03-09-06

ZONDAG 3 SEPTEMBER 2006: 100 jaar Kortrijk in één straat

Een detail van het soort waarop ik verlekkerd ben: bovenaan de gevel prijkt een hoofdletter M. Het is de M van Martha. De man die haar hart won en de M in steen in de façade van hun liefdesnestje liet metselen, was Jerome 'van-het-bananenkot', werkzaam in de bananenrijperij om de hoek. Deze Martha mag niet verward worden met Martha Dhondt, wonend in nr. 29. Zij was kort na de oorlog een van de sterren van de straatcarnavalgroep 'De Chinezen'; volgens de brochure van de zomercavalcade van 1946 was het een schoonheid "de Folies Bergères waardig".

Ik sta met Ivan Vermeulen voor het huis nummer 48 van de Voorzienigheidsstraat. Ivan is geboren in die honderjarige straat en kan de historie van elk huis inpassen in die eeuw Kortrijkse geschiedenis. Een onvermoed hoekje Kortrijk dat ons kan vertellen hoe onze voorouders het hoofd boven water hielden en plezier maakten in moeilijke tijden. Ivan is onze gids.

De Voorzienigheidsstraat is een elleboogvormige straat. De kleinste arm werd de "korte reke" genoemd, de langste arm de "lange reke". De Voorzienigheidsstraat werd aangelegd in het begin van de vorige eeuw. In dezelfde periode werden ook de Toekomststraat, het Volksplein en de Vooruitgangsstraat aangelegd - hoe optimistisch waren die namen! Het was een tijd van volle industriële opgang en dus werd de straat bijna onmiddellijk volgebouwd met woningen. De Kortrijkse economie had werkvolk nodig en dat moest gehuisvest worden. Met een enkele verdieping en een zolder zien die huisjes er heden ten dage veeleer bescheiden uit, maar rond 1900 waren het middenklassewoningen, voor de beter verdienende arbeiders en bedienden, bouwvakkers en winkelpersoneel bijvoorbeeld.

Schotelhuis

Van die relatieve welvaart getuigen bepaalde gevels die zijn opgetrokken in de modestijlen van toen: neo-stijlen zoals de Vlaamse neo-renaissance (huis 72 met trapgevel en 74 met booggevel van 1908). Andere woningen hebben neo-romaanse vensters en voordeuren (gevel 58 bijvoorbeeld, waaraan nog niet veel is verbouwd en waar de eerste inwijkeling, een Tunesiër, lange tijd geleden zijn intrek nam). Nog andere zijn dan weer getooid met de cementen bloemenslingers die voordien in zwang waren. De woningen met twee verdiepingen zijn later vergroot of zijn heropgebouwd na de bombardementen van 1944. Aan veel woningen is nog te zien dat ze ooit een zaak in huisde, dikwijls uitgebaat door de echtgenote.

De meeste woningen hadden in den beginne slechts een enkele verdieping. Daar waren twee of drie slaapkamers - een luxe want in de citeetjes en poortjes sliep het hele gezin soms bijeen op de zolder onder hetzelfde pannendak. Achter de voordeur was geen gang maar een 'portaal' en daarachter was de woonplaats. Achter de woonkamer bevond zich het 'schotelhuis', een kleinere aanbouw met twee pompen (een steenput en een regenwaterput) en een kookfornuis.

Niet zo heel veel later bouwden de meeste bewoners een 'waskot' achteraan hun schotelhuis. Ook daar stond een (kolen)kachel waarop het water werd gewarmd voor de 'marmiet', die zowel gebruikt werd voor de was als om een geïmproviseerd bad te nemen. De ruimte tussen de eigen achterbouw en de achterbouw van de buur werd nog later veelal overdekt met een veranda.

Achterdeur

De gezinnen die hun intrek namen in de Voorzienigheidsstraat waren steevast enorm groot en het was geen uitzondering als ook de grootouders en behoeftige familieleden meewoonden. Het moet heel veel geduld en begrip gevergd hebben om dat gebrek aan privacy op te vangen. Op de foto - de oudste prent van de straat! - de bevolking van de nummers 33 en 35 in het jaar 1915 (foto uit het archief van Ivan Vermeulen).

