24-09-06

ZONDAG 24 SEPTEMBER 2006: potten p(b)akken aan de Gouden Splete

Istambul heeft zijn Gouden Hoorn. Kortrijk zijn Gouden Splete. Maar buiten een paar hoogbejaarde Overleienaars, is iedereen die naam vergeten. Van een onvermoed hoekje gesproken! Onvermoed is ook de bewogen geschiedenis van die hoek van de stad. Volg mij naar de Meensepoort, de Mosselbank, de Pottenbakkershoek, de Graaf de Smet de Nayerlaan en de Meensestraat. Zelfs de zoon van de eigenzinnige koning Willem I vond de plek indertijd, 1829, een bezoek waard.

Het is een van de drukste kruispunten van Kortrijk: de Menenpoort. Honderden zo niet duizenden mensen rijden er elke dag achteloos voorbij, niet beseffend hoe interessant het al te grote verkeersplein wel is. Ooit was het de noordwestelijke toegangspoort van de stad, een verdedigingsbouwwerk en later een tolkantoor. En zowel binnen als buiten de stadsvestingen was het een van de levendigste en dichtst bewoonde volksbuurten van Overleie, "la basse ville".

Van die veelzijdige geschiedenis zijn nog altijd sporen te zien, als je wat naderbij gaat kijken. Geen plaats voor een fikse wandeling, wel voor een bezoek waarbij je je nieuwsgierigheid kunt laten prikkelen. Dat kun je zelfs al zittend doen, op een van de mooiste caféterrassen van Kortrijk.

Poort

mp1

Op de Menenpoort stond vroeger wel degelijk een stadspoort, de Bissegempoort genaamd, een onderdeel van de wisselende versterkingen die Kortrijk moesten beschermen tegen al die legerbenden die hier voorbijtrokken. Rond 1800 werd de middeleeuwse poort gesloopt en in 1827 vervangen door een elegante classicistische sierpoort die diende als bareel voor het innen van accijnsen (octrooien) op alle goederen die de stad werden ingevoerd.

Het was de Hollandse tijd en de poort werd genoemd naar koning Willem I der Nederlanden. Zijn zoon, erfprins van Oranje-Nassau en de latere koning Willem II, bezocht op 4 oktober 1829, een jaar voor de Belgische opstand, het bouwwerk dat aan zijn vader was gewijd. In 1860 werden de gemeenten in België verlost van de korvee om belastingen (octrooien) te heffen aan de gemeentegrenzen. Het Gemeentefonds werd opgericht om de gemeenten jaarlijks een toelage te geven in vervanging van die octrooirechten. De Willemspoort, die na de Belgische onafhankelijkheid Menenpoort werd genoemd, had dus geen functie meer. In 1874 werden de laatste overblijfselen afgebroken.

Jeanette

De plaats van de poort lag jarenlang braak, maar in 1932 werd er een parkje aangelegd. Ook daarvan schiet niet veel meer over; alles moest wijken voor het autoverkeer, vooral bij de grote verbredingswerken aan de Brugse- en Meensestraat in 1967, waarbij tientallen huizen en herbergen sneuvelden aan de kant van het Astridpark. Maar de grote plataan omringd door struiken van paplaurier is nog een overblijfsel van het parkje.

Onder de plataan staan twee authentieke straatventerskramen. Het ene is een krantenkiosk, waar je voor het krieken van de dag al jouw dagelijkse leesvoer kunt ophalen, het vroegst van heel Kortrijk. Het andere kraam is een van de weinige frietkarren die in onze stad nog op de openbare weg staan opgesteld. De zaak wordt nog altijd uitgebaat door Jeanette, de dochter van Stafke, onze groetenboer van in de Antoon Van Dycklaan in mijn jeugd.

Wat weinigen weten, is dat achter die kramen nog de enige openbare pissijn van Kortrijk te vinden is. De niet goed onderhouden voorziening wordt geapprecieerd door de Overleise supporters van KVK, als ze na een thuismatch en enkele pintjes halverwege op de terugweg zijn aanbeland.

Het is daar altijd een druk verkeersknooppunt geweest. Komende vanuit Overleie (Meensestraat) of vanuit het stadscentrum (Noordstraat) kun je er zowel de weg naar Menen, Moorsele of Heule inslaan, zonder de Graaf de Smet de Nayerlaan te vergeten, die je naar Heule-Watermolen (de oude weg naar Izegem) brengt. Dat was dus een goede ligging voor activiteiten zoals de verhuur van koetsen. Pierre Van Houtte, waard van Au Cheval Blanc vooraan in de Meensesteenweg, verhuurde koetsen tot rond 1900. Ook nu nog tref je in de omgeving van de Menenpoort een paar verhuurders van auto's en vrachtwagens.

Potten bakken

Die hoek van Overleie was vroeger een centrum van potten- en pijpenbakkerij. Verdwenen is de ooit beroemde pijpenbakkerij van de familie De Bevere, gesticht in 1800 in de Meensestraat op de plaats waar de jongste uitbreiding van het Astridpark plaatsvond. In de jaren dertig was het de enige pijpenfabriek van België die de crisis en de opkomst van de modernere sigaretten had doorstaan. De laatste baas, Armand De Bevere was de vader van Maurice De Bever, beter gekend als Morris en geestelijke vader van stripcowboy Lucky Luke. De meeste arbeiders van de pijpenfabriek woonden in de aanpalende steegjes, de Kleine en de Grote Mosselbank, intussen ook al verdwenen.

Aan de overkant van de Meensestraat dreef Constant Willemyns vanaf 1826 zijn pottenbakkerij, waar typisch Kortrijks aardewerk werd vervaardigd in donkergroene, -blauwe en bruine kleuren. Vooraleer die creatieve productie eigen aan onze stad helemaal in de vergetelheid geraakt, zou er toch ooit eens een historische overzichtstentoonstelling moeten komen. Wie voelt zich geroepen?

Die pottenbakkerij lag aan het steegje dat in 1876 de Pottenbakkershoek werd genoemd. Na sluiting van de pottenbakkerij kreeg de Belgische Evangelische Zending in 1931 een bouwvergunning om de fabrieksgebouwen om te vormen tot een Evangelische kerk. De protestantse gemeente nam de naam aan van "de Pottenbakker". De Zending groeide uit een Amerikaans initiatief tijdens de Eerste Wereldoorlog. Protestantse zendelingen brachten troost in de loopgraven van het IJzerfront en zetten hun missie nadien verder. Aan de Meensestraat heeft de Evangelische gemeente eveneens het oude herenhuis van pottenbakkersbaas Willemyns in gebruik.

