25-02-07

Kortrijkse stadswandeling: rood textiel - eerste deel

De Kien1

Wat volgt, is een eerste deel van een onafgewerkte stadswandeling in Kortrijk. Op zaterdag 3 maart 2007 wordt de geleide wandeling uitgetest. Met een 30-tal belangstellenden loop ik het volgende parcours af. Omdat het niet de bedoeling is dat ik als enige alle groepen begeleid, heb ik een tekst gemaakt die andere gidsen naar goeddunken kunnen gebruiken. Ik publiceer de tekst hier - het tweede deel wordt binnenkort ingevuld - zodat iedereen met die tekst ook op zijn eentje de wandeling kan aflopen. Veel plezier toegewenst! 

 

textielhuis1

 

Afspraak en start in het Textielhuis, Rijselsestraat 19 in Kortrijk.


  1. Textielhuis: verwelkoming en “wat staat er u te wachten op de verkenningstocht?”


Zonder de textiel zou Kortrijk niet geweest zijn wat het nu is. Meer zelfs, zonder de textielbedrijvigheid zou Kortrijk wellicht niet bestaan hebben. De textiel, Kortrijks eerste en nog altijd belangrijke economische activiteit, heeft in onze stad een zeer bewogen geschiedenis gekend. De textielgeschiedenis in Kortrijk is roder dan textielbarons en stadsbestuur willen toegeven. We gaan een wandeling door de stad maken op zoek naar de talrijke sporen van de bedrijvigheid waarmee Kortrijk rijk werd. Die sporen onthullen ook de uitbuiting en de verdrukking, en de sociale bewustwording daar het gevolg van was.


We gaan van het ene grote verhaal naar de andere boeiende vertelling stappen. Onderweg komen de historische herinneringen boven, zoals in bloed gesmoorde opstanden van weversknechten, The Golden River, een Engels vlaspaleis, een oude weverij in een door Franse revolutionairen onteigend klooster, een socialistische pionier, een verdwenen 'strontpartje', een park waarvoor honderden arbeidersgezinnen dakloos werden, de wieg van Lucky Luke, en een beluik waar de tijd is stilgestaan. Maar evengoed gaan wij merkwaardige voorbeelden van reconversie opmerken. Zoals een stijlvol vrijzinnig ontmoetingscentrum in een oude weverij en een rood (!) plein voor euromiljonairs op de gronden van een gesloopte ververij. Kortom, we ontdekken een ander maar daarom niet minder interessant Kortrijk dan dat van de toeristische dienst.


De wandeling duurt twee uur. Onderweg pauzeren wij even in een interessant café. We eindigen de verkenningstocht weer hier in het Textielhuis, waar we nog even kunnen napraten in het prachtige decor van een van de weinige overgebleven 'grand cafés' van Kortrijk.


Boudewijn IX


Vertrekkend vanuit het Textielhuis stappen wij naar het stadhuis, op de hoek van de Rijselsestraat en de Grote Markt. We gaan het stadhuis binnen naar de Oude Schepenzaal op de benedenverdieping. Als de zaal bezet is – het is de trouwzaal van het stadhuis! - richten we onze blikken op de gevel van het stadhuis.


  1. Stadhuis, Oude Schepenzaal: Kortrijk ontstaan als sweatshop van de graven van Vlaanderen

We zijn nu in het stadhuis van Kortrijk, de zetel van het stadsbestuur. In dit historische gebouw is nog altijd de vergaderzaal van de gemeenteraad. Voor het overige worden de zalen en ruimten hoofdzakelijk gebruikt voor allerhande plechtigheden en officiële recepties.


Het stadhuis is het resultaat van talrijke verbouwingen. De gevel ziet er middeleeuws uit, maar dat is nep. Het is een neo-gotische reconstructie die een beetje gelijkt op de gevel die het veel kleinere schepenhuis had in de middeleeuwen. Voor die reconstructie in 1875, toen de neo-stijlen grote mode waren in België, heeft men een mooie en sobere classicistische gevel van 1807 in de tijd van de Franse revolutie afgebroken. In 1959 is de gevel nogmaals gerestaureerd.