Gelukkig hadden de meeste woningen (behalve die op de hoeken) een tamelijk grote tuin. Tot een eind na de tweede wereldoorlog waren er aan de achterkant geen afsluitingen. De achterdeur werd meestal meer gebruikt dan de voordeur voor het contact met de buren. Zo hadden de talrijke kinderen een betrekkelijk veilig speelterrein.

Die open tuinen hebben ook het leven gered van verzetsman Olivier Laporte in de Tweede Wereldoorlog. De man was voorzitter van de Kommunistische Partij in Kortrijk, vakbondsleider (ACOD Ministeries) en voorzitter van het Onafhankelijkheidsfront, de linkse 'weerstand'. Op een dag stond de gestapo voor zijn deur om hem te arresteren. Hij vluchtte langs achteren weg en kon zich voor de rest van de oorlog verbergen in enkele boerhoven in Zwevegem. Waren die tuinen daar niet geweest, dan was hij gegarandeerd gestorven in een concentratiekamp of nog eer door de mishandelingen die politieke gevangenen te beurt vielen.

Fakkel

De straat heeft in Kortrijk de naam een links bolwerk te zijn. De vader van mijn gids, Eugène Vermeulen, was na de oorlog secretaris van de KP en betrok nummer 35, waar Ivan geboren is. In nummer 46 woonde een andere communist, Roger Decock, voorzitter van ACOD Kortrijk.

Van socialistische kant woonde in nr. 33 (voddenhandelaar Alphonse Liagre) de bekende feministe Colette Liagre, provincieraadslid voor de SP in de jaren 70. In nummer 100 woonde Achiel Delrue met zijn echtgenote Maatje en hun dochter Denise, die er nog altijd woont. Achiel was de broer van Alfons Delrue, echtgenoot van Marie Desmet, socialistisch gemeenteraadslid, provincieraadslid en senator. Marie Desmet en Alfons Delrue zijn de ouders van Cecile Delrue, jarenlange baas van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen en gemeenteraadslid voor de (B)SP. Cecile is dus de nicht van Denise. In nr. 10 woonde in zijn jeugd Edmond Delooze, secretaris van de rode overheidsvakbond ACOD, voordat hij naar Zwevegem vertrok, waar hij gemeenteraadslid werd. Zijn vader was trambestuurder in Kortrijk.

De progressieve fakkel in de straat is thans overgenomen door Bert Herrewyn, die zijn intrek heeft genomen in nr. 2. Bert is verantwoordelijke voor Muziekcentrum De Kreun en hij staat op de 9e plaats op de lijst sp.a-spirit voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Hij is, samen met Mario Craeynest, de drijvende kracht achter onze campagne.

Zottebollen

De straat is vandaag zonder café. Maar ooit waren er 3: 1 in de straat zelf, "In de Voorzienigheid", en een op elk uiteinde van de straat. Op de hoek van de 'lange reke' en de Sint-Denijsestraat was er café De Bloementuin. Op de hoek van de korte reke met de Filips van de Elzaslaan was er café De Bloemendreef, lange tijd het lokaal van de Kortrijkse KP.

Herberg In de Voorzienigheid bestond van 1910 tot na de Tweede Wereldoorlog in het grote huis nummer 8. De zaak tapte bier van de Kortrijkse brouwer AugusteTack (Broelkaai 4). Op de statige gevel is nog de vorm te zien van het opschrift, maar de letters zelf werden enkele jaren geleden overschilderd. Herbergier Volckaert sloot het café in de jaren 40 en installeerde er zijn dochter Cecile als coiffeuse. Na enkele jaren heropende wijkburgemeester Marcel Quartier nog voor een tijdje de herberg maar daarna was het definitief afgelopen.