Mosselbank

Naast de Evangelische kerk heeft de Kortrijkse sociale huisvestingsmaatschappij Goedkope Woning grond kunnen kopen van Gaselwest, de intercommunale voor het beheer van het elektriciteits- en gasnet. Binnen afzienbare tijd komen er 17 sociale appartementen. Aan de overkant van de Meensestraat heeft Goedkope Woning in de jaren negentig een omvangrijk appartementencomplex gebouwd. Het kreeg de naam de Mosselbank, herinnerend aan de beluiken Kleine en de Grote Mosselbank die daar vroeger stonden.

De Grote Mosselbank was eigenlijk een straatje van de Meensestraat naar de Bissegempoortmolen, die tot 1825 stond te molenwieken op de stadswal, nu Astridpark. De Kleine Mosselbank was het steegje met de meest mensonwaardige woonomstandigheden van de stad: zeven huisjes met 1 gemeenschappelijke wc. Onder de bedden werden kippen gekweekt en op een plankje tegen de wand van de enige kamer werd een konijn vetgemest dat stil bleef zitten uit hoogtevrees. Tot in 1959!

Gasfabriek

Aan de overkant van de Pottenbakkershoek liggen de terreinen van Eandis, een werkmaatschappij van Gaselwest. Nog één huisje van het vroegere steegje is in stand gebleven; na een lange periode van leegstand en verval is het weer opgeknapt en bewoond. Op de grond van Eandis/Gaselwest ging in 1837 de Kortrijkse gasfabriek van start.

Men maakte er stadsgas voor de straatverlichting en mettertijd ook voor de verlichting en verwarming van bepaalde burgershuizen. Investeerder was Henri Desclée de Maredsous. Stadsgas was een uiterst giftige mengeling en doordat de gasleidingen onvermijdelijk niet geheel lekvrij waren, was het Kortrijkse grondwater in enkele jaren vergiftigd en niet meer drinkbaar. Noodzakelijkerwijs is het stadsbestuur daarna overgegaan tot het leggen van een waterleiding.

Oudere Overleienaars herinneren zich nog de twee grote gascilinders (elk 6.000m³), die op en neer gingen naargelang er gasvoorraden werden ingeblazen. Zij werden pas afgebroken in de jaren tachtig, hoewel er in 1959 al een bolvormige gascontainer werd in gebruik genomen. Na de Tweede Wereldoorlog werd geen gas meer geproduceerd aan de Menenpoort. Eerst liet men stadsgas van de fabriek in Zeebrugge overkomen en sinds 1969 is het aardgas.

eandis

Zolang Eandis/Gaselwest de site blijft gebruiken, is er niets aan de hand. Maar op het moment men zal uitkijken naar een nieuwe bestemming, zal men wellicht geconfronteerd worden met zware industriële vervuiling. Bij de productie van stadsgas was een van de afvalstoffen ... cyaankali.

Potten pakken

Maar bij een bezoek aan de Menenpoort gaat je aandacht onweerstaanbaar naar een opvallend café op de hoek van de Meensestraat en de Graaf de Smet de Nayerlaan. De taverne is een voorbeeld van gedurfde hedendaagse architectuur en is geopend in 1997. De zaak draagt de naam 'De Menenpoort', maar staat in de volksmond bekend als 'Potsjemiezens'.

Die oude naam gaat terug op een legendarische uitbater van het vroegere café. Van 1903 tot begin de jaren dertig was Leopold Semeesel er cafébaas. Zijn specialiteit was bier geschonken uit een stenen kan (een 'pot' dus) waarin hij voor de helft bruin en voor de helft blond bier had getapt. Hij betrok zijn bieren van de Kortrijkse brouwerij Lust. Tot 1992 dreven zijn nakomelingen de zaak, waar inmiddels de Bellegemse brouwer Bockor eigenaar was geworden.

gspl1

Het herbouwde café is een van de pilootprojecten van Bockor. De pleisterplaats is voorzien van een ruim beschut terras met uitzicht op het drukke verkeer op de Menenpoort. Op zomerdagen waan je je er ergens in het zuiden van Frankrijk: zeer gezellig.

Gouden Splete

En hoe zit dat dan met die aangekondigde Gouden Splete? Welnu, in de Meensestraat waren er vroeger tientallen beluiken, steegjes, 'hoeken', 'poortjes' en 'spleten' te vinden: citeetjes vol minuscule arbeiderswoningen. Een van die steegjes was de Gouden Splete, wat nooit een officiële straatnaam is geworden.

goudspl1

Het wegdek ervan, blauwe kasseien, ligt er nog. Het is de ingang vanuit de Meensestraat van de nieuwe Mosselbank, het appartementencomplex van Goedkope Woning. Het steegje loopt tegen de achterkant van de zes eerste woningen van het korte deel van de Graaf de Smet de Nayerlaan, die daar een hoek vormt. Het contrast tussen de werkmanshuisjes en de residentiële woningen in de Graaf de Smet de Nayerlaan moet indertijd zeer groot geweest zijn.

 

 

 

15:29 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

17-09-06

 ZONDAG 17 SEPTEMBER 2006: tussen Smesse en kamsalamander (tussen Triloy en Potijzer)

 

Het onvermoede hoekje van vandaag is in gevaar. Bepaalde instanties hebben hun oog laten vallen op de mooie glooiingen nabij de Sjouwer in Aalbeke en Rekkem, om aan de andere kant van de E17 het transportcentrum LAR uit te breiden. Bewoners, landbouwers en natuurliefhebbers hebben een stevig verzet uitgebouwd in het actiecomité "Geen-LAR-Zuid". Ga kijken (en genieten) voor het te laat is. Hoe meer bezoekers, hoe minder zin het heeft het waardevolle landschap naar de duivel te helpen!

"Vlaanderen moet open en stedelijk zijn. In onze dichtbevolkte streken moeten wij zuinig zijn met de open ruimte. De stedelijke gebieden moeten een groter deel van de nodige woningen en bedrijvigheid opvangen. In het buitengebied zijn landbouw, natuur en recreatie de belangrijkste functies." Zo staat het in de uitgangspunten van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

De tegenstanders van LAR-Zuid begrijpen niet hoe de uitbreiding van het transportcentrum LAR (Lauwe-Aalbeke-Rekkem) in dat plaatje past. Weliswaar is het landbouw- en natuurgebied aan de overkant van de E17 ter hoogte van bestaande LAR om eigenaardige redenen opgenomen in het ... 'stedelijke gebied' van Kortrijk. Maar als men dat waardevolle landschap vol containers gaat stapelen, kan men onmogelijk spreken van een zuinig gebruik van de resterende open ruimte.