Vroeger was dat hier, zoals al gezegd, het schepenhuis van Kortrijk. De schepenen waren zowel rechtbank als stadbestuur als stadswetgever als militair bestuur van de stad en omliggende. Ze kwamen allemaal uit dezelfde rijke families. Democratisch was dat allerminst. Die schepenen vergaderden in het zaaltje dat nu gebruikt wordt als trouwzaal. Het enige wat nog uit de tijd van de oude schepenen stamt is de schouw, met allerlei verwijzingen naar de functie van rechtbank.


              


In de trouwzaal: Maar daarvoor heb ik u niet naar hier gebracht. Kijk eens naar die indrukwekkende muurschilderingen. Ze dateren van 1873 en zijn van de hand van Jan Swerts, de latere directeur van de Academie van Praag en van Godfried Guffens, een Limburger die schilderde in de stijl van de Duitse romantiek en die bevriend was met beroemdheden zoals de componist Franz Liszt. De schilders van die stijl waren verzot op uitbeeldingen van het grootse verleden. Wat Guffens hier heeft uitgebeeld, is het vertrek van de graaf van Vlaanderen, Boudewijn IX op kruistocht vanuit zijn kasteel in Kortrijk in 1202. De graven hadden overal kastelen staan, maar die Boudewijn verbleef graag in Kortrijk.


              


Als de trouwzaal niet vrij is, voor de gevel: Kortrijk heeft zijn ontstaan als stad te danken aan de graven van Vlaanderen, de krijgsheren die hier de macht hadden. Die graven hebben de stad opgericht om hun zakken te vullen en als ze soms voor voorspoed hebben gezorgd, waarop ze dan belastingen konden innen, hebben ze ook voor veel onheil gezorgd voor Kortrijk. Maar goed, het stadsbestuur vond het bij de verbouwingswerken van 1875 nodig om die krijgsheren af te beelden op de gevel van het stadhuis. De beeldhouwer van dienst was Constant De Vreese.


Wat ons interesseert, zijn de beelden 8 en 9 te rekenen vanaf de ingangspoort van het stadhuis. De stoere vechtersbaas op nummer 8 is graaf Boudewijn IX, in functie van 1194 tot 1205. Op nummer 9 staat zijn dochter Johanna met de eigenaardige bijnaam 'van Constantinopel'. Dank zij Johanna van Constantinopel zijn Kortrijk en textiel altijd één begrip geweest.


              


Kortrijk bestond rond het jaar 1200 amper 100 jaar als stad. Kortrijk is altijd een militaire versterking geweest, al van in de tijd van de Romeinen. Er was hier immers een knooppunt van belangrijke wegen, er was een overgang over de Leie en de Leie zelf was eveneens een belangrijke verkeersader. Ook de graven van Vlaanderen, krijgsheren die aan de macht waren gekomen in de woelige jaren van de plundertochten van de Noormannen, hadden hier van in den beginne een machtige burcht. De omvang van het domein van de graaf is nog te zien in het stratenpatroon. De bolle kant van de Grote Markt was de zuidgrens van dat domein.


In een smalle strook rond dat domein hebben zich mensen gevestigd die bescherming zochten. Op een bepaald moment, ergens in de jaren 1100, heeft de graaf aan die smalle strook rond zijn domein voorrechten gegeven. Op het platteland waren de mensen niet vrij. Ze moesten boeren en zorgen dat er genoeg opbrengst was voor de heren. De rest mochten ze houden om te overleven. Ze behoorden tot de grond; ze hadden het recht niet die grond te verlaten. De stadsbewoners ontsnapten aan die slavernij. Zo een stad was voor de graven een goede investering. Zij konden belastingen innen op de economische bedrijvigheid die ontstond in die vrijzones. De stad rond hun burcht was ook een bufferzone om de eerste slagen op te vangen van vijandelijke legerbenden.


Of de stad trots mag zijn op Boudewijn IX is twijfelachtig. Zijn kruistocht is nog meer dan de andere uitgedraaid op een gigantische plundertocht. Ze zijn niet verder geraakt dat Constantinopel, de toenmalige hoofdstad van het Oost-Romeinse keizerrijk. Constantinopel is het huidige Istambul. Onze Boudewijn heeft zich daar in mei 1204 laten uitroepen tot keizer. In de chaos van aanhoudende plunderingen en gevechten is hij na een jaar verdwenen, op rooftocht bij de Bulgaren.