Café De Bloementuin was een zaak van brouwer Henri Maelfait, opgericht in 1909. Bijna onafgebroken werd het café uitgebaat door Tinneke Pauwels, die achter de toog stond tot ze meer dan 90 jaar oud was. Achteraan het café kon men zottebollen, een kegelspel met een halve bol die de doelwitten in cirkels ronddraaiend benadert. Het pand is gesloopt en vervangen door een appartementsgebouw.

Café De Bloementuin was een zaak van brouwer Henri Maelfait, opgericht in 1909. Bijna onafgebroken werd het café uitgebaat door Tinneke Pauwels, die achter de toog stond tot ze meer dan 90 jaar oud was. Achteraan het café kon men zottebollen, een kegelspel met een halve bol die de doelwitten in cirkels ronddraaiend benadert.

Café De Bloemendreef dateerde van 1914, opgericht door de brouwerij Lust (bekend voor zijn "ouden bruinen, krachtig gerstebier naar ouden trant", al lang verdwenen). Tijdens de oorlog werd het café open gehouden door Georges Vermeulen, de vader van voormelde Eugène en grootvader van Ivan. Georges hield later café "In de Roode Steentjes" open in de Vaartstraat (thans sociale appartementen). Na de oorlog maakte de KP-afdeling Kortrijk van het grote pand achter de trapgevel zijn lokaal, met gelagzaal, vergaderzalen en kantoren. Achter de toog stonden René Van Camp en Eliza Bostoen. 

Het café werd door sommigen in de straat heel scheef bekeken, maar anderen zagen er geen graten in om te gaan genieten van de uitbundige ambiance. Het was bekend dat er goede muziek werd gedraaid en dat er al eens een dansje kon gemaakt worden. Om de tijdsgeest te schetsen: in 1953 was daar een feest voor de verjaardag van Jozef ... Stalin. De Russische dictator werd toen nog algemeen geacht voor zijn beslissende interventie in de geallieerde overwinning op Hitler-Duitsland. Tot een eind in de straat stonden ze aan te schuiven aan café De Bloemendreef. Kort na de oorlog zat de KP in de regering. De communistische minister Lallemand bezocht toen Kortrijk en kwam bij die gelegenheid een toespraak houden in De Bloemendreef.

Snuifdoos 

Zoals het meestal de vrouwen waren die als bijverdienste voor het gezin café hielden, waren het ook de vrouwen die de vele handelszaken in de Voorzienigheidsstraat lieten draaien. Momenteel is er nog 1 enkele zaak uit die tijd: bakkerij Wittouck, tot voor kort Bostoen.

In nr. 2 dreef Silvère Bostoen een winkel van lampen, zekeringen en schakelaars. Nr. 6, een brede woning met poort, was de beenhouwerij van André Warlop. Door de poort werd het vlees met paard en kar binnengevoerd. Zijn broer was schoolhoofd van de stadsschool op Walle en was als 'Warlopke' beroemd in Kortrijk als leraar notenleer in het stedelijke muziekconservatorium (ik heb er nog solfège van geleerd). Nummer 1, aan de overkant, is een hogere woning, heropgebouwd na de bombardementen van 1944. Het was de kruidenierswinkel van melkboer Nestor Desmet, de eerste melkboer van de straat.

Zijn moeder Mariette was waarzegster. Zij had een grote klandizie bij de chiquere dames van Kortrijk, die zich in limousines met chauffeur of door taxi's tot in de Voorzienigheidsstraat lieten voeren. Mariette was verslingerd op snuiftabak en omwille van haar bruingevlekte zakdoek werd zij "de snuifdoos" genoemd. Zij was een populaire bezoekster van café In de Voorzienigheid. Als zij wat verdiend had met haar waarzeggerij, kwam zij dat vieren in de herberg en gaf zij al eens een tournée générale (en een 'lat' chocolade Jacques aan de kinderen).