De/Le Triloy

Het gebied in kwestie beslaat 30 hectare tussen de Brumierstraat in Aalbeke (Kortrijk) en de Triloystraat in Rekkem (Menen). De Brumierstraat dankt zijn naam aan het gehucht Bramier in Lauwe, waar hij naartoe leidt. De Brumierstraat loopt min of meer parallel met de spoorweg Kortrijk-Moeskroen-Rijsel (de verbinding van Kortrijk met het TGV-net!). Er zijn twee westelijke aftakkingen die onder die spoorweg door lopen. De Triloystraat is de as waarrond zich in aloude tijden het landelijke gehucht Le/De Triloy heeft ontwikkeld, zowat halverwege tussen Aalbeke en het centrum van Rekkem. Het hart van De Triloy is café La Forge/De Smesse (betekent smidse). Veel bewoners van De Triloy zijn familie van elkaar.

In het gebied zelf liggen twee grote hoeven: de Klokhoeve in de Brumierstraat tegen de E17 aan en de hoeve van boer Brille in de Meersweg in Rekkem. Beide boerhoven moeten verdwijnen als de zuidelijke uitbreiding van de LAR er komt. De Klokhoeve wordt al vermeld in documenten van 1762. Het huidige woonhuis met dakklokje dateert van 1886. Het is een typische U-vormige hoeve met stallen, schuur, wagenhuis en apart staand ovenbuur (bakhuisje).

Potijzer

Aan de zuidelijke rand van het gebied in kwestie vind je nog twee andere historische hoeven: het Potijzergoed en Te Bergendaele. Ook het Potijzergoed dateert van de eerste jaren 1700. Uit die tijd rest alleen nog de ingangspoort. In de Tweede Wereldoorlog huisde in de boerderij een cel van het verzet. Vanuit de hoeve werd verschillende keren de nabijgelegen spoorweg gesaboteerd. De naam Potijzer is geleend van het Potijzerbos dat in de omgeving lag, met name daar waar nu een hoge berg uitgegraven klei ligt, bekroond met het monument De Sjouwer aan de E17. Beide boerderijen verliezen gegarandeerd hun schilderachtige ligging als in hun nabijheid een 'droge haven' komt voor het zware vrachtverkeer.

Potijzer is ook de naam van een recent gecreëerd natuurgebied van Natuurpunt Kortrijk. In een zone van natte meersen werden poelen uitgegraven om er een kolonie kamsalamanders te herbergen uit bomputten op de Kortrijkse Pottelberg die moesten wijken voor de aanleg van een industrieterrein. Natuurpunt werd in zijn reddingsoperatie gesteund door de Koramicgroep, die o.m. de grond ter beschikking stelde. Dat prille, maar toch al geslaagde, natuurgebied zou veel van zijn charme en ontwikkelingskansen kwijtspelen, als het aan de rand van een transportcentrum zou komen te liggen.

Het zegt veel dat het gebied doorkruist wordt door een Grote Routepad, behorend tot het Europese net van de wandelpaden met de wit-rode markeringen. Die paden worden alleen uitgestippeld in zones die de moeite waard zijn.

De Sjouwer

Het gebied is in de voorbije honderd jaar aan grote ingrepen blootgesteld. Er zijn kleigroeven uitgebaat en nadien weer dichtgegooid. Restanten van Decauvillespoortjes waarop wagentjes met klei naar de pannenfabriek Sterrenberg werden gereden zijn nog hier en daar op te merken.

Maar vooral de aanleg van de autostrade E17 (vroeger E3) in de periode 1966-1977 ging als een schokgolf door het reliëf. De E17 werd ingegraven, soms tot 15 meter diep, in de zware leemlaag tot in de harde klei. Niet minder dan 600.000 m³ grond werd gestapeld op 11 hectare ten oosten van de Brumierstraat. Op die heuvel werd in 1974 het monument "De Sjouwer" geplaatst, een indrukwekkende betonnen toren (35 meter hoog), ontworpen door de Brusselse architect Jacques Moeschal (die ook De Pijl, een Frans paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1958 had getekend). 

Een beetje grappig is de GSM-mast die op diezelfde heuvel is geplaatst in de vorm van een eeuwig groene boom (hyperrealistische kitch in plastiek!). De plannen om de heuvel te bebossen en op die manier het Potijzerbos te laten herrijzen, zijn nog altijd niet uitgevoerd. Maar de schrale weiden op de kleibulten hebben ook wel iets. Die groene heuvel tekent de horizon van het bedreigde gebied.

Meidoornvlindertjes

Ondanks al die menselijke ingrepen straalt het gebied nog een authentieke sfeer uit. Het is een van die zeldzaam geworden voorbeelden van een uiterst afwisselend landschap. Akkers, bosjes, struweelwallen, vochtige en droge weiden en inheemse hagen bieden een unieke rijkdom aan flora en fauna.

De tweestijlige meidoorn bloeit er uitbundig en daarop tref je de zeldzame meidoornvlindertjes aan. Het is een paradijs voor natuurliefhebbers waar je nog eikelmuisjes, boerenzwaluwen, hermelijnen, steenuilen, geelgorzen, allerhande vleermuizen, grote en kleine groene kikkers en verschillende salamandersoorten tegenkomt.

Onteigeningen

In de landelijke woningen die verspreid in het gebied liggen, zijn de voorbije jaren vaak jonge gezinnen neergestreken. Zij zijn er uit respect voor de paradijselijke omgeving aan natuurontwikkeling gaan doen. Een koppel verkreeg van stad Kortrijk in 1999 de toestemming om een groot stuk landbouwgrond te bebossen met inheems groen. Anderen (her)plantten streekeigen hagen en pittoreske rijen knotwilgen. Toegeslibte poelen werden uitgebaggerd. Het zou zonde zijn voor die inspanningen als al dat moois zou moeten verdwijnen onder betonnen laadkoeren, industriële hallen en opeengestapelde containers.

Des te harder zouden de onteigeningen aankomen in het gehucht De Triloy. Alle bebouwing aan de oostkant van de landelijke straat zou sneuvelen. Daardoor zou ook de 300-jarige afspanning La Forge/De Smesse verdwijnen, een zaak die van generatie op generatie in leven werd gehouden door dezelfde familie. Overigens heb ik al gezegd dat veel bewoners van De Triloy aanverwant zijn. De onteigeningen zouden die eeuwenoude familiebanden uit elkaar trekken.

Alternatieven

Het is overigens de vraag of het bestaande transportcentrum LAR, een creatie van de economische streekintercommunale Leiedal, wel zo nodig moet kunnen uitbreiden. Niet alle percelen van de bestaande zone aan de andere kant van de E17 zijn bezet en de verkochte percelen bieden eveneens nog heel wat groeimogelijkheden. Bovendien zijn er ongetwijfeld alternatieven die minder kwalijke gevolgen hebben dan het toebouwen van het gebied tussen De Triloy en Potijzer.