Zijn dochter die hier is afgebeeld [bij het afscheid van haar vader], is Johanna van Constantinopel. In de jaren dat zij gravin was (1205-1244), was er weer eens een van de vele oorlogen tussen de Franse koning, de Engelse koning en het graafschap Vlaanderen. In die oorlog werd Kortrijk zo verwoest door de Franse koning, in 1213, dat het stadje niet meer bestond. De bevolking was uitgemoord of weggevlucht. Johanna van Constantinopel heeft al het mogelijke gedaan om de stad weer te bevolken. In 1217 heeft zij de belastingsvoordelen uitgevaardigd voor wie opnieuw in Kortrijk durfde komen wonen. In 1224 heeft zij grote voordelen geschonken aan de eerste 50 wolbewerkers die zich in Kortrijk wilden komen vestigen. Kortrijk dankt daarmee zijn voortbestaan aan de textielbedrijvigheid. Zonder de textiel, waaruit de graven stevige belastingsinkomsten hoopten te verkrijgen, was Kortrijk er misschien niet meer geweest.


Als we nu het stadhuis verlaten, kijk dan eens naar de Halletoren op de Grote Markt. Het torentje is het belfort van Kortrijk en bekroonde eertijds de eerste lakenhalle van de stad. In die halle konden de Kortrijkse wevers hun stoffen aanbieden aan voorbijkomende kooplui. Het was een onmisbaar instrument voor de export van onze wollen stoffen, ook draperie genoemd. De eerste textielbedrijvigheid in Kortrijk was dus de wolweverij. Die geweven luxestoffen noemde men laken of draperie. Het Kortrijkse laken had enige vermaardheid in het buitenland, tot in het middellandsezeegebied, maar onze draperie was toch maar een klein broertje in vergelijking met die van Gent en Ieper.


ramen


We keren eventjes op ons stappen terug en gaan de Papenstraat binnen. We dalen af in de vroegere winterbedding van de Leie. Aan de Oude Kasteelstraat en de Stovestraat wordt onze aandacht getrokken door een steegje met de naam “De Ramen”.


  1. Ramen: Kortrijks eerste industriegebied

Stad Kortrijk was in het begin niet groter dan een strook tussen de Grote Markt en het einde van de Rijselsestraat, waar de Rijselpoort stond op wat nu het Louis Robbeplein wordt genoemd (maar geen plein is maar een lelijk druk kruispunt). In oostelijke richting stopte de stad aan de Doorniksepoort waar nu de spoorwegtunnel is. Het stuk tussen de Rijselsestraat en de Leie lag lang braak. Misschien omdat het een natte helling was, een overstromingsgebied voor de Leie. In die uithoek vestigde men op de duur de ambachtelijke activiteiten die te vuil of te stinkend waren voor de woonwijken.


Een van die activiteiten was het kleuren van het laken. Dat ambacht werd bedreven door de volders, de mannen met de blauwe handen. Die stoffen ondergingen verschillende bewerkingen, de ene al smeriger en ongezonder dan de andere. Na bepaalde bewerkingen, bijvoorbeeld na een ontvettende spoeling, werd de stof opgespannen op grote houten ramen om te drogen en te verluchten. Daar komt ook de naam van het steegje van.


Aan de smalle straatjes kun je zien dat deze wijk een van de oudste van de stad is. Onder de huizen zitten dikwijls nog oeroude kelders, gangen en funderingen. Dat kun je zien onder de kleine ruïne achteraan de braakliggende grond die als parking wordt gebruikt. De Ramen liepen ooit door tot in de Rijselsestraat, tot rechtover het Textielhuis. Het straatje werd een steegje toen in 1583 de paters Jezuïeten naar Kortrijk werden gehaald om de bevolking na enkele jaren van protestants bewind weer katholiek te maken. Het toenmalige stadsbestuur had daar veel geld en grond voor over. Zo werd onder andere het straatje halverwege gebarricadeerd voor de bouw van het Jezuïtenklooster, dat enkele jaren geleden werd opgedoekt maar waarvan de gebouwen bewaard zijn gebleven.


Het steegje was in de 19e eeuw een van de achterbuurten van Kortrijk, waar tientallen grote arbeidersgezinnen in kleine vochtige huisjes hokten. Het straatje werd pas in 1827 voorzien van een wegdek. Op het einde van het steegje liggen de oude gele kasseien van toen er nog altijd.