Nr. 14 was van Maurice Coigné, een vakbekwame schilder-garnierder. Op de duur ging hij voor de firma De Coene maandenlange periodes in de Golfstaten werken voor de oliesjeiks. Elke keer dat hij terugkwam, hing de buurt aan zijn lippen toen hij uitpakte met zijn exotische verhalen van duizend en een nacht. In nr. 22 was de tweede melkboer van de straat actief: Ernest Opbrouck, die ook een kruidenierswinkel dreef.

Mentebakkers 

Aan de gevel van nummer 11 kun je nog zien dat er ooit een winkel was: Pierre Van Landeghem baatte er een zaak van kachels uit, later verhuisd naar een groter pand in de nabijgelegen Boerderijstraat. Nr. 34 was het salon van coiffeuse Muguette, wat oneerbiedig "het bultje" genoemd. Haar vader, Dewaele, was vaandeldrager bij het ACOD. 

Het huis nummer 15 is het enige met een balkon in de straat. Op het moment dat de carnavalstoet er passeerde stond het balkon vol toeschouwers. Het was de winkel van Anaïs Kerckhove, die garen en knopen verkocht en mariabeeldjes onder stolp maakte. Om op te vallen werd de gevel eerst in het groen geschilderd en nadien bezet met blinkende zwarte steen. In nr. 40 vond je horlogemaker Jef Mullie, in nr. 48 verkocht Gusta Deceuninck snoep.

Het huis nummer 15 is het enige met een balkon in de straat. Op het moment dat de carnavalstoet er passeerde stond het balkon vol toeschouwers. Het was de winkel van Anaïs Kerckhove, die garen en knopen verkocht en mariabeeldjes onder stolp maakte. Om op te vallen werd de gevel eerst in het groen geschilderd en nadien bezet met blinkende zwarte steen. In nr. 40 vond je horlogemaker Jef Mullie. In nr. 48 verkocht Gusta Deconinck snoep; Gusta was, zoals de zussen Martha en Zulma Dhondt, een van de stralende sterren van de zomercavalcade van 1946.

In nr. 66 maakten de gebroeders Callewaert allerhande snoep; zij woonden in nr. 76. Het was een seizoensactiviteit, zo rond Sinterklaas en het jaareinde. In de zomer waren de broers ... metsersbazen. Toch gingen ze door het leven als de "mentebakkers". Zij maakten behalve chocoladeventjes en echte karamel ook een soort marsepein, met kokospulp in plaats van met amandelmeel. Daarvan maakten zij allerlei figuurtjes: patatjes, worteltjes, varkentjes, alles in de aangepaste kleuren. Zij leverden elk jaar een vrachtwagen gevulde dozen aan de Bond van Kroostrijke Gezinnen, die er de kinderen mee vergastte op een Sinterklaasfeest in de zaal van de Gilde. Ivan Vermeulen heeft de "mentebakkers" veel geholpen.

Heilige Familie

De buitenste hoek van de elleboog is iets speciaals. Op nr. 68 is de vroegere woning vervangen door een moderne nieuwbouw. Nummer 70 is aan de straatkant slechts een lage inrijpoort. Erachter staat evenwel een grote villa in een park van een tuin. Het verborgen landhuis is gebouwd door aannemer Leon Vanassche, de rijkste man van de straat en dus ook sponsor van diverse straatinitiatieven zoals de carnavalgroep (waarover verder meer). Op de dag van de straatkermis in augustus inviteerde 'madame' Vanassche de kinderen van de straat op een feestje met cacaomelk en koekenboterhammen.

Naast het geheimzinnige poortje staan de woningen 72 en 74, gebouwd in 1908 in Vlaamse renaissancestijl, met opvallende trap- en booggevel. Het contrast met het moderne ensemble van nr. 68 is groot, maar in een stad steekt dat niet af. De stijlgevels kijken recht de lange reke in en zijn dus in heel het langste deel van de straat te zien.

De binnenste hoek van de elleboog, nr. 47, wordt gevormd voor de voormalige grote kruidenierswinkel van Georges Vantieghem, tevens melkboer. Op de mooie hoekgevel heeft hij een kapel aangebracht waarin een beeldengroep de Heilige Familie voorstelt.