In 1991 werd trouwens een aanvraag van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij van West-Vlaanderen om de LAR in zuidelijke richting uit te breiden, afgekeurd door het Vlaamse Gewest. De motivatie was dat men het waardevolle landschap niet wou schenden!

Onder druk van het aanhoudende protest en aangepord door de parlementsleden Bart Caron (spirit en van Aalbeke) en Philippe De Coene (sp.a) heeft de Vlaamse regering intussen principieel beslist om een omvattende, onderbouwde studie te laten uitvoeren van alle mogelijke locaties voor 30 hectare in de omgeving van de huidige transportzone. Het gaat over LAR-Zuid, LAR-West en LAR-Noord. LAR-Noord is een locatie grenzend aan de bestaande LAR aan beide zijden van de Dronkaertstraat. LAR-West is een locatie die begrensd wordt door de Dronkaertstraat (noorden), de N58 (oosten), E17 (zuiden) en N366 (in het westen).

In het verleden werd nog geen grondige studie uitgevoerd over de ideale locatie. In die studie moeten de verschillende mogelijke locaties worden afgewogen op een hele set van criteria: economie, kost, ecologie, ruimtelijke draagkracht, sociaal en volksgezondheid zoals stof, geluid of geur, bescherming open ruimte, landbouw, ontsluiting en mobiliteit. Ook de aspecten werkgelegenheid, visibiliteit en zuinig ruimtegebruik moeten bekeken worden.

Ook de concrete vraag naar terreinen voor transport, distributie en logistiek in Kortrijk moet worden onderzocht. Gaat het hoofdzakelijk om kleinere, lokale transportbedrijven of eerder om internationaal opererende transportfirma?s die ruimte zoeken in de regio Kortrijk ? Rijsel? Ook het ruimtegebruik op de bestaande LAR-site zal in kaart worden gebracht. De studie wordt uitgevoerd door een onafhankelijk studiebureau en moet klaar zijn tegen 31 december 2006.
Indien uit deze studie blijkt dat LAR-Zuid niet de beste locatie - waaraan ik niet twijfel! - is voor een bedrijventerrein voor transport, dan start de Vlaamse Regering een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), waarbij de huidige locatie LAR-Zuid wordt herbestemd tot landbouwgebied. Een nieuw gewestelijk RUP wordt opgestart voor de nieuwe locatie. Dat moet gebeuren voor 30 juni 2007.

Zou het comité Geen-LAR-Zuid zijn slag hebben thuisgehaald?

Zie ook de website van het comité Geen-LAR-Zuid: http://users.pandora.be/aaronvanneste/lar/inleiding.htm

16:24 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

11-09-06

ZONDAG 10 SEPTEMBER 2006: park of overstromingsgebied

Heule is een groene deelgemeente van Kortrijk. Aan de noordkant is er de uitgestrekte open ruimte tussen de Kortrijkse agglomeratie en Roeselare-Izegem. Maar ook de kern van de Tinnekesgemeente heeft een fameuze groene long: het Kasteelpark in de winterbedding van de Heulebeek. Het park rond de niet helemaal te temmen waterloop wordt binnenkort onder handen genomen. Die dringende werken zijn een voorbereiding op een grondige renovatie later. Dit onvermoede hoekje is nu al een bezoek waard.

Parijse architect

Het Kasteelpark in Heule is de grote tuin van het 'kasteel' van Heule. Daar, op de plek waar ooit de oude pastorie stond, werd in 1874 een eerste landhuis gebouwd door notaris Lagae. De zeer rijke familie Goethals, die ook in Kortrijk stad een grote rol speelde, kocht de eigendom in 1882. De familie Goethals bezat ook het Heulebos (18 hectare).

Tot 1895 verbouwden zij het landgoed ingrijpend in eclectische stijl en lieten de tuin (3 ha) inrichten als park volgens de plannen van een Parijse architect. Achteraan het kasteel kreeg de tuin het uitzicht van een Engels landschapspark. Naast het kasteel werd een kleine tuin in Franse stijl aangelegd, maar de gemeente Heule maakte daar in 1965 een parking van.

In dat park stond een orangerie (tropische serre met warm water), gesloopt door de eigenaars in 1963. Het prieeltje en de paden zijn behouden, alsook de bruggetjes.

Gelegen op de lage linkeroever (stroomafwaarts bezien) van de waterloop, stond het park van in den beginne geregeld onder water. Eigenlijk is het een stuk winterbedding van de Heulebeek. Om het riviertje met zijn zotte kuren enigszins te bedwingen, werd centraal in het park een omvangrijke vijver uitgegraven. Er was zelfs een soort overloopsluis om bij hoge debieten de beek een beetje te ontlasten in de parkvijver. De meeste overstromingen doen zich voor onder invloed van de aanhoudende winterregens. Maar ook felle zomerstormen, zoals op 4 juli 2005, doen de Heulebeek soms uit haar oevers treden.

Kasteel en domein werden op 21 mei 1964 door de gemeente aangekocht. Het landhuis werd in gebruik genomen als gemeentehuis, de tuin als openbaar park. Na de fusie met stad Kortrijk kwam het kasteel ter beschikking van de culturele verenigingen van Heule. In 1967 verloor het park een strook aan de achterkant voor de aanleg van de Goethalslaan. Op 3 oktober 1971 werd precies 100 jaar na de geboorte van Stijn Streuvels - in Heule geboren en er werkzaam geweest als bakkersknecht - in het Kasteelpark het 'Nationaal Streuvelsteken" ingewijd: een op een sokkel geplaatste ronde structuur die aan een molensteen doet denken (beeldhouwer Jan Vandekerckhove).

Verjonging

Bij zijn aanleg moet het park een zonnige en luchtige locatie geweest zijn. Ik kan mij de glooiende gazons onder de jonge boompjes rond de glanzende vijver levendig voorstellen. De elegante bruggetjes onderstreepten de lichte sfeer van de 'lusttuin'.

Na 120 jaar is het park oud geworden. Sommige waardevolle bomen hebben een statig uitzicht gekregen. De 'dendrologische waarde' van de indrukwekkende moerascypres bij de vijver is onschatbaar. Maar in het algemeen geven de vele hoogopgeschoten bomen en het dichte struikgewas de tuin een al te somber aspect.

Bovendien hebben de steeds weerkerende overstromingen bepaalde beplantingen ernstig aangetast. Enorme beuken met hele kolonies zwammen tussen de worteltenen zijn boeiend om te bekijken, maar ik vrees dat die aantasting niet bevorderlijk is voor de stabiliteit van de parkreuzen.

