opgericht onder de naam: SM Burgersbelangen. De Rexisten, rechtse extremisten en latere nazi-aanhangers, vergaderden er van 1936 tot 1939.

 

 

De bebouwde oever van de oude Leie is naderhand helemaal gesloopt. In de plaats van de huizen kwam daar de Verzetskaai, die een breder uitzicht geeft op de Broeltorens maar die verworden is tot een wat slordige betaalparking. Aan de kant van de Leiestraat is een kunsthoekje ingericht. Er bestaan plannen om binnen afzienbare tijd de kades van de oude Leie te verlagen en op die manier de stad weer meer voeling te geven met de rivier.

 

 

7. Het standbeeld van monseigneur De Haerne: is verplaatst. Het monument werd op 19 augustus 1895 ingehuldigd op de Grote Markt ter hoogte van de Patria. Het is een werk van Paul Devigne in samenwerking met Martin Van Langendonck. Het beeld verhuisde in 1929 naar het Casinoplein en in 1951 naar een pleintje in de Mgr. De Haernelaan, waar het staat te beschimmelen tussen te hoog opgeschoten struiken.

 

 

Désiré De Haerne (1804-1890) was een uitzonderlijk man. Onder het Hollandse bewind voerde hij stevige oppositie. Na de Belgische revolutie maakte hij deel uit van de eerste parlementaire vergadering en van het Nationaal Congres. Aanvankelijk was hij een fel republikein, en dat voor een priester! Hij kwam in de Kamer van Volksvertegenwoordigers op voor de vernederlandsing van het middelbaar onderwijs.

 

Een andere kant van zijn veelzijdige persoonlijkheid, was zijn levenslange inzet voor doofstomme en blinde kinderen. Hij ontwierp een eigen gebarentaal en stichtte over de wereld verschillende scholen voor kinderen met een handicap. Tegenaan het voetstuk van het standbeeld zit dan ook niet alleen een oudstrijder van 1830 maar ook een vrouw die lesgeeft aan een kind.

 

 

8. De Broeltoren op de rechteroever van de oude Leie: staat er nog altijd evenals zijn jongere broer op de andere oever. De oudste toren, de 'Blauwe Torre', dateert van het begin van de 12de eeuw en was waarschijnlijk een hoektoeren van het grafelijk domein.

 

De andere Broeltoren, de Ingelborgtoren, is eigenaardig genoeg niet afgebeeld. Voor de bouw van die toren kreeg het Kortrijkse stadsbestuur pas in 1411 de toestemming van graaf Jan Zonder Vrees. De stenen brug met drie bogen is na 1913 in beide wereldoorlogen vernield. De laatste keer werd ze heropgebouwd in 1960.

 

 

De Broeltorens, nochthans hèt koekendozensymbool van Kortrijk, zijn pas in 1983 beschermd als monument! Beide torens werden gerestaureerd in 1873 en waren dus ook iets om mee uit te pakken op de wereldtentoonstelling.

 

 

9. Het Justitiepaleis: is vervangen door een nieuw, even bombastisch 'paleis' in 1958 na een vernielende brand op 13 juli 1946.

 

 

Het oude gerechtshof, dat is afgebeeld op de stationswand maar nauwelijks te fotograferen valt door de felle lamp ernaast, was gebouwd in een classicistisch-eclectische stijl naar een ontwerp van Pierre-Nicolas Croquison. Het werd plechtig ingehuldigd door koning Leopold II in 1875.

 

 

10. De Sint-Michielskerk: ziet er op het schilderij uit zoals ze uit de vebouwing gekomen was van 1886.

 

 

Onder leiding van bouwmeester Jan van Ruymbeke werd de barokke voorgevel uit 1720 (architect: pater Eugenius Van Bueren) vervangen door een gevel die herinnerde aan zijn laat-gotische voorganger van 1611 (ontwerp van Jan Persijn). Het was de kerk van de Jezuïeten.

 

 

11. De stadswaag: staat er nog. In 1913 was het nog nieuw, maar het zag er toen al oud uit omdat het was opgetrokken in een historiserende trant. Het gebouw is een stijlzuiver pand in Vlaamse neo-renaissance (architect Jules Carette?).