De winkel was een toevlucht voor de gezinnen van de straat in moeilijke tijden, want bij Vantieghem kon je 'op de poef' kopen en komen betalen als er vers geld in huis was. Op het einde van het jaar werden de trouwe klanten (al wie op krediet kocht dus) beloond met een pak chocolade Van Houtte. In de winkel stond meestal echtgenote Olga Dewyn.

In nr. 80 woonde kleermaker Willy Demeyer, die achteraan zijn woning een ateliertje had waarin hij bovenop een grote tafel in kleermakerszit maatpakken naaide. De oudste man van de straat, Valère Demets (1928), betrekt woning  nummer 92. Hij was in zijn actief leven een van de fijnste goudsmeden van de streek.

Chemie

Nummer 94 was de patattenwinkel van Albert Desloovere en Mariette. Zij verkochten ook groenten. En in de zomer ging Albert werken in de bouw. Na hun overlijden stapelde hun neef, José Clarysse, cafébaas van vroeger het Vlaams Bierhuis op de Veemarkt en thans van Den Boulevard in de Groeningelaan, daar een tijdlang zijn schat aan zeldzame, exclusieve bieren.

In nummer 96 verkocht Louis-de-velomaker fietsen die hij ineengesleuteld had. Je kon er ook terecht voor herstellingen. Nummer 98 was de andere bakkerij van de straat, van bakker Biebaert. Aan de overkant van de korte reke huisde in de omvangrijke woning met poort en overdekte stapelplaats kolenmarchand Clovis Vantieghem, de broer van melkboer-kruidenier Georges. De hangar wordt vandaag verhuurd als autostalplaats.

In nummer 55 verkocht eveneens het echtpaar Pattyn snoep. Zij deden met hun confiserie ook aan groothandel. En nr. 51 is de nog altijd bestaande bakkerij, met ovens waarvan je in de winkel soms een glimp kunt opvangen. De bakkerij is gestart door Joseph Arlin. Verser in het geheugen ligt de lange periode dat Leopold Bostoen er brood bakte. Bostoen kwam uit een gezin dat men nu erg kansarm zou noemen. Van kindsbeen af moest hij werken, in de bouw bijvoorbeeld. Op een bepaald moment werd hij opgevangen door een bakker waarvan hij alle knepen van het vak leerde.

Het brood van Bostoen was befaamd, ook bij restauranthouders, tot ver buiten de stadsgrenzen. "Ik moet niets weten van al die chemie die andere bakkers in hun deeg doen" zei hij en hij bakte uitsluitend met meel, gist en water. Thans wordt de bakkerij uitgebaat door de jonge bakker Wittouck.

Lintenfabriek

Met al die actieve bewoners was de Voorzienigheidsstraat een heel bedrijvig milieu. Van al dat ondernemersgeweld schiet alleen nog de bakkerij in nr. 51 over. In het begin van de lange reke is er echter een winkelcentrum ingericht met onder meer een Aldi en een groenten- en fruitzaak. Daar stond vroeger de lintenfabriek van Charles Delvoye, nadien uitgeweken naar de Munkendoornstraat 110, waar de producent van technisch textiel nog altijd linten en banden fabriceert maar dan op hightech-niveau.

Een nieuwe zaak is Aquaverde in nummer 10, waar een sauna en verzorgingscentrum wordt uitgebaat.

Chinezen

Dat een mens niet leeft om te werken alleen, wist men in de Voorzienigheidsstraat maar al te goed. Vooraleer de TV iedereen aan de sofa vastkluisterde, was er een intens gemeenschapsleven. Hoogtepunt was telkenjare Kortrijk Kermis, ook het moment om in de straat ambiance te maken. Het begon ermee dat de wijkburgemeester, Marcel Quartier, een tijdlang cafébaas van In de Voorzienigheid, stoetsgewijze werd afgehaald van het stadhuis van Kortrijk. Op een fotootje uit de jaren veertig heeft hij zich opgetut in een matrozenpakje.