Tot voor enkele jaren was de Papenstraat de rosse buurt van Kortrijk. Intussen zijn de laatste stripteasebars en rendez-voushuizen een voor een gesloten. Ook die functie was zeer oud. Een van de zijstraatjes van de Papenstraat is de Stovestraat. Een stoof was in de middeleeuwen een openbaar badhuis, waar men zonder schaamte zeer schaars gekleed naartoe ging. Van het ene kwam soms het andere.


kasteelkaai


We dalen verder af naar de Leie, door het smalste deel van de Papenstraat, vroeger het Rozenstraatje genoemd. We komen uit op de Dolfijnkaai. We lopen linksaf door naar de Kasteelkaai.


  1. Kasteelkaai: de weversopstanden van 1419 en 1741, Jan Salade en Pierre Carrette

Op de oever waar de Leie de stad binnenstroomde bouwde hertog Filips de Stoute, ook graaf van Vlaanderen, tegen 1404 een nieuw kasteel. Het oude, gelegen aan de andere kant van de stad, ter hoogte van de Broeltorens, was verwoest door de Vlaamse graaf zelf bij een van de opstanden van stad Gent tegen zijn gezag. Kortrijk werd als bondgenoot van Gent tot op de grond verwoest en platgebrand door Franse troepen, Bretoenen, die de Vlaamse graaf kwamen ondersteunen.


Hertog Filips de Stoute liet een nieuw kasteel bouwen op de stadsmuren aan de naar Frankrijk gerichte kant van Kortrijk. De hertog was weer vijand met de Franse koning hoewel zijn voorgangers door die koning gered waren aan het hoofd van hun graafschap. Het kasteel was ook gericht tegen lokale onlusten.


In 1419 waren er van die onlusten. De volders mochten van de hertog meer vragen voor hun werk aan de wevers. Het was crisis in de lakensector en een deel van de wevers kwamen in opstand. De rijke wevers wilden niet meedoen aan de staking en een van hun leiders werd doodgeslagen. De leiders van de opstandelingen verschansten zich in de toren van de Sint-Maartenskerk waar ze bijgestaan werden door honderden aanhangers die de wacht hielden rond de kerk. Uiteindelijk is de staking en opstand bloedig neergeslagen door troepen die het stadsbestuur van elders, onder andere van Gent liet overkomen. Elf muiters werden op de Gemene Weide – dat is een gebied buiten de stadsmuren achter het nieuwe kasteel – geradbraakt en onthoofd. Hun hoofden werden als waarschuwing tentoongesteld aan de stadspoorten.


Dergelijke sociale opstanden waren er geregeld in Kortrijk.


Nemen we een voorbeeld van 500 jaar later. De oogsten waren dat jaar tegengevallen en de graanhandelaars profiteerden daarvan om te speculeren en hun prijzen op te drijven. Er ontstond een echte hongersnood. Honderden mensen stierven van ontbering. Precies in die dramatische omstandigheden was er ook crisis in de textiel. De handelaars kochten bijna geen stoffen meer op zodat de meeste weversknechten zonder werk vielen. Er brak een opstand uit. Uit Gent en Oudenaarde werden 250 dragonders opgetrommeld om de onrust neer te slaan. Omdat men schrik had dat het ervaren werkvolk zou uitwijken naar andere steden, zijn de leiders niet streng gestraft. Alleen de hoofdman werd voor twee jaar uit het graafschap Vlaanderen verbannen. De man heette ... Pierre Carette.


Een andere leider van de weversopstand werd in latere kronieken Jan Salade genoemd. Ik durf te wedden dat het eigenlijk Jean Salaud was (Jan de smeerlap), een Frans scheldwoord. Hij werd voor maanden opgesloten in de stadsgevangenis. De rijke burgers van Kortrijk haatten al wie zich durfde verzetten tegen uitbuiting en verdrukking.


Aan de overkant van de Leie zien wij de restanten van een fabriek waar we zeker naartoe moeten. Het is de vlasfabriek van De Kien, waarover straks meer.

 

gerechtshofbrug

 

We volgen de historische Leie stroomopwaarts, over de Handelskaai naar de Gerechtshofbrug. Onderweg bekijken we de vorderingen van de Leieverbredingswerken, die al meer dan tien jaar aanslepen. Over de brug richten we onze stappen naar een imposant gebouw aan de rechterkant van de Noordstraat.