 

 

Het werd gebouwd in 1904 na afbraak van een neo-classicistische stadseigendom (1853, architect P.N. Croquison) waarin vanaf 1867 de stedelijke Nijverheidsschool en de tekenacademie waren ondergebracht. In de stadswaag werden gewichten geijkt. Op het gebouw staat gebeiteld: 'weegdienst/poids public'.

 

 

12. Het belfort (halletoren): staat er ook nog altijd. Eigenlijk is het een opgekalefaterde ruïne van het Kleine ( of Oude) Halle. Nadat de tot woningen omgebouwde lakenhalle verkrot waren, wilde het stadsbestuur het hele blokje met toren en al slopen om daar een postgebouw op te trekken. Stevig protest, o.m. van meubelfabrikant Jozef De Coene, voorkwam de afbraak van het halletorentje. Het werd in 1899 gerestaureerd door architect Jozef Viérin. Het is onlangs door de UNESCO uitgeroepen als werelderfgoed.

 

 

De Kleine Halle dateerde van omstreeks de tijd van de Guldensporenslag (1302) en diende oorspronkelijk als verkoopplaats van de wevers en de volders. In 1550 verhuisde die activiteit naar de Grote Hallen in de Doornikstraat.

 

 

13. Het stadhuis dat te zien is in Gent is de voorlaatste versie. Het huidige stadhuis, de laatste versie dus, is het resultaat van een grondige restauratie in 1959-1962, onder leiding van architect Luc Viérin, zoon van Jozef die de plannen tekende.

 

 

De versie op de prent is het stadhuis zoals het in 1858 werd verbouwd door stadsarchitect Pieter-Nikolaas Croquison. Hij maakte er een gebouw van dat herinnerde aan zijn middeleeuwse verleden. Daartoe verwijderde hij de classicistische bepleisteringen die het stadhuis kenmerkten vanaf 1807. Het geworstel met (neo-)gotische stijlelementen in een klassieke gevel is nog steeds te merken: de ramen zijn niet spits- maar rondbogig, maar er zijn gothische krullen in aangebracht.

 

 

14. Het postgebouw op de Grote Markt: is slechts te zien aan het topje van de vroegere posttoren (waar de telegraafdraden bijeen kwamen), die uitsteekt boven het dak van het stadhuis. Het gebouw is gesneuveld in het bombardement van 21 juli 1944. Het was een neo-gotisch complex van 1906 naar de plannen van Pieter Langerock.

 

 

De trapgevel en de toren die overeind waren gebleven, werden pas in 1959 gesloopt. In de plaats is in 1960 een stalinistische taart gebouwd, een ontwerp van architect De Leye van Gent. Binnenkort verkoopt de post haar aloude stek op de hoek van de Graanmarkt en de Doorniksestraat.

 

 

15. De toren van de Sint-Maartenskerk: was in 1913 evenmin zeer oud. In 1862 sloeg de bliksem immers in en brandde de toren uit. Architect Leopold De Geyne herbouwde de toren in 1875 naar het voorbeeld van de toren van 1601 die gebouwd was volgens de plannen van architect Jan Persijn.

 

 

Van de Sint-Maartenskerk zelf wordt al melding gemaakt in 1300. De gotische kerk brandde uit in 1382 bij de verwoesting van de stad door de Franse koning Karel VI.

 

 

16. De O-L-Vrouwekerk: Zelfs de antieke Onze-Lieve-Vrouwekerk, de oudste kerk van Kortrijk, is in 1913 eigenlijk een relatieve nieuwigheid in het stadsbeeld.

 

 

In 1907 werd de kerk immers ontdaan van haar classicistische schermgevel van 1787. Daardoor kwamen de vroeggotische muren van rond 1300 weer te voorschijn.

 

 

17. De Gravenkapel: werd in 1907 gerestaureerd na te zijn vrijgemaakt van de huisjes die ertegenaan werden gebouwd.

 

 

Het was graaf Lodewijk van Male die de hooggotische kapel bij de OLV-kerk liet bouwen ter ere van Sint-Katharina in 1370.

 

 

18. De Sint-Janskerk: is het jongste bouwwerk op het schilderij van 1913. De kerk is pas voltooid in 1911.

 

 

Het is een voorbeeld van neo-gotiek, ontworpen door de Ieperse architect Jules Coomans. Volgens kenners is het een van de mooiste neogothische kerken van het land.

11:41 Gepost door Marc Lemaitre | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.