De hele bevolking deed mee aan de carnavalgroep van de straat. In 1946 was dat een schitterend verklede groep 'Chinezen', in 1952 vormden zij 'de Echte Paljassen'. De Chinese groep ontstond in de jaren 30, onder het voorzitterschap van André Warlop, de beenhouwer, en artistiek begeleid door zijn broer, het schoolhoofd Warlop. Ere-voorzitter en hoofdsponsor was aannemer Leon Vanassche, eigenaar van de enige villa in de straat.

De carnavalgroep "de Chinezen", was een van de grote attracties van "Kortrijks eerste grote zomerkavalkade" op 21 juli 1946. De enorme, vrolijke stoet moest de moed er weer inbrengen bij de bevolking die heel wat te verwerken had na vier jaar wrede bezetting en rampzalige bombardementen. De Chinezen van de Voorzienigheidsstraat beperkten hun optredens niet tot de eigen stad. Zij trokken ook naar stoeten in Aalst (!), Bergen, Gent, Blankenberge en zelfs over de grens in Tourcoing.

Zwaargewichten

De bewoners van de Voorzienigheidsstraat konden zich ook optrekken aan de sportfiguren uit hun straat. Ivan noemt Valère Mahau, kampioen van België boksen van de zwaargewichten, wonend in nummer 48. Valère was ook keeper bij SV Kortrijk. Een andere Mahau uit de Voorzienigheidsstraat, Theo, kweekte Mechelse schepers en was Belgisch kampioen in een competitie van 'verdedigingshonden'. Zijn zoon, Albert Mahau is voorzitter van de Kortrijkse hondenclub die zijn lokaal heeft op Kapel ter Bede.

Voetbaltrainer Georges Millecamps, wonend in nummer 44, begeleidde zowel de ploeg van SV als die van Stade Kortrijk (later opgegaan in KV Kortrijk).

Paraat voor de volgende honderd jaar

De Voorzienigheidsstraat is zopas grondig vernieuwd. Riolering, trottoirs en wegdek zijn heraangelegd door aannemer Wegrovan van Waarmaarde in opdracht van de stad (kostprijs: een kleine 430.000 euro) Het was een dossier dat al aansleepte van in de beginjaren 90. Een van de moeilijke punten was de kwestie van de voortuintjes.

Bij de aanleg van de straat rond 1900 kreeg elke woning een voortuintje omringd door een buxushaagje. Vooral aan de zonnige onpare kant van de lange reke maakten verschillende bewoners daar een miniparadijsje van. Als je door de straat liep, kon je de rozen ruiken. Met de opkomst van de auto werden veel voortuintjes echter geplaveid, dikwijls met dezelfde soort dallen als het trottoir. Daar werd dan de gezinswagen op gestald.

Anderen, zoals Ivan Vermeulen, hielden hun voortuintje in stand. Het had er ook mee te maken dat bepaalde bewoners een bouwvergunning kregen om gelijkvloers een garage te maken. Naderhand werd het stadsbestuur veel minder bereidwillig omdat het meestal gaat om nogal smalle woningen. Nu wordt de voorwaarde gesteld dat men van twee woningen een maakt. Ook Ivan Vermeulen wou een garage, maar die werd geweigerd. Van lieverlede heeft hij dan maar naast zijn voordeur een tweede deur laten steken, als het ware een dienstingang, voor fietsen en dergelijke. Dat geeft zijn gevel (nr. 33) een merkwaardig uitzicht (architect Geert Maes).

De Voorzienigheidsstraat is te smal om er plaats te bieden aan zowel een weg voor het verkeer als aan brede trottoirs en voortuintjes. De ingenieurs van de stad stelden daarom voor om de voortuintjes te annexeren. De vraag rees of die tuintjes wel eigendom waren van de stad. Ikzelf heb daar nog over geïnterpelleerd in de gemeenteraad. Maar uiteindelijk legde iedereen zich neer bij de mooie heraanlegplannen.