  1. Gerechtshofbrug: The Golden River

We staan nu op de brug die in Kortrijk met enige pretentie de “Gerechtshofbrug” wordt genoemd. Nochtans hebben wij in Kortrijk geen gerechtshof – dat is een tribunaal waar een hof van beroep zetelt – maar slechts een rechtbank van eerste aanleg. Binnenkort wordt die brug afgebroken en vervangen door een indrukwekkende tuikabelbrug waaronder een verbrede Leie zal stromen.


Aan de Leie is in Kortrijk dikwijls gewerkt. De historische Leie is die vertakking die tussen de Broeltorens loopt. In de middeleeuwen is een aftakking gegraven als een stadsgracht om een deel van Overleie te beschermen: het klein Leieke. Van 1912 tot 1917 is die aftakking verbreed en doorgetrokken tot aan de Groeningebrug. Van dan af was de nieuwe Leie de vaargeul en niet meer de oude Leie.


Zoals gezegd bestond de textielbedrijvigheid in Kortrijk in het begin vooral uit het weven van wol. De draperie ging rond 1500 evenwel ten onder in een zware crisis. Gelukkig had zich tegen dan een nieuwe textielbedrijvigheid ontwikkeld: de vlasbewerking en het weven van vlasweefsels of linnen. Kortrijk stond bekend voor zijn tafellakens en servetten. Een gegeerde specialiteit was de damast, linnen waarin in dezelfde kleur desseins werden geweven die men kon zien als men er naar keek vanuit een scheve hoek. In tegenstelling tot de wolbedrijvigheid – waarvoor men wol van elders moest invoeren en die men elders liet spinnen – werden alle onderdelen van de vlasverwerking in Kortrijk uitgevoerd, van het roten van de vlasstengels tot het verweven van vlasgaren tot linnen stoffen.


Om van vlas garen te maken moeten eerst de zachte vezels losgemaakt worden uit de harde stengel van de plant. In Kortrijk had men al rap uitgevonden dat men het rapst die harde stengels kon laten wegrotten in het niet al te propere Leiewater. In grote bakken, 'hekken' genoemd, liet men balen vlas in de Leie zakken. Natuurlijk was dat roten niet bevorderlijk voor de kwaliteit van het Leiewater. Het stonk in Kortrijk, maar het bleef stinken waar het water naartoe vloeide. In 1857 organiseerde stad Gent een grote petitie gericht aan de minister van Openbare Werken om dat roten in de streek van Kortrijk te verbieden. Er kwam alleen een verbod om 's winters in de Leie te roten. Pas in 1943 is het roten definitief verboden. Vanaf dan rootte men alleen nog maar zogezegd kunstmatig, in rootputten met verwarmd water.

 

Grote afnemers van zowel vlas als afgewerkte producten waren de Engelsen. Zij hadden in Kortrijk zelfs een handelaarssyndicaat: “The Linnen Thread Company”. In 1913 bouwde die compagnie het grootste vlasmagazijn van Kortrijk, met een gevelbreedte van 37 meter. Tot voor kort was hier de Euroshop, maar nu staat het leeg. Hopelijk vindt men een andere bestemming. Het zou jammer zijn als dit industrieel erfgoed zou verdwijnen.


De Engelsen keken met grote bewondering naar de werking van het Leiewater in het rootproces. Van hen komt de bijnaam voor onze rivier: The Golden River. Maar dat 'gold' was niet voor iedereen weggelegd. Hoewel er honderden Kortrijkzanen werk vonden in het vlas, waren het maar enkele bazen die er rijk van werden.


De Kien2

 

We nemen de eerste straat rechts van de Noordstraat: de Recollettenstraat en dan opnieuw rechts de Gasstraat in. We houden halt aan het oude industriële complex op het einde van de straat.


  1. De vlasfabriek van Léonard De Kien: de staking waarvoor Jef Coole werd gevangen gezet

men13

 

We lopen de Gasstraat af in de andere richting en slaan aan de Meensepoort rechtsaf de veel te brede Meensestraat in.


  1. Meensestraat: overleven op Overleie, fabrieken en partjes

Adams poortje

 

Tijd om terug te keren naar het centrum van de stad. We slaan aan Sint-Jansput rechtsaf de Overleiestraat in. Eerst nemen we nog een kijkje in het Amsterdamspoortje.