Stad Kortrijk koestert al geruime tijd plannen om het park grondig te renoveren. Die verjonging is evenwel altijd weer uitgesteld omdat het Vlaamse Gewest had laten verstaan het overstromingsprobleem van de Heulebeek aan te pakken. Dat eeuwige uitstel leidt tot grote ergernis van veel Heulenaars.

Waterberging

De meningen over die overstromingen zijn trouwens grondig verdeeld. Volgens het decreet integraal waterbeheer (2003) wil het Vlaamse Gewest zoveel mogelijk ruimte laten aan het water door overstromingsgebieden in die functie te behouden. Plannen om de Heulebeek verder recht te trekken, werden daarom opgeborgen. De vraag is of een honderdjarig park nog kan beschouwd worden als een overstromingsgebied. Het park is trouwens beschermd als dorpsgezicht.

De Open Werkgroep Heulebeek opteert voor behoud van de functie waterberging in het park. De omvangrijke vijver kan deels die rol spelen, maar of dat voldoende is... ? Groen- en parkschepen Philippe De Coene, sp.a, wil niet dat het park wordt gedegradeerd tot bufferbekken. Hij blijft aandringen op gepaste maatregelen van het Vlaamse Gewest om die overstromingen te voorkomen. Volgens de schepen is de enige duurzame oplossing om overstromingen te voorkomen, de aanleg van een bufferbekken stroomopwaarts in Moorsele.

Het wachten moe en op aandringen van een groot deel van de Heulse bevolking start binnenkort een eerste fase van renovatie- en verbeterwerken. 31 problematische bomen (o.m. verschillende kaprijpe populieren op vraag van Monumenten en Landschappen) worden geveld en vervangen door 11 streekeigen bomen. De boomwortels worden uitgefreesd. Uit de vijver worden slib en vuilnis uitgebaggerd en verwerkt in de vijveroevers. De oever aan de kant van de Peperstraat worden versterkt met matten die begroeiing mogelijk maken. Om de plantenrijkdom te bevorderen wordt de bodem verbeterd met ingewerkte teelaarde, vulzand, groencompost, kalk en organische meststof. De vijvermuren worden verstevigd. De paden krijgen een nieuwe dolomietverharding. Er komen opnieuw zitbanken. De brug over de Heulebeek wordt vervangen; de brug over de vijver wordt hersteld en krijgt kastanjehouten relingen. Het speelplein dat nu in het meest zompige stuk van het park staat, wordt op een hogere en drogere plaats opgesteld. Het waterrijke natuurgebiedje in de dreef naar de Gullegemsestraat blijft behouden.

Het gaat om opdrachten met een totale kost van 129.876,87 euro.  

 

00:08 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-09-06

ZONDAG 3 SEPTEMBER 2006: 100 jaar Kortrijk in één straat

Een detail van het soort waarop ik verlekkerd ben: bovenaan de gevel prijkt een hoofdletter M. Het is de M van Martha. De man die haar hart won en de M in steen in de façade van hun liefdesnestje liet metselen, was Jerome 'van-het-bananenkot', werkzaam in de bananenrijperij om de hoek. Deze Martha mag niet verward worden met Martha Dhondt, wonend in nr. 29. Zij was kort na de oorlog een van de sterren van de straatcarnavalgroep 'De Chinezen'; volgens de brochure van de zomercavalcade van 1946 was het een schoonheid "de Folies Bergères waardig".

Ik sta met Ivan Vermeulen voor het huis nummer 48 van de Voorzienigheidsstraat. Ivan is geboren in die honderjarige straat en kan de historie van elk huis inpassen in die eeuw Kortrijkse geschiedenis. Een onvermoed hoekje Kortrijk dat ons kan vertellen hoe onze voorouders het hoofd boven water hielden en plezier maakten in moeilijke tijden. Ivan is onze gids.

De Voorzienigheidsstraat is een elleboogvormige straat. De kleinste arm werd de "korte reke" genoemd, de langste arm de "lange reke". De Voorzienigheidsstraat werd aangelegd in het begin van de vorige eeuw. In dezelfde periode werden ook de Toekomststraat, het Volksplein en de Vooruitgangsstraat aangelegd - hoe optimistisch waren die namen! Het was een tijd van volle industriële opgang en dus werd de straat bijna onmiddellijk volgebouwd met woningen. De Kortrijkse economie had werkvolk nodig en dat moest gehuisvest worden. Met een enkele verdieping en een zolder zien die huisjes er heden ten dage veeleer bescheiden uit, maar rond 1900 waren het middenklassewoningen, voor de beter verdienende arbeiders en bedienden, bouwvakkers en winkelpersoneel bijvoorbeeld.

Schotelhuis

Van die relatieve welvaart getuigen bepaalde gevels die zijn opgetrokken in de modestijlen van toen: neo-stijlen zoals de Vlaamse neo-renaissance (huis 72 met trapgevel en 74 met booggevel van 1908). Andere woningen hebben neo-romaanse vensters en voordeuren (gevel 58 bijvoorbeeld, waaraan nog niet veel is verbouwd en waar de eerste inwijkeling, een Tunesiër, lange tijd geleden zijn intrek nam). Nog andere zijn dan weer getooid met de cementen bloemenslingers die voordien in zwang waren. De woningen met twee verdiepingen zijn later vergroot of zijn heropgebouwd na de bombardementen van 1944. Aan veel woningen is nog te zien dat ze ooit een zaak in huisde, dikwijls uitgebaat door de echtgenote.

De meeste woningen hadden in den beginne slechts een enkele verdieping. Daar waren twee of drie slaapkamers - een luxe want in de citeetjes en poortjes sliep het hele gezin soms bijeen op de zolder onder hetzelfde pannendak. Achter de voordeur was geen gang maar een 'portaal' en daarachter was de woonplaats. Achter de woonkamer bevond zich het 'schotelhuis', een kleinere aanbouw met twee pompen (een steenput en een regenwaterput) en een kookfornuis.

Niet zo heel veel later bouwden de meeste bewoners een 'waskot' achteraan hun schotelhuis. Ook daar stond een (kolen)kachel waarop het water werd gewarmd voor de 'marmiet', die zowel gebruikt werd voor de was als om een geïmproviseerd bad te nemen. De ruimte tussen de eigen achterbouw en de achterbouw van de buur werd nog later veelal overdekt met een veranda.

Achterdeur

De gezinnen die hun intrek namen in de Voorzienigheidsstraat waren steevast enorm groot en het was geen uitzondering als ook de grootouders en behoeftige familieleden meewoonden. Het moet heel veel geduld en begrip gevergd hebben om dat gebrek aan privacy op te vangen. Op de foto - de oudste prent van de straat! - de bevolking van de nummers 33 en 35 in het jaar 1915 (foto uit het archief van Ivan Vermeulen).