Nu is de straat aangelegd voor eenrichtingsverkeer. De voortuintjes zijn opgebroken en vervangen door langsparkeerstroken en trottoirs aan weerzijden met hier en daar een strook voor groen (dat er komt in het volgende plantseizoen). Door die groenstroken afwisselend aan de ene kant en de andere kant van de straat heeft het wegdek een kronkelend uitzicht gekregen, wat snelheidsremmend werkt.

Na die vernieuwing is de Voorzienigheidsstraat weer paraat voor de volgende honderd jaar. Ik wens de bewoners op zijn minst evenveel plezier en geluk als hun voorgangers! En dat men gespaard moge blijven van armoede en oorlogsgeweld!

23:44 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

Commentaren

rechtzetting: 1. Marthatje Dhondt woonde in de woning nr.29 en zat tijdens de Chinese stoeten altijd in een Chinees karretje met parasol.
2. Het zijn niet de ouders van Cecile Delrue die in nr.100 woonden maar wel
Achiel Delrue met zijn vrouw maatje en dochter Denise de nicht van Cecile en
nonkel van Alfons Delrue.Het blijft wel in de familie.
3.Cafebaas Georges Vermeulen was de vader van Eugéne Vermeulen.

Gepost door: vermeulen ivan | 04-09-06

Rechtgezet Poging tot geschiedenisvervalsing verijdeld. Mijn excuses. Ik heb alles rechtgezet.

Gepost door: marc | 04-09-06

ZONDAG 3 SEPTEMBER 2006: 100 jaar Kortrijk in één straat een zeer mooie reportage
jammer dat bij het nr 15 van de voorzienigheidsstraat tweemaal dezelfde tekst staat met uitzondering van toevoeging deze lijn : Gusta was, zoals de zussen Martha en Zulma Dhondt, een van de stralende sterren van de zomercavalcade van 1946.

maar toch nen groooooote proficiat

Gepost door: Naomi | 14-10-06

Terug naar mijn kindertijd! Proficiat voor deze brok geschiedenis die ik als jonge kerel zelf beleefde.
De verschrikkelijke oorlogsjaren met de vele bombardementen en de nood aan vele zaken hebben
een deel van onze jeugdjaren voor een groot stuk
héél moeilijk gemaakt.
Maar het deed echt "deugd" dat allemaal te kunnen
lezen.
Waar ik mijn jeugd doorbracht nr.10 is er nu een
sauna en verzorgingscentrum......dat zouden mijn moeder Marcella en onze pa Marcel nooit gedacht hebben!
Edmond De Loose

Gepost door: Edmond De Loose | 13-12-06

Aaanvulling! De beenhouwerij Warlop werd tijdens de oorlogsjaren uitgebaat door ene Achiel en zijn echtgenote "Leintje".
Achiel slaagde er zelfs in tijdens de "arme" jaren hoofdvlees te maken met stukjes aardappelschillen erin!
Toeval???
Jaren achteraf moesten wij in de gemeenteraad alhier als SP raadsleden een "legaat" aanvaarden voor de kerkfabriek alhier en..dat legaat werd nagelaten door "Leintje" (ja de vrouw van Achiel)
Zo zie je maar hoe je de hemelpoorten opent!!

Gepost door: Edmond De Loose | 14-12-06

Geachte,

Proficiat met het mooie
verhaal en ik herinner me nog vele namen.

Misschien nog te vermelden bij nr. 15: Daar woonden Jules Kerckhove en Anais Vanhoutte.

In nr. 33 Bertha Vanlerberghe (die had een doofstomme dochter, en ik mocht daar altijd het kantje van haar koekenbrood eten) en toen die stierf ben ik in mijn studententijd daar "op kot" geweest.

Nogmaals gefeliciteerd.

Giovani Kerckhove

Gepost door: Giovani Kerckhove | 15-11-10

De commentaren zijn gesloten.