  1. Het Amsterdamspoortje:  waar de tijd bleef stille staan

mozaïek2

 

We lopen verder de Overleiestraat af en na het Sint-Amandsplein voorbijgegaan te zijn, gaan we aan de rechterkant binnen in de poort van een statig burgershuis, waar nu het Vrijzinnig Ontmoetingscentrum De Mozaïek is gevestigd. Als het open is, houden wij even een rustpauze bij een drankje.


  1. De Mozaïek: een doornroosje van een textielfabriek wakker gekust

 

Op het einde van de Overleiestraat steken we de Nieuwe Leie over via de Budabrug en we slaan onmiddellijk linksaf de Dam in.


  1. Dam: het klein Leieke

Guldenbergplantsoen2

 

Aan het huis van Stefaan De Clerck steken wij opnieuw de Oude Leie over via het houten Kalkovenbrugje. Achter het prestigieuze flatgebouw van bob Van Reet botsen we op een geheel nieuw stadsplein in baksteen: het Guldenbergplantsoen.


  1. Guldenbergplantsoen: nieuw stadsplein op gronden van oude fabriek

OLVkerk

 

Via het Guldenbergplantsoen lopen wij achter de oude achterkanten van de herenhuizen van de Groeningestraat naar de tuin van Messeyne. Nadat we door de tuin zijn gewandeld, over een romantisch brugje boven een even romantische vijver, bereiken wij door de poort van Hotel Messeyne de Groeningestraat. We gaan naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk, een restant van de grafelijke burcht in Kortrijk.


  1. Onze-Lieve-Vrouwekerk: de grafelijke burcht waarrond Kortrijk ontstond

 

Via de Begijnhofstraat, het Kapittelstraatje en een laatste stukje Onze-Lieve-Vrouwestraat komen wij weer op de Grote Markt uit, precies op het stuk waar men vroeger het schavot pleegde te zetten.


  1. Grote Markt: een schavot aan het Kruis

 

Tijd om er een te gaan pakken. Waar kunnen wij dat beter dan in het nabijgelegen Textielhuis in de Rijselsestraat? Gewoon rechtdoor lopen.


  1. Textielhuis: ontmoetingsplaats van rood Kortrijk

Overal elders hadden de socialisten vroeger volkshuizen of germinals maar in Kortrijk hebben we een Textielhuis. De meeste van die volkshuizen zijn intussen gesloten, ook bij de concurrentie van de christelijke arbeidersbeweging trouwens. In Kortrijk niet.

19:43 Gepost door Marc Lemaitre in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: stadswandeling, kortrijk, textiel |  Facebook |

Commentaren

BIJKOMENDE INFO BESTE,

HEB MET AAN DACHT UW STADSWANDELING GELEZEN, INTRESSANT OM WETEN, EN ZAL ZEER VERMOEDELIJK EENS GEBRUIKT WORDEN IN DE TOEKOMST OM MET OUD VRIENDEN ( ZELF VAN KORTRIJK) KORTRIJK OP EEN ANDERE MANIER TE LATEN ZIEN. IK DENK DAT JE EEN AANTAL INTRESSANTE ZAKEN LAAT LIGGEN, IN HOOOFDZAAK NIEUWE ARCHITECTUUR DIE VOLGENS MIJN MENING EEN DUIDELIJKER BEELD GEVEN VAN WAAR DE STAD KOMT EN WAAR DE STAD NAAR GAAT. GA ER VAN UIT DAT UW WANDELING DE POLITIEKE GRENZEN OVERSTIJJGT, EN DAT DE KAWALITATIEVE NIEUWE AANVULLINGEN OOK EEN PLAATSJE KUNNEN KRIJGEN. EEN AANTAL BELANGRIJKE MOGELIJKHEDEN:
1 NIEUW STADHUIS+ DAKTERRAS MET FORMIDABEL ZICHT
2DIKSMUIDEKAAI( EN VOLLEDIGE NIEUWE LEIE)
3 SKATE BOWL , EEN ATRACTIE VOOR JONG EN OUD
4 BEGIJNHOF PARK + BEGIJNHOF
5 PLANNEN FORUMINVEST + OPGRAVINGEN

MET DE BESTE BEDOELINGEN
GROET
THOMAS

Gepost door: THOMAS | 28-03-07

Beste Marc, wanneer komt deel 2 van deze interessante stadswandeling aan de beurt ...
Zit met ongeduld te wachten..
Groetjes
Martin

Gepost door: Martin Guillemin | 12-09-07

De commentaren zijn gesloten.