Gelukkig hadden de meeste woningen (behalve die op de hoeken) een tamelijk grote tuin. Tot een eind na de tweede wereldoorlog waren er aan de achterkant geen afsluitingen. De achterdeur werd meestal meer gebruikt dan de voordeur voor het contact met de buren. Zo hadden de talrijke kinderen een betrekkelijk veilig speelterrein.

Die open tuinen hebben ook het leven gered van verzetsman Olivier Laporte in de Tweede Wereldoorlog. De man was voorzitter van de Kommunistische Partij in Kortrijk, vakbondsleider (ACOD Ministeries) en voorzitter van het Onafhankelijkheidsfront, de linkse 'weerstand'. Op een dag stond de gestapo voor zijn deur om hem te arresteren. Hij vluchtte langs achteren weg en kon zich voor de rest van de oorlog verbergen in enkele boerhoven in Zwevegem. Waren die tuinen daar niet geweest, dan was hij gegarandeerd gestorven in een concentratiekamp of nog eer door de mishandelingen die politieke gevangenen te beurt vielen.

Fakkel

De straat heeft in Kortrijk de naam een links bolwerk te zijn. De vader van mijn gids, Eugène Vermeulen, was na de oorlog secretaris van de KP en betrok nummer 35, waar Ivan geboren is. In nummer 46 woonde een andere communist, Roger Decock, voorzitter van ACOD Kortrijk.

Van socialistische kant woonde in nr. 33 (voddenhandelaar Alphonse Liagre) de bekende feministe Colette Liagre, provincieraadslid voor de SP in de jaren 70. In nummer 100 woonde Achiel Delrue met zijn echtgenote Maatje en hun dochter Denise, die er nog altijd woont. Achiel was de broer van Alfons Delrue, echtgenoot van Marie Desmet, socialistisch gemeenteraadslid, provincieraadslid en senator. Marie Desmet en Alfons Delrue zijn de ouders van Cecile Delrue, jarenlange baas van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen en gemeenteraadslid voor de (B)SP. Cecile is dus de nicht van Denise. In nr. 10 woonde in zijn jeugd Edmond Delooze, secretaris van de rode overheidsvakbond ACOD, voordat hij naar Zwevegem vertrok, waar hij gemeenteraadslid werd. Zijn vader was trambestuurder in Kortrijk.

De progressieve fakkel in de straat is thans overgenomen door Bert Herrewyn, die zijn intrek heeft genomen in nr. 2. Bert is verantwoordelijke voor Muziekcentrum De Kreun en hij staat op de 9e plaats op de lijst sp.a-spirit voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Hij is, samen met Mario Craeynest, de drijvende kracht achter onze campagne.

Zottebollen

De straat is vandaag zonder café. Maar ooit waren er 3: 1 in de straat zelf, "In de Voorzienigheid", en een op elk uiteinde van de straat. Op de hoek van de 'lange reke' en de Sint-Denijsestraat was er café De Bloementuin. Op de hoek van de korte reke met de Filips van de Elzaslaan was er café De Bloemendreef, lange tijd het lokaal van de Kortrijkse KP.

Herberg In de Voorzienigheid bestond van 1910 tot na de Tweede Wereldoorlog in het grote huis nummer 8. De zaak tapte bier van de Kortrijkse brouwer AugusteTack (Broelkaai 4). Op de statige gevel is nog de vorm te zien van het opschrift, maar de letters zelf werden enkele jaren geleden overschilderd. Herbergier Volckaert sloot het café in de jaren 40 en installeerde er zijn dochter Cecile als coiffeuse. Na enkele jaren heropende wijkburgemeester Marcel Quartier nog voor een tijdje de herberg maar daarna was het definitief afgelopen.

Café De Bloementuin was een zaak van brouwer Henri Maelfait, opgericht in 1909. Bijna onafgebroken werd het café uitgebaat door Tinneke Pauwels, die achter de toog stond tot ze meer dan 90 jaar oud was. Achteraan het café kon men zottebollen, een kegelspel met een halve bol die de doelwitten in cirkels ronddraaiend benadert. Het pand is gesloopt en vervangen door een appartementsgebouw.

Café De Bloementuin was een zaak van brouwer Henri Maelfait, opgericht in 1909. Bijna onafgebroken werd het café uitgebaat door Tinneke Pauwels, die achter de toog stond tot ze meer dan 90 jaar oud was. Achteraan het café kon men zottebollen, een kegelspel met een halve bol die de doelwitten in cirkels ronddraaiend benadert.

Café De Bloemendreef dateerde van 1914, opgericht door de brouwerij Lust (bekend voor zijn "ouden bruinen, krachtig gerstebier naar ouden trant", al lang verdwenen). Tijdens de oorlog werd het café open gehouden door Georges Vermeulen, de vader van voormelde Eugène en grootvader van Ivan. Georges hield later café "In de Roode Steentjes" open in de Vaartstraat (thans sociale appartementen). Na de oorlog maakte de KP-afdeling Kortrijk van het grote pand achter de trapgevel zijn lokaal, met gelagzaal, vergaderzalen en kantoren. Achter de toog stonden René Van Camp en Eliza Bostoen. 

Het café werd door sommigen in de straat heel scheef bekeken, maar anderen zagen er geen graten in om te gaan genieten van de uitbundige ambiance. Het was bekend dat er goede muziek werd gedraaid en dat er al eens een dansje kon gemaakt worden. Om de tijdsgeest te schetsen: in 1953 was daar een feest voor de verjaardag van Jozef ... Stalin. De Russische dictator werd toen nog algemeen geacht voor zijn beslissende interventie in de geallieerde overwinning op Hitler-Duitsland. Tot een eind in de straat stonden ze aan te schuiven aan café De Bloemendreef. Kort na de oorlog zat de KP in de regering. De communistische minister Lallemand bezocht toen Kortrijk en kwam bij die gelegenheid een toespraak houden in De Bloemendreef.

Snuifdoos 

Zoals het meestal de vrouwen waren die als bijverdienste voor het gezin café hielden, waren het ook de vrouwen die de vele handelszaken in de Voorzienigheidsstraat lieten draaien. Momenteel is er nog 1 enkele zaak uit die tijd: bakkerij Wittouck, tot voor kort Bostoen.

In nr. 2 dreef Silvère Bostoen een winkel van lampen, zekeringen en schakelaars. Nr. 6, een brede woning met poort, was de beenhouwerij van André Warlop. Door de poort werd het vlees met paard en kar binnengevoerd. Zijn broer was schoolhoofd van de stadsschool op Walle en was als 'Warlopke' beroemd in Kortrijk als leraar notenleer in het stedelijke muziekconservatorium (ik heb er nog solfège van geleerd). Nummer 1, aan de overkant, is een hogere woning, heropgebouwd na de bombardementen van 1944. Het was de kruidenierswinkel van melkboer Nestor Desmet, de eerste melkboer van de straat.

Zijn moeder Mariette was waarzegster. Zij had een grote klandizie bij de chiquere dames van Kortrijk, die zich in limousines met chauffeur of door taxi's tot in de Voorzienigheidsstraat lieten voeren. Mariette was verslingerd op snuiftabak en omwille van haar bruingevlekte zakdoek werd zij "de snuifdoos" genoemd. Zij was een populaire bezoekster van café In de Voorzienigheid. Als zij wat verdiend had met haar waarzeggerij, kwam zij dat vieren in de herberg en gaf zij al eens een tournée générale (en een 'lat' chocolade Jacques aan de kinderen).

Nr. 14 was van Maurice Coigné, een vakbekwame schilder-garnierder. Op de duur ging hij voor de firma De Coene maandenlange periodes in de Golfstaten werken voor de oliesjeiks. Elke keer dat hij terugkwam, hing de buurt aan zijn lippen toen hij uitpakte met zijn exotische verhalen van duizend en een nacht. In nr. 22 was de tweede melkboer van de straat actief: Ernest Opbrouck, die ook een kruidenierswinkel dreef.

Mentebakkers 

Aan de gevel van nummer 11 kun je nog zien dat er ooit een winkel was: Pierre Van Landeghem baatte er een zaak van kachels uit, later verhuisd naar een groter pand in de nabijgelegen Boerderijstraat. Nr. 34 was het salon van coiffeuse Muguette, wat oneerbiedig "het bultje" genoemd. Haar vader, Dewaele, was vaandeldrager bij het ACOD. 

Het huis nummer 15 is het enige met een balkon in de straat. Op het moment dat de carnavalstoet er passeerde stond het balkon vol toeschouwers. Het was de winkel van Anaïs Kerckhove, die garen en knopen verkocht en mariabeeldjes onder stolp maakte. Om op te vallen werd de gevel eerst in het groen geschilderd en nadien bezet met blinkende zwarte steen. In nr. 40 vond je horlogemaker Jef Mullie, in nr. 48 verkocht Gusta Deceuninck snoep.

Het huis nummer 15 is het enige met een balkon in de straat. Op het moment dat de carnavalstoet er passeerde stond het balkon vol toeschouwers. Het was de winkel van Anaïs Kerckhove, die garen en knopen verkocht en mariabeeldjes onder stolp maakte. Om op te vallen werd de gevel eerst in het groen geschilderd en nadien bezet met blinkende zwarte steen. In nr. 40 vond je horlogemaker Jef Mullie. In nr. 48 verkocht Gusta Deconinck snoep; Gusta was, zoals de zussen Martha en Zulma Dhondt, een van de stralende sterren van de zomercavalcade van 1946.

In nr. 66 maakten de gebroeders Callewaert allerhande snoep; zij woonden in nr. 76. Het was een seizoensactiviteit, zo rond Sinterklaas en het jaareinde. In de zomer waren de broers ... metsersbazen. Toch gingen ze door het leven als de "mentebakkers". Zij maakten behalve chocoladeventjes en echte karamel ook een soort marsepein, met kokospulp in plaats van met amandelmeel. Daarvan maakten zij allerlei figuurtjes: patatjes, worteltjes, varkentjes, alles in de aangepaste kleuren. Zij leverden elk jaar een vrachtwagen gevulde dozen aan de Bond van Kroostrijke Gezinnen, die er de kinderen mee vergastte op een Sinterklaasfeest in de zaal van de Gilde. Ivan Vermeulen heeft de "mentebakkers" veel geholpen.

Heilige Familie

De buitenste hoek van de elleboog is iets speciaals. Op nr. 68 is de vroegere woning vervangen door een moderne nieuwbouw. Nummer 70 is aan de straatkant slechts een lage inrijpoort. Erachter staat evenwel een grote villa in een park van een tuin. Het verborgen landhuis is gebouwd door aannemer Leon Vanassche, de rijkste man van de straat en dus ook sponsor van diverse straatinitiatieven zoals de carnavalgroep (waarover verder meer). Op de dag van de straatkermis in augustus inviteerde 'madame' Vanassche de kinderen van de straat op een feestje met cacaomelk en koekenboterhammen.

Naast het geheimzinnige poortje staan de woningen 72 en 74, gebouwd in 1908 in Vlaamse renaissancestijl, met opvallende trap- en booggevel. Het contrast met het moderne ensemble van nr. 68 is groot, maar in een stad steekt dat niet af. De stijlgevels kijken recht de lange reke in en zijn dus in heel het langste deel van de straat te zien.

De binnenste hoek van de elleboog, nr. 47, wordt gevormd voor de voormalige grote kruidenierswinkel van Georges Vantieghem, tevens melkboer. Op de mooie hoekgevel heeft hij een kapel aangebracht waarin een beeldengroep de Heilige Familie voorstelt.

De winkel was een toevlucht voor de gezinnen van de straat in moeilijke tijden, want bij Vantieghem kon je 'op de poef' kopen en komen betalen als er vers geld in huis was. Op het einde van het jaar werden de trouwe klanten (al wie op krediet kocht dus) beloond met een pak chocolade Van Houtte. In de winkel stond meestal echtgenote Olga Dewyn.

In nr. 80 woonde kleermaker Willy Demeyer, die achteraan zijn woning een ateliertje had waarin hij bovenop een grote tafel in kleermakerszit maatpakken naaide. De oudste man van de straat, Valère Demets (1928), betrekt woning  nummer 92. Hij was in zijn actief leven een van de fijnste goudsmeden van de streek.

Chemie

Nummer 94 was de patattenwinkel van Albert Desloovere en Mariette. Zij verkochten ook groenten. En in de zomer ging Albert werken in de bouw. Na hun overlijden stapelde hun neef, José Clarysse, cafébaas van vroeger het Vlaams Bierhuis op de Veemarkt en thans van Den Boulevard in de Groeningelaan, daar een tijdlang zijn schat aan zeldzame, exclusieve bieren.

In nummer 96 verkocht Louis-de-velomaker fietsen die hij ineengesleuteld had. Je kon er ook terecht voor herstellingen. Nummer 98 was de andere bakkerij van de straat, van bakker Biebaert. Aan de overkant van de korte reke huisde in de omvangrijke woning met poort en overdekte stapelplaats kolenmarchand Clovis Vantieghem, de broer van melkboer-kruidenier Georges. De hangar wordt vandaag verhuurd als autostalplaats.

In nummer 55 verkocht eveneens het echtpaar Pattyn snoep. Zij deden met hun confiserie ook aan groothandel. En nr. 51 is de nog altijd bestaande bakkerij, met ovens waarvan je in de winkel soms een glimp kunt opvangen. De bakkerij is gestart door Joseph Arlin. Verser in het geheugen ligt de lange periode dat Leopold Bostoen er brood bakte. Bostoen kwam uit een gezin dat men nu erg kansarm zou noemen. Van kindsbeen af moest hij werken, in de bouw bijvoorbeeld. Op een bepaald moment werd hij opgevangen door een bakker waarvan hij alle knepen van het vak leerde.

Het brood van Bostoen was befaamd, ook bij restauranthouders, tot ver buiten de stadsgrenzen. "Ik moet niets weten van al die chemie die andere bakkers in hun deeg doen" zei hij en hij bakte uitsluitend met meel, gist en water. Thans wordt de bakkerij uitgebaat door de jonge bakker Wittouck.

Lintenfabriek

Met al die actieve bewoners was de Voorzienigheidsstraat een heel bedrijvig milieu. Van al dat ondernemersgeweld schiet alleen nog de bakkerij in nr. 51 over. In het begin van de lange reke is er echter een winkelcentrum ingericht met onder meer een Aldi en een groenten- en fruitzaak. Daar stond vroeger de lintenfabriek van Charles Delvoye, nadien uitgeweken naar de Munkendoornstraat 110, waar de producent van technisch textiel nog altijd linten en banden fabriceert maar dan op hightech-niveau.

Een nieuwe zaak is Aquaverde in nummer 10, waar een sauna en verzorgingscentrum wordt uitgebaat.

Chinezen

Dat een mens niet leeft om te werken alleen, wist men in de Voorzienigheidsstraat maar al te goed. Vooraleer de TV iedereen aan de sofa vastkluisterde, was er een intens gemeenschapsleven. Hoogtepunt was telkenjare Kortrijk Kermis, ook het moment om in de straat ambiance te maken. Het begon ermee dat de wijkburgemeester, Marcel Quartier, een tijdlang cafébaas van In de Voorzienigheid, stoetsgewijze werd afgehaald van het stadhuis van Kortrijk. Op een fotootje uit de jaren veertig heeft hij zich opgetut in een matrozenpakje.

De hele bevolking deed mee aan de carnavalgroep van de straat. In 1946 was dat een schitterend verklede groep 'Chinezen', in 1952 vormden zij 'de Echte Paljassen'. De Chinese groep ontstond in de jaren 30, onder het voorzitterschap van André Warlop, de beenhouwer, en artistiek begeleid door zijn broer, het schoolhoofd Warlop. Ere-voorzitter en hoofdsponsor was aannemer Leon Vanassche, eigenaar van de enige villa in de straat.

De carnavalgroep "de Chinezen", was een van de grote attracties van "Kortrijks eerste grote zomerkavalkade" op 21 juli 1946. De enorme, vrolijke stoet moest de moed er weer inbrengen bij de bevolking die heel wat te verwerken had na vier jaar wrede bezetting en rampzalige bombardementen. De Chinezen van de Voorzienigheidsstraat beperkten hun optredens niet tot de eigen stad. Zij trokken ook naar stoeten in Aalst (!), Bergen, Gent, Blankenberge en zelfs over de grens in Tourcoing.

Zwaargewichten

De bewoners van de Voorzienigheidsstraat konden zich ook optrekken aan de sportfiguren uit hun straat. Ivan noemt Valère Mahau, kampioen van België boksen van de zwaargewichten, wonend in nummer 48. Valère was ook keeper bij SV Kortrijk. Een andere Mahau uit de Voorzienigheidsstraat, Theo, kweekte Mechelse schepers en was Belgisch kampioen in een competitie van 'verdedigingshonden'. Zijn zoon, Albert Mahau is voorzitter van de Kortrijkse hondenclub die zijn lokaal heeft op Kapel ter Bede.

Voetbaltrainer Georges Millecamps, wonend in nummer 44, begeleidde zowel de ploeg van SV als die van Stade Kortrijk (later opgegaan in KV Kortrijk).

Paraat voor de volgende honderd jaar

De Voorzienigheidsstraat is zopas grondig vernieuwd. Riolering, trottoirs en wegdek zijn heraangelegd door aannemer Wegrovan van Waarmaarde in opdracht van de stad (kostprijs: een kleine 430.000 euro) Het was een dossier dat al aansleepte van in de beginjaren 90. Een van de moeilijke punten was de kwestie van de voortuintjes.

Bij de aanleg van de straat rond 1900 kreeg elke woning een voortuintje omringd door een buxushaagje. Vooral aan de zonnige onpare kant van de lange reke maakten verschillende bewoners daar een miniparadijsje van. Als je door de straat liep, kon je de rozen ruiken. Met de opkomst van de auto werden veel voortuintjes echter geplaveid, dikwijls met dezelfde soort dallen als het trottoir. Daar werd dan de gezinswagen op gestald.

Anderen, zoals Ivan Vermeulen, hielden hun voortuintje in stand. Het had er ook mee te maken dat bepaalde bewoners een bouwvergunning kregen om gelijkvloers een garage te maken. Naderhand werd het stadsbestuur veel minder bereidwillig omdat het meestal gaat om nogal smalle woningen. Nu wordt de voorwaarde gesteld dat men van twee woningen een maakt. Ook Ivan Vermeulen wou een garage, maar die werd geweigerd. Van lieverlede heeft hij dan maar naast zijn voordeur een tweede deur laten steken, als het ware een dienstingang, voor fietsen en dergelijke. Dat geeft zijn gevel (nr. 33) een merkwaardig uitzicht (architect Geert Maes).

De Voorzienigheidsstraat is te smal om er plaats te bieden aan zowel een weg voor het verkeer als aan brede trottoirs en voortuintjes. De ingenieurs van de stad stelden daarom voor om de voortuintjes te annexeren. De vraag rees of die tuintjes wel eigendom waren van de stad. Ikzelf heb daar nog over geïnterpelleerd in de gemeenteraad. Maar uiteindelijk legde iedereen zich neer bij de mooie heraanlegplannen.

Nu is de straat aangelegd voor eenrichtingsverkeer. De voortuintjes zijn opgebroken en vervangen door langsparkeerstroken en trottoirs aan weerzijden met hier en daar een strook voor groen (dat er komt in het volgende plantseizoen). Door die groenstroken afwisselend aan de ene kant en de andere kant van de straat heeft het wegdek een kronkelend uitzicht gekregen, wat snelheidsremmend werkt.

Na die vernieuwing is de Voorzienigheidsstraat weer paraat voor de volgende honderd jaar. Ik wens de bewoners op zijn minst evenveel plezier en geluk als hun voorgangers! En dat men gespaard moge blijven van armoede en oorlogsgeweld!

23:44